Stampei over een 'ondoorzichtige brij'

Op verantwoordingsdag moet het kabinet laten zien of het ’t goed doet. Maar wat goed is, en hoe je dat meet, blijkt altijd lastig.

Ondanks de goede voornemens, dwaalden veel Tweede Kamerleden gisteren bij het jaarlijkse Verantwoordingsdebat regelmatig af. Ze voerden campagne voor de Europese verkiezingen, begonnen over het nieuws van afgelopen week en over hun eigen plannen voor de toekomst van Nederland.

Terwijl het op deze dag juist moet gaan over de vraag: heeft het kabinet zijn beloften het afgelopen jaar waargemaakt? Maar terugkijken is voor een politicus vaak minder spannend dan vooruitdenken. En ook lastig: de Algemene Rekenkamer, de belangrijkste controleur van de regering, uitte twee weken geleden fundamentele kritiek op de kwaliteit van de 3.000 pagina’s verantwoording door het kabinet. Die maken een goede controle van de Kamer op het kabinet maar beperkt mogelijk, zegt de Rekenkamer.

Premier Balkenende begon zijn bijdrage aan het debat dan ook met een disclaimer: Verantwoordingsdag was nog maar een nieuwe traditie, het systeem om verantwoording af te leggen was niet perfect, en er moesten ongetwijfeld dingen verbeterd worden. Maar een karikatuur maken van deze dag vond hij ongepast.

Volgens veel oppositiepartijen deed juist het kabinet dat, door met een „enorme brij” aan ondoorzichtige cijfers te komen, zoals SP-leider Kant het verwoordde, en er vervolgens de conclusie aan te verbinden dan het heel goed ging met het kabinet.

GroenLinks-leider Halsema hield Balkenende een paar doelstellingen voor die volgens het kabinet waren gehaald. „U hebt het over duurzame economische ontwikkeling bevorderen en armoedebestrijding met kracht voortzetten; doelstelling 6. Het antwoord is: het project, de millenniumontwikkelingsdoelen, is gestart en dus dichterbij. Doelstelling 16: minder regels, minder instrumenten, minder loketten. Het antwoord: de voortgang van dit beleidsdoel ligt op koers, want wij hebben een heldere ambitie geformuleerd.”

De premier vond Halsema „erg cynisch”. Volgens hem moest ook zij weten dat het kabinet nu vooral in een fase zat van „zaken in kaart brengen” en het „op de rails zetten van veranderingen”. Pas aan het eind van de kabinetsperiode, zei Balkenende, zou het moment komen waarop hij kon worden afgerekend op de einddoelstellingen van het kabinet. Het kabinet probeerde alleen te laten zien dat het op koers lag richting die doelstellingen.

Maar volgens D66-leider Pechtold dreef het kabinet juist weg van zijn doelen. Nederlandse onderwijsprestaties dalen, aan het milieu wordt te weinig gedaan, de staatsschuld stijgt explosief.

De coalitiefracties verdedigden hun kabinet. ChristenUnie-fractievoorzitter Slob vond de stampei „een beetje beschamend”. De oppositie moest het kabinet eens wat tijd gunnen, vond Hamer.

Eerdere artikelen op nrc.nl/binnenland

    • Derk Stokmans