Somalië is ook regionaal strijdtoneel

Het al 19 jaar oude conflict in Somalië wordt gevoed door Ethiopië en Eritrea. De aartsrivalen gebruiken Somalië als toneel voor hun onderlinge twisten.

Oorlogen braken uit en werden beëindigd in Afrika de afgelopen kwarteeuw, maar in de Hoorn van Afrika lijkt het geweld onveranderlijk. Middelpunt van de conflicten blijven de vetes tussen Eritrea en Ethiopië. Na een onbesliste oorlog tussen 1998 en 2000 verplaatste hun strijd zich naar het slagveld van Somalië. Daar zetten ze hun onderlinge strijd voort en hielden zo de al in 1991 begonnen oorlog in Somalië gaande. De oorlog in Somalië kon zo uitgroeien tot het langste nog lopende conflict in Afrika.

Overal proberen Eritrea en Ethiopië elkaar een hak te zetten. Somalië is nu een theater geworden van hun eeuwig lijkende machtsstrijd. Eritrea herbergt en traint de Somalische oppositie onder leiding van de radicaal-islamitische leider Hassan Dahir Aweys. Het landje aan de Rode Zee levert wapens aan diens opstandelingen in Somalië en de daarom riep de Afrikaanse Unie (AU) vorige week de Verenigde Naties op sancties tegen Eritrea af te kondigen – het was voor het eerst dat de AU opriep tot sancties tegen een lidstaat.

Ethiopië helpt op zijn beurt de andere partij. Het zat in 2004 achter de benoeming van de Somalische interim-president Abdullahi Yusuf, een fervente tegenstander van islamitische fundamentalisten, en het zond eind 2006 troepen naar Somalië om de Unie van Islamitische Rechtbanken van Aweys van de macht te verdrijven.

Ethiopië vreest de radicale moslims bovenal om hun aanspraak op een Groter Somalië. Het ideaal van hereniging van alle in Djibouti, de Ethiopische grensregio Ogaden en in Noordoost-Kenia levende Somaliërs bij het moederland leidde begin jaren zestig in Kenia en in 1977 in de Ogaden tot oorlogen.

De radicale moslims van Somalië hebben de afgelopen jaren de droom van een Groter Somalië nieuw leven ingeblazen met hun belofte de Ogaden te veroveren. Ze steunen, net als Eritrea, twee anti-Ethiopische verzetsbewegingen in de Ogaden. En ze rekruteren strijders onder stamgenoten in Kenia. Het gevaar van een strijd voor een Groter Somalië brengt Ethiopië en Kenia op één lijn in hun oppositie tegen Aweys. En het geeft Ethiopië het voorwendsel op ieder gewenst moment in Somalië te interveniëren, zoals het deed eind 2006.

Eritrea voerde begin jaren negentig in eigen land campagne tegen moslimfundamentalisten. Het heeft niets op met de idealen van radicalen als in Somalië. Maar het hanteert wel het principe ‘mijn vijands vijand is mijn vriend’. En dus bewapent het al jaren opstandelingen in Somalië en Ethiopië, het entameerde een grensgevecht met Ethiopië’s bondgenoot Djibouti en deze week kritiseerde het Zuid-Soedan, dat zijn relaties met Ethiopië heeft verbeterd. Ethiopië is, met Amerikaanse steun, uitgegroeid tot de regionale grootmacht vindt het moeilijk op vele fronten tegelijk te strijden. Eritrea probeert Ethiopië uit te putten.

Eritreeërs en Ethiopiërs delen dezelfde eigenschap van onverzettelijkheid. Eritrea’s slagzin tijdens de dertigjarige oorlog voor afscheiding van Ethiopië luidde: Ga nooit op je knieën. Na de onafhankelijkheid in 1991 werd deze politiek van ‘geen onderdanigheid en afhankelijkheid’ tot het uiterste doorgevoerd. Eritrea werd daardoor de paria van Afrika.

Zowel de Eritrese als de Ethiopische regering kwam in 1991 na een langdurige militaire campagne aan de macht. Volgens hun instinct uit de dagen in de bush beperken ze nu iedere ‘discussie’ tot hun politbureau. De Ethiopische premier Meles Zenawi legde de invasie van Somalië in 2006 niet aan het parlement voor. Meles Zenawi en de Eritrese president Issayas Aferworki behoren tot de meest autoritaire leiders van het continent, van het soort hardnekkige ex-guerrillastrijder als Robert Mugabe, de president van Zimbabwe.

Issayas werd in 2001 geconfronteerd met opposanten uit eigen gelederen die pleitten voor meer zelfkritiek en openheid. De dissidenten gingen achter de tralies. Nog nooit vonden er vrije verkiezingen plaats in Eritrea en er bestaat geen vrije pers.

Ethiopië organiseerde in 2004 voor het eerst in zijn 3000-jarige geschiedenis vrije verkiezingen. Toen bij het tellen van de stemmen de oppositie leek te gaan winnen, greep Meles in, zijn partij werd tot winnaar uitgeroepen en de oppositieleiders werden opgesloten.

Eritrea en Ethiopië delen een gewelddadige geschiedenis. De Eritreeërs raakten gehard door dertig jaar bevrijdingsstrijd tegen Ethiopië en vervolgens, als onafhankelijke staat, door een tweejarige grensoorlog met Ethiopië (1998-2000), waarbij meer dan 70.000 doden vielen. Eritrea, één van de kleinste landen van het continent, heeft met een geschatte 320.000 mannen en vrouwen het grootste leger van Afrika. Ethiopië, dat werd gevormd door militaire veroveringen, onderhoudt een leger van 138.000 soldaten.

Twee kale heren die vechten om een kam, is de Ethiopisch-Eritrese oorlog wel genoemd. De straatarme maar koppige staten vochten om een onvruchtbaar stuk grond bij het stadje Badme. Een internationale commissie die in 2002 de grens markeerde bracht geen einde aan de patstelling. Sindsdien proberen de kemphanen waar mogelijk elkaar dwars te zitten.

In Ethiopië werd de oppositiegroep de Eritrese Democratische Alliantie opgericht en Eritrea traint rebellen van de anti-Ethiopische groepen het Nationale Bevrijdingsfront van de Ogaden en het Oromo Nationale Bevrijdingsfront. Oplossing van het Eritrees-Ethiopische conflict is een sleutel voor een einde aan de oorlog in Somalië.

    • Koert Lindijer