Russische 'oplossing' Opel

Opel moet gaan uitbreiden in Rusland, vindt de Canadese kandidaat-koper Magna, die ook Russisch kapitaal wil inbrengen. Critici vrezen te veel invloed voor Moskou.

Hoofdkantoor van Magna in Aurora (Canada). Magna groeide van een garage in Toronto in de jaren zestig uit tot een miljardenbedrijf dat wereldwijd een enorm scala aan auto-onderdelen levert aan een groot aantal autoproducenten. Foto AFP A car leaves the corporate headquarters of Canadian auto parts manufacturer Magna International in Aurora, Ontario on May 11, 2009. AFP PHOTO/GEOFF ROBINS AFP

Frank Stronach, de grondlegger van de Canadese autotoeleverancier Magna International, wil de Duitse autofabrikant Opel redden met een strategie gericht op de Russische automarkt.

Voor de 76-jarige Canadese miljardair, die als straatarme jongeman vanuit Oostenrijk naar Toronto emigreerde en daar in vijftig jaar het derde auto-onderdelenimperium ter wereld opbouwde, zou de aanwinst van de multinationale automaker de kroon vormen op zijn zakencarrière.

Hoewel een besluit over het lot van de Duitse autofabrikant gisteren is uitgesteld, zijn Magna en het Italiaanse Fiat overgebleven als de enige bieders op de Duitse dochter van General Motors. Magna heeft de voorkeur van werknemers van Opel, omdat Stronach alle fabrieken open wil houden en van plan is minder Duitse werknemers te ontslaan dan Fiat.

Magna heeft een bod uitgebracht van 700 miljoen euro, in samenwerking met de Russische staatsbank Sberbank. Het Magna-plan gaat uit van een nieuwe, oostwaartse oriëntatie van Opel. Groei moet in de komende jaren voornamelijk worden gevonden op de Russische automarkt, zo meent Stronach. Die staat op het punt om de Duitse markt in te halen als de grootste van Europa. Opel zou er op korte termijn een marktaandeel moeten behalen van 20 procent, voornamelijk op de kracht van de Duitse expertise en productiecapaciteit. Magna wil 10.000 banen schrappen bij Opel, maar de meeste ontslagen zouden vallen in België en Groot-Brittannië, slechts een kwart in Duitsland.

Volgens het plan van Magna zou Opel voor 35 procent in handen komen van Sberbank, terwijl Magna een aandeel krijgt van 20 procent. GM houdt 35 procent; de overige 10 procent is voor de werknemers. Critici vinden dat een vreemde constructie, omdat GM aan het infuus ligt van de Amerikaanse regering, terwijl Sberbank in handen is van de staat.

Frank Stronach heeft echter grote fiducie in de toekomst van Rusland. Zijn plan gaat uit van samenwerking met de Russische autofabriek GAZ, geleid door Oleg Deripaska. In 2007 wekte Stronach verbazing door deze omstreden oligarch als investeerder en grootaandeelhouder binnen te halen bij Magna, hoewel Deripaska zijn aandeel weer heeft verkocht. Het bod op Opel is een poging om deze band verder uit te werken.

In Berlijn is juist het Russische aspect niet bijster goed gevallen. Bij het overleg betrokken topfunctionarissen wijzen erop dat Magna en de Russen de deal „zonder eigen kapitaal” willen beklinken. Dat zou er volgens de Duitsers op wijzen dat Magna niet veel geloof hecht aan het welslagen van de onderneming. Duitse auto-experts vinden bovendien de aanname van Magna dat het 700.000 auto’s per jaar in Rusland kan verkopen „compleet onrealistisch”.

Het zakeninstinct van Stronach valt niet te onderschatten. Onder zijn leiding groeide Magna International uit van een eenmansbedrijfje in een garage in Toronto in de jaren zestig tot een miljardenbedrijf dat wereldwijd een enorm scala aan auto-onderdelen levert aan een groot aantal autoproducenten. De Europese dochter Magna Steyr, gevestigd in Oostenrijk, maakt hele voertuigen op contract, bijvoorbeeld voor Daimler.

De basis van Magna’s succes is dat Stronach inspeelde op de trend van outsourcing in de auto-industrie. In de afgelopen decennia zijn autofabrikant de productie van steeds meer componenten gaan uitbesteden aan toeleveranciers. Dat is meestal goedkoper omdat de werknemers van onderdelenmakers vaak niet zijn georganiseerd in vakbonden, zoals bij de assemblagefabrieken van de autoproducenten. In Canada hebben de grote Amerikaanse autobedrijven ook een voordeel door de relatief goedkope Canadese dollar. Mede daarom kon Magna floreren in de geïntegreerde Noord-Amerikaanse auto-industrie.

Ook Magna kampt echter met de crisis. De twee grootste klanten van Magna zijn General Motors (19 procent van Magna’s afzet) en Chrysler (11 procent). Wegens hun problemen daalde de omzet van Magna in 2008 met 45 procent, van 6,6 miljard Amerikaanse dollar (4,7 miljard euro) tot 3,6 miljard. Het aantal werknemers is met ongeveer 10.000 teruggebracht, tot 70.000.

Stronach heeft de ambitie om van Magna een echte autofabriek te maken. Probleem is dat Magna als autofabrikant zou gaan concurreren met zijn eigen klanten. De drastische veranderingen in de sector hebben hem mogelijk op andere gedachten gebracht – evenals een verlangen om een stempel te drukken op de industrie voor zijn dood. Opel biedt hem daarop nu de kans van zijn leven.

Met medewerking van Joost van der Vaart in Berlijn.