PUR-pakken

Een paar weken geleden ging het in deze rubriek al eens over de eigenschappen van polyurethaan in de vorm van PUR-schuim. En dan vooral over hoe dat wordt toegepast in sportschoenzolen. Nu blijkt dat het gebruik van polyurethaan in sommige sportsectoren aan banden wordt gelegd, is de vraag: waar stopt de ontwikkeling van sporthulpmiddelen?

Die vraag is actueel omdat de internationale zwembond recent heeft besloten een aantal modellen zwempakken te verbieden. Het gaat om de modellen die het drijfvermogen van de zwemmers vergroten. Polyurethaanschuim zit vol met kleine, ingesloten luchtbelletjes. Drijven op lucht gaat prima en daardoor kun je polyurethaanpakken omschrijven als ‘technische doping’. Verbieden dus.

Maar is de discussie daarmee gesloten? Naast een constante zoektocht naar fysieke verbeteringen door sporters, wordt er eindeloos onderzoek gedaan naar betere materialen of materiaaltoepassingen. Als je naar het schansspringen kijkt, zie je dat de gevaarlijk dunne springers in ruimvallende schuimpakken naar beneden komen. Dat heeft niets te maken met bescherming tegen de elementen, maar alles met het vergroten van het vliegvermogen.

En wat te denken van het tennisracket waar momenteel mee wordt gespeeld op Roland Garros. Dat heeft nog maar weinig te maken met het gelamineerd houten racket waarmee Björn Borg ooit Wimbledon won. Of het metalen racket waar Jimmy Conners een paar jaar later mee speelde.

De klapschaats is ook een goed voorbeeld van een alom geaccepteerde materiaalverbetering. Ruim tien jaar geleden reden alle topschaatsers nog met een vast gemonteerd ijzer onder de schoen hun rondjes, nu rijden ze allemaal met een aan de voorzijde scharnierend ijzer. Wereldrecords sneuvelen mede door nieuwe hulpstukken en materialen.

Het verbieden van materiaalvernieuwingen lijkt een moeizaam achterhoedegevecht. De regelgeving kan de innovatie nooit goed bijhouden. Op dit moment is het bijvoorbeeld mogelijk een racefiets te maken van rond de 4 kilo. De Internationale Wielerbond heeft vooralsnog besloten dat een wedstrijdracefiets ten minste 6,8 kilo moet wegen. Daar moet je als wielrenner niet te lang bij stilstaan als je de Tourmalet beklimt.

In de rubriek ManMade vraagt ontwerper Joost Alferink zich af waarom de dingen zijn zoals ze zijn.