Pragmatisch zijn over Europa is niet zo makkelijk

David Craig, Matthew Elliott: The Great European Rip-Off. How the corrupt, wasteful EU is taking control of our lives Random House, 329 blz. €13,25

David Craig, Matthew Elliott: The Great European Rip-Off. How the corrupt, wasteful EU is taking control of our lives Random House, 329 blz. €13,25

In de Rue du Parnasse in Brussel, op nog geen vijftig meter van het Europees Parlement, zijn kleine appartementen te huur met een comfortabel tweepersoonsbed en een grote spiegelwand. De ‘studios intimes’ worden per uur verhuurd.

Een aantal Europarlementariërs, schrijven de Britten David Craig en Matthew Elliott in een frontale aanval op het Europese Unie, vertoeft regelmatig met hun ‘knappe assistentes’ in de studio’s. De verhuurders van intieme stoeikamertjes, schrijven ze ook, profiteren op die manier van de vele toelages die de Europese volksvertegenwoordigers opstrijken. Lees: we sturen politici naar Brussel om onze belangen te behartigen, maar intussen hebben ze seks op onze kosten.

Craig en Elliott noemen geen namen. En ze hebben ook geen bewijzen. Maar de Rue du Parnasse past nu eenmaal mooi in het beeld van een verdorven Europese elite die op rekening van de belastingbetaler in een wereld leeft waar je zoveel champagne kunt drinken als je wilt. Een beetje handige parlementariër kan, rekenen Craig en Elliott omstandig voor, vijf jaar riant leven en dan ook nog een miljoen sparen.

The Great European Rip-Off is soms een beetje smakeloos, vaak vilein en regelmatig unfair. En dat is jammer. Want Craig, een informatica-consultant met een MBA, en Elliott, een onvermoeibaar strijder tegen belastingverspilling, zijn niet dom. Soms is hun kritiek op de Brusselse bureaucratie wél goed onderbouwd en soms stellen ze nuchtere vragen. Vragen die in de week voor de Europese verkiezingen relevant én actueel zijn. Waarom mogen parlementariërs bijvoorbeeld kosten declareren zonder bonnetjes te overleggen? Waarom houdt de EU vast aan vangstbeperking in de vorm van quota als de zee desondanks steeds leger wordt? Waarom streeft de EU naar een defensieapparaat als we al de NAVO hebben? Is een snelle interventiemacht voor vredesmissies niet genoeg?

De auteurs willen geen eurosceptici genoemd worden. Het Europese debat, zeggen ze, wordt al te lang gedomineerd door verstokte Eurofielen en fervente Europahaters die niets liever doen dan overdrijven en elkaar dwars zitten. In het vastgelopen debat willen de auteurs graag redelijke pragmatici zijn. Ze willen een Europese overheid die efficiënt, betaalbaar en democratisch is. De arbeidsdeling tussen de EU en de lidstaten, bijvoorbeeld, moet niet bepaald worden door politieke idealen, maar door de vraag welk orgaan een taak effectief en democratisch kan uitvoeren.

Het zal niet verbazen dat de ideale EU van Craig en Elliott niet meer is dan een EU-light. Brussel moet de interne markt bestieren en niet veel meer. De belastingbetaler kan alleen zicht houden op de besteding van zijn geld als de verantwoordelijke politici dicht bij huis zijn. Daarom moet de nationale overheid veel doen en ‘Brussel’ weinig.

The Great European Rip-Off bevat prikkelende gedachten omdat de auteurs fundamentele vragen stellen. De antwoorden gaan helaas verloren in een ronkende anti-Europese tabloidtoon van Britse makelij. Als vertolkers van een pragmatisch alternatief in het Europadebat zijn Craig en Elliott daarom niet bijster geloofwaardig.