Playstation

Ergens in de tweede helft gebeurde het. Lionel Messi ontving de bal en speelde hem door naar een teamgenoot. Niets bijzonders, zou je zeggen. Maar Messi verrichtte zijn handeling in draf, zonder af te remmen. En de bal kwam niet over de grond maar door de lucht. De dribbelaar van Barcelona ontving de bal die schuin van achteren naar hem toe kwam op zijn borst, liet hem voor zijn voeten dalen en bracht een aanvaller in stelling. Geen moment leek de bal meer dan tien centimeter van zijn lichaam af te wijken. Dat je zegt: dit kan niet. Een normaal mens buigt zich wat, maakt een sprongetje of houdt zich in – hij moet iets doen om dat eigenzinnig stuitende geval tot bedaren te brengen. Zelfs de meest begenadigde voetballer moet meer inspanning tonen dan Messi in de finale van de Champions League.

Daarom zeg ik: met zijn haast terloopse handeling nam Messi afscheid van het analoge tijdperk. En hij was niet de enige bij Barcelona. De spelers trapten de bal vaak ongenadig hard naar elkaar, soms over korte afstand, waarna deze zonder zichtbare vibratie stil lag voor de voeten van de ontvanger. Alsof de bal was samengesteld uit nullen en eentjes op een beeldscherm, niet uit lapjes kunststof en lucht. Soms vloog hij van de één naar de ander, en weer terug, plat en onwezenlijk, een witte stip in Playstation.

Ik kan mij deze beginselen van ‘een keer raken’ herinneren van Brazilië in de jaren tachtig: in een veel lager tempo en met eindeloos meer speelruimte. Het ‘one touch’ voetbal van Socrates en de zijnen was uiteraard nog verre van digitaal. Vreemd genoeg kon je dat woensdag ook van Manchester United zeggen. De gelouterde profs uit Manchester kwamen, zodra de speelruimte klein bleef, hooguit tot ‘two touch’. Aannemen met links, trappen met rechts, dat werk. Je zag mensen van vlees en bloed die geweldig kunnen voetballen. Benijdenswaardig, maar analoog.

Eerst verbaasde ik mij over de verdedigers van ManU: waarom zij aanvaller Messi, die vaak op het middenveld liep, niet opzochten. Door achterin te blijven stelden zij Messi in staat als mannetje-extra de middenvelders uit Engeland van de mat te tikken. Ergens in de tweede helft, na dat digitale aannemen-met-de-borst-en-doorgeven van Messi, kreeg ik er begrip voor. De verdedigers uit Manchester waren als de dood. Een stap naar voren was een stap in het onbekende. Grote kans dat zij voor gek waren gezet door de mannetjes en hun duivelse techniek. Ze voelden zich stijf en lang, en dat waren ze ook. Vergeleken bij de poppetjes uit Barcelona wel, tenminste. Ze zagen het van grote afstand aan en bogen het hoofd. Ze moesten nog langer mee dan vandaag.

    • Auke Kok