Passieve sportbeoefening was zijn grootste passie

Everything They Had (Hyperion,25,-) is een keuze uit de energieke, eerlijke artikelen over sport van de Amerikaanse oorlogscorrespondent David Halberstam, aldus Menno de Galan. Zie pagina 6

Glenn Stout (red.): Everything They Had. Sportswriting from David Halberstam. Hyperion, 401 blz. 401 blz., € 25,–

Uit respect voor de vis gebruikte David Halberstam te lichte hengels. De beroemde Amerikaanse oorlogscorrespondent die in Vietnam generaals afserveerde als leugenaars, die zich ergerde aan bekrompen politici, verwende atleten, domme journalisten en hyperconsumerende landgenoten, vond op zee en in wild stromende rivieren waardige tegenstanders. Met bebloede handen en een van zweet doordrenkt overhemd vocht hij heroïsche duels uit met kilo’s wegende vissen die zich aan zijn lichtgewicht materiaal hadden gehecht. Hij won soms, verloor vaak en genoot altijd van het gevecht.

Onder barre omstandigheden, met het water tot zijn oksels, viste hij in de punt van Zuid-Amerika, ‘nog iets zuidelijker, en je hebt pinguïns’, naar forel. Na een slechte dag greep hij naar pijnstillers, een goede dag bekroonde hij met een cocktail met buddies in foute T-shirts en tatoeages. Bij het avondmaal in een hut in Patagonië, stond hij, waarschijnlijk tot zijn eigen verrassing, open voor gevoelige verhalen, over echtscheidingen en verdriet na de aanslagen van 9/11.

Halberstam, die twee jaar geleden op 73-jarige leeftijd dodelijk verongelukte, kwam op late leeftijd op en in het water tot rust door zich extreem in te spannen. Daar zat structuur in. In 1979 was hij zwaar vermoeid na het schrijven van twee dikke non-fictieboeken: The Best and the Brightest (over Vietnam) en The Powers That Be (over de media). Na elf jaar onafgebroken werken stortte hij zich vervolgens op de research en het schrijven van een sportboek, een ervaring die hem naar eigen zeggen uitputte maar ook plezier bezorgde. Zo veel plezier dat hij er nog vijf sportboeken aan toevoegde, bij wijze van ontspanning zoals hij zonder ironie schrijft in een van de essays (Sports as a Window of Social Change) die nu zijn gebundeld in Everything They Had. En omdat ze geld in het laatje brachten: hij was een trotse kleine zelfstandige.

Halberstam hield niet alleen van sport, hij had er ook een visie op. Die luidde dat de sociale veranderingen die zich tussen 1945 en 2007 in de VS voltrokken altijd het eerst aan de oppervlakte kwamen in een stadion, op een sportveld of in een gymzaal. Zo kreeg de strijd voor gelijke burgerrechten na WO II een belangrijke impuls door het optreden van de zwarte Jackie Robinson bij honkbalclub Brooklyn Dodgers. In de jaren zestig nam de rappende bokser Mohammed Ali een voorschot op Black Power. En de basketballers van het zogeheten Dream Team, allen veelverdieners uit de Amerikaanse profcompetitie, namen met hun onuitstaanbare gedrag tijdens de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona een voorschot op de mentaliteit van de regering-Bush, tien jaar later.

‘Voor mij het tegenovergestelde van het Olympische ideaal,’ brieste Halberstam in een stuk uit 2004. ‘De spelers zelf waren al onacceptabel rijk en beroemd, en in hun gedrag leken ze vooral uit te stralen dat zij de Olympische Spelen niet nodig hadden, maar dat de Spelen hen nodig hadden. […] Het Dream Team op de Olympische Spelen vormde de reflectie van een onbescheiden Amerika, een Amerika waar ik recent vertrouwder mee ben geraakt. Waren de spelers maar thuis gebleven, om eerlijk te zijn putte ik geen plezier uit hun winst.’

Everything They Had bevat een ruime keuze uit sportartikelen die hij tussen 1955, als student aan Harvard, en 2007 schreef. Ze zijn in een herkenbare stijl geschreven: energiek, beurtelings sentimenteel en furieus. De kracht van Halberstam lag niet in het subtiele portret, maar in het morele oordeel. Zo waardeerde hij Ali pas echt nadat deze zijn excuses aanbood voor zijn racistische opmerkingen tegen Joe Frazier (Ali Wins Another Fight) en gaf hij de sportjournalistiek de schuld voor het kiezen van de verkeerde honkbalheld: niet Joe DiMaggio maar Ted Williams had in de jaren veertig en vijftig met die eer moeten gaan strijken. Dat DiMaggio als de grotere honkballer werd gezien kwam doordat hij bij de New York Yankees speelde, de eeuwige landskampioenen. De pers kiest per definitie voor de winnaar, niet voor de beste sportman, aldus de auteur.

Halberstam (1934) was geen gevoelsmens, maar hij geeft in deze sportverhalen meer van zijn innerlijk prijs dan in zijn andere non-fictie. Als jongen was hij groot noch sterk. Hij droeg al vroeg een bril, ‘in de jaren veertig en vijftig een teken van non-atletisch vermogen’. Passieve sportbeoefening was zijn passie; hij ging naar honkbalwedstrijden met zijn vader en verslond verhalen van sportjournalisten, wier naam én schrijfstijl hij al op 11-jarige leeftijd in zijn geheugen had gegrift.

Een geboren journalist, zou je zeggen. Op Harvard, als student, werd het menens. Hij oefende zijn vak uit met de mentaliteit en de inzet van een topsporter. In een veelzeggend stuk uit 2004, bij het overlijden van een gewaardeerde collega die hij al kende sinds zijn studententijd, schrijft hij hem na hun kennismaking in 1953 met een scheef oog te hebben aangekeken: ‘Wat zou er gebeuren als we allebei na ons eindexamen aanklopten bij The New York Times en The Herald Tribune, en er was maar één vacature?’ Passie voor competitie en concurrentie loopt als een rode draad door dit boek.

Maar de strijd diende altijd eerlijk te zijn. Vandaar ook zijn interesse in een onbespoten sport als roeien. Hij deed er zelf aan, schreef er een boek over (The Amateurs), en het eerste en laatste stuk in Everything They Had zijn eraan gewijd.

Roeiers zijn in zijn ogen puristen, mannen en vrouwen die bereid zijn om voor een (Olympisch) ideaal jaren van hun leven op te offeren. Naarmate David Halberstam ouder werd, steeg zijn waardering voor dit type sporter, dat hij afzette tegen de in zijn ogen egocentrische veelverdieners in honkbal, basketball en football.

    • Menno de Galan