Overal schimmen zonder gezicht

Hoe is het om als gevangene van de FARC te overleven in de jungle van Colombia? Clara Rojas, destijds medewerkster van Ingrid Betancourt, ontkwam en vertelt.

FARC-gegijzelde Clara Rojas wordt na haar vrijlating omhelsd door Hugo Chávez, president van Venezuela, in januari 2008 Foto Juan Carlos Solorzano/Bloomberg News Clara Rojas, right, released Revolutionary Armed Forces of Colombia, or FARC, is embraced by Hugo Chavez, Venezuela's president, at Miraflores Palace in Caracas, Venezuela, on Thursday, Jan. 10, 2008. After six years of captivity in the jungle camps of Colombian rebels, two hostages flew to freedom in Caracas today, released in a deal brokered by Venezuelan President Hugo Chavez. Photographer: Juan Carlos Solorzano/Miraflores Photo Department via Bloomberg News VIA BLOOMBERG NEWS

Clara Rojas: Captive. Plon, 245 blz. € 18,05. De vertaling, Ik overleefde voor mijn kind, verschijnt in september bij uitgeverij Arena

In de jungle van Colombia worden ook nu nog honderden mensen vastgehouden door de guerrillabeweging FARC. Het gaat de FARC daarbij niet zozeer om losgeld, maar om het uitoefenen van politieke druk op de regering. Bij de onderhandelingen over een oplossing van het Colombiaanse conflict worden de gijzelaars als waardevol onderpand gebruikt. Vandaar de voorkeur voor belangrijke politici of militairen.

De bekendste gijzelaar was natuurlijk Ingrid Betancourt, die in 2008 bij een gewaagde reddingsactie vrijkwam. Eerder dat jaar was haar medewerkster, Clara Rojas, vrijgelaten. Zij heeft nu Captive gepubliceerd, het verhaal van een zes jaar durende gevangenschap.

Ingrid Betancourt en Clara Rojas werden in 2002 tijdens de verkiezingscampagne op een ontnuchterend eenvoudige wijze gegijzeld. Hun auto wordt aangehouden door jonge guerrilleras, die hen naar een stille plek rijden. De twee vrouwen marcheren vervolgens in lange dagmarsen naar de afgelegen FARC-kampen. Daar worden veel verschillende gijzelaars samengebracht en ontstaan leefgemeenschappen. Rojas beschrijft hoe de gijzelaars een min of meer ‘normaal’ leven kunnen leiden. Ze knutselen slaapplaatsen en douchecabines in elkaar en volgen de gebeurtenissen in de wereld via de radio’s die ze van hun bewakers krijgen.

Deze semipermanente kampen zijn ook broedplaatsen van spanningen en ruzies, vooral onder de gijzelaars. Haar verhouding met Betancourt bekoelt al snel. ‘Onze slechte verhouding werd er met de tijd niet beter op. Wij voelden ons uiteindelijk opgesloten in een bodemloze put van wanhoop en treurigheid. In deze situatie, gaven we er de voorkeur aan te zwijgen.’

Zo slecht werd hun verhouding dat de FARC-leiding besloot de twee vrouwen apart te zetten. Ook met de andere gijzelaars kan Rojas niet altijd goed opschieten. Dat wordt alleen maar erger als zij zwanger blijkt te zijn en privileges van de kampleiding krijgt. Het kind wordt onder primitieve omstandigheden met een keizersnede ter wereld gebracht. Zij is dolgelukkig, maar het verzorgen van een baby in gevangenschap in de jungle is natuurlijk niet eenvoudig. De andere gijzelaars raken geïrriteerd van het gehuil en de baby wordt ziek. De FARC-leiding neemt haar tenslotte het kind af onder het voorwendsel het beter te willen verzorgen. De slechte relatie met medegevangenen en de afwezigheid van haar kind versterken haar religieuze gevoelens. Zij reciteert steeds hardop bijbelverzen en geeft zich over aan regelmatige vastperiodes die haar verder verzwakken. Uiteindelijk wordt Rojas in 2008 vrijgelaten na lange onderhandelingen waarin de Venezolaanse president Chávez een belangrijke rol speelde. Zij wordt herenigd met haar kind dat de FARC in een weeshuis had geplaatst.

Eind goed, al goed, zou je zeggen. Maar helaas: haar relaas heeft geen goed boek opgeleverd. Clara Rojas is zo ontzettend met zichzelf en haar emoties bezig, dat ze nauwelijks informatie biedt over de wereld waarin ze zes jaar verkeerde. In dat opzicht geeft het rauwe boek, Out of Captivity, van drie Amerikaanse gevangenen dat ook dit jaar verscheen, meer inzicht. Als een ‘cowboyverhaal’ laat het je tenminste voelen hoe het is om jarenlang in die jungle gevangen te zitten. Als het leger de FARC dwingt om hun kamp te verlaten, schrijven zij bijvoorbeeld: ‘Everyone had it bad, including the FARC. Once again we saw the lower-level FARC guerrillas being treated like pack-animals. They carried heavy propane cylinders, cookstoves, and large bags of food.’ Out of Captivity presenteert ook dialogen en persoonsbeschrijvingen, die de verschillende perspectieven op het Colombiaanse conflict duidelijk maken. De tegenstellingen binnen de FARC laten de Amerikanen eveneens mooi zien.

Het contrast met Rojas’ boek kan niet groter zijn. Behalve zijzelf krijgt geen enkel ander personage enig reliëf. Haar medegevangenen, zelfs Betancourt, zijn schimmen zonder gezicht. Rojas beklaagt zich voortdurend over het gebrek aan begrip van haar lotgenoten, maar wat het probleem is, vertelt zij niet. ‘Ik besloot om de tegenwerking van de anderen volkomen te negeren. Dat heeft me geholpen in deze moeilijke omstandigheden te overleven. Al deze conflicten waren pijnlijk.’

Het blijft zelfs onduidelijk wat precies de verwijdering met Betancourt heeft veroorzaakt. Het lijkt erop dat de doelgerichte en volgens de drie Amerikaanse gijzelaars, zelfzuchtige Betancourt zich al snel begint te ergeren aan de in zichzelf gekeerde houding van Rojas. Deze op haar beurt vindt dat ze te weinig steun krijgt van Betancourt, terwijl zij tenslotte door haar in de problemen is gekomen. ‘Ik kon het niet nalaten te denken, en ik denk het nog steeds, dat ik me enorm had opgeofferd door met haar mee te gaan.’ Ze wil ook niet vertellen van wie zij zwanger raakte in het kamp. Dat is haar goed recht, maar maakt een vreemde indruk in een met veel aplomb op de markt gebracht boek.

Het is vooral teleurstellend dat zij nauwelijks iets vertelt over de guerrillastrijders zelf, noch over de leiders die zij te spreken kreeg, noch over de bewakers of de verpleegsters die haar bij haar zwangerschap bijstonden. Op een bijna paradoxale wijze laat Clara Rojas hier het grootste probleem van de Colombiaanse samenleving zien. Rojas is net als Betancourt, afkomstig uit Colombia’s stedelijke elite. De afstand tussen deze klasse en de grote massa van de bevolking is bijna onoverbrugbaar. Dat wordt op heldere manier zichtbaar in haar boek. Zes afschuwelijke jaren van gijzeling hebben Clara Rojas veel geleerd over haar zelf, maar weinig over de Colombiaanse samenleving.

Marc Gonsalves, Keith Stansell, Tom Howes: Out of Captivity. Surviving 1.967 Days in theColombian Jungle. HarperCollins, 480 blz. €27,-

    • Michiel Baud