Moegestreden vakbondsbestuurders rennen sinds de economische crisis begon van de ene reorganisatie naar de andere

Volle zalen met boze werknemers, structureel overwerken en lastige dilemma’s. Drie vakbondsbestuurders over onderhandelen in crisistijd: „Minder salaris of een reorganisatie, dat is kiezen uit twee kwaden.”

‘Ik ben al maanden moe, ik stop ermee’ Félix Alejandro Pérez van FNV Bondgenoten onderhandelde de afgelopen maanden bij vrachtwagenfabrikant DAF over werktijdverkorting, een sociaal plan en deeltijd-WW. Vorige week was zijn laatste werkdag als bestuurder bij Bondgenoten. Weert, 18-05-09. Felix Alejandro Perez FNV (Onderhandelaar DAF). Foto Leo van Velzen NrcHb Velzen, Leo van

‘Ik ben al maanden moe, ik stop ermee’

Félix Alejandro Pérez van FNV Bondgenoten onderhandelde de afgelopen maanden bij vrachtwagenfabrikant DAF over werktijdverkorting, een sociaal plan en deeltijd-WW. Vorige week was zijn laatste werkdag als bestuurder bij Bondgenoten.

„Het lastige van onderhandelen in tijden van crisis is: hoe kom je aan je informatie? Wat doe je met de voortdurende geruchtenstroom over mogelijke ontslagen? DAF is niet heel scheutig met informatie. Wij moeten het vaak doen met ‘de buschauffeur’. Die buschauffeur staat voor alle verhalen die nog geen harde feiten zijn, maar wel rondzingen in het bedrijf. DAF-personeel rijdt met pendelbusjes van en naar het terrein. In die busjes wordt gepraat, vandaar de uitdrukking. De buschauffeur praat bijvoorbeeld al heel lang over 400 extra arbeidsplaatsen die zouden moeten verdwijnen, maar dat cijfer hebben wij nog niet bevestigd gekregen.

„Afgelopen week heb ik mijn laatste onderhandelingen gevoerd bij DAF. Een pittige discussie in het voortraject voor de aanvraag van deeltijd-WW. Dat is echt inhoudelijk onderhandelen: rekenwerk. Ik heb de kosten van een reorganisatie afgezet tegen de kosten van aanvulling van het loon bij deeltijd-WW.

„Ik ga die onderhandelingen niet afmaken. Ik stop ermee. Ik blijf wel binnen de FNV actief, maar ga me richten op uitkeringsgerechtigden en laat de bedrijven los. Het is tijd voor iets anders. Ik ben al maanden moe. Het werk is zwaar onder deze omstandigheden. Ik ren van de ene reorganisatie naar de andere. En als je, zoals ik, begaan bent met de bond en de werknemers, dan werk je zeven dagen per week tot ’s avonds laat. De telefoon stopt niet met rinkelen. Dat houdt een keer op. Het was altijd al hard werken, maar sinds het begin van de crisis komt er geen eind aan. Eerst onderhandelen over werktijdverkorting, nu weer over deeltijd-WW. Het is knokken tegen de bierkaai.

„Ik ben teleurgesteld in alle mooie praatjes van bedrijven. Uiteindelijk hebben ze alleen oog voor zichzelf en niet voor hun werknemers, laat staan voor de rest van de wereld. Vergis je niet: het spel wordt hard gespeeld. Hoe vaak ik niet hoorde: ‘Je helpt mijn bedrijf naar de klote!’ De eerste keer schrik je, daarna weet je: it’s al in the game.

„Je zit als onderhandelaar altijd in een spagaat tussen het beleid van de vakbond en je achterban. Wat de meerderheid wil is niet altijd hetzelfde als wat de vakbond wil. Ik ben er ook om werknemers tegen zichzelf te beschermen: ze kijken naar de korte termijn, maar zien niet wat dat betekent voor de lange termijn. Ik moet een strategie bepalen en de confrontatie aangaan met de achterban. Dan staan er vierhonderd man voor je neus en die moet jij dan mee zien te krijgen. Als je het goed doet, kom je naar buiten met een voorstel dat haalbaar is. Dat spel is heerlijk. Dat zal ik enorm missen

„Bij DAF heb ik er voor mijn gevoel alles uitgehaald. Er ligt een goed sociaal plan. Het bedrijf is inmiddels zelf ook opener richting personeel. Dat heb ik dan in elk geval bereikt.”

‘Ik denk wel eens: wat doe ik hier nog?’

Inge Bakker van CNV Publieke Zaak onderhandelde twee jaar met TNT Post over de toekomst van de postbodes. Het principeakkoord dat daar begin maart uit voortkwam – 15 procent loonsverlaging in ruil voor een baangarantie van drie jaar – werd eind april afgewezen door de achterban.

„Toen ik tweeënhalf jaar geleden ging onderhandelen bij TNT, moest ik, als 31-jarige, aan veel oudere mannen uitleggen dat er eigenlijk geen toekomst voor ze is binnen TNT. De postbode die 36 uur per week de post rondbrengt, gaat verdwijnen. Het worden uiteindelijk allemaal deeltijdbanen.

„In april 2007 maakte TNT bekend dat er minimaal 6.500 banen zouden verdwijnen en dat het verlagen van de arbeidsvoorwaarden onvermijdelijk was. Als dit niet zou gebeuren zouden er wel 11.000 banen verdwijnen. Ik dacht meteen: dit wordt een lastig verhaal. Want welk scenario je ook pakt, het is altijd slecht nieuws.

„Zodra de plannen bekend waren, ben ik gaan praten met de collega-bonden. Afstemmen, zorgen dat je op één lijn zit. Dat betekent: goed luisteren naar je achterban, naar collega’s en naar de werkgever. De onderhandelingen met TNT verliepen goed. Alle partijen zagen in dat er iets moest gebeuren. Op een gegeven moment werd het spel feller, scherper. We zaten dagen te praten over details en onderdelen. Onderhandelen is niet hetzelfde als je zin krijgen, je wilt een verhaal op tafel krijgen waar je leden achter kunnen staan.

„Voor ons was werkgelegenheidsgarantie het belangrijkste. We wilden niet dat onze leden alleen maar zouden inleveren, zonder dat daar iets tegenover zou staan. Met het uiteindelijke akkoord, drie jaar werkgelegenheidsgarantie en 15 procent salaris inleveren, kon ik leven. Maar tegelijkertijd wist ik: het wordt moeilijk om dit uit te leggen aan de achterban. Het gaat om hun portemonnee.

„De ledenbijeenkomsten waren heftig. Dan sta je daar in een zaaltje in Assen. Er klonken al snel harde woorden: we gaan met z’n allen naar de klote. Mensen waren boos. En ze geloofden ons niet. Je moet je voorstellen: die mensen zitten bij TNT al 20 jaar in een reorganisatie. Die denken: het zal allemaal wel. Vorig jaar kregen ze er nog 3 procent bij. Ik snapte hun woede wel. Tegelijkertijd was het frustrerend. Ik heb echt wel eens gedacht: wat doe ik hier nog? Ik sta alleen maar shitboodschappen af te geven.

„Na vijf ledenraadplegingen werd er gestemd en wees 70 procent van de leden ons voorstel af. Ik voelde me compleet leeg na die uitslag. Twee jaar onderhandelen met dit resultaat. Ik heb me de blaren van de tong gepraat, maar het heeft niet geholpen. Het is een gemiste kans, dat vind ik nog steeds. Met dit akkoord hadden we tijd gekocht. Want de tijd houdt bij TNT een keer op. Daar zijn ze ook twee jaar verder en er is nog geen cent ingeleverd op arbeidsvoorwaarden. Door het akkoord af te wijzen zal TNT ervan uitgaan dat zij de legitimatie heeft om 11.000 banen te schrappen.

„Nu is het wonden likken en dan door naar de volgende ronde. Om massaontslag te vermijden, móéten we weer om de tafel met TNT. Ik hoop dat de achterban wakker is geschud. Dan is er misschien meer ruimte om te accepteren dat er hoe dan ook ingeleverd moet worden.”

‘Bedrijven stellen zich veel harder op’

Dolf Polders van CNV Bedrijvenbond voerde de onderhandelingen bij metaalbedrijf Alutech in Katwijk, waar in april als eerste deeltijd-WW werd ingevoerd voor het personeel.

„Het is een lastige tijd om te onderhandelen. Ik merk dat veel bedrijven de crisis gebruiken om te sleutelen aan arbeidsvoorwaarden. Onderhandelingen over cao’s en sociale plannen zijn daardoor harder. Ik was pas nog bij een bedrijf dat probeerde wachtgeld bij ziekte in te voeren. Dus niet uitbetalen op de eerste dagen dat iemand ziek is. Dat kan niet volgens de cao, maar bedrijven proberen het onderste uit de kan te halen. Dat is enorm frustrerend.

„Bij Alutech wist ik wel dat er geen spelletje werd gespeeld door de directeur. Ik had inzage in de boeken en het ging echt heel slecht met het bedrijf. In de onderhandelingen was al snel duidelijk dat er weinig te halen viel. Aanvulling tot 100 procent van het salaris zat er niet in. Het was banen schrappen of kale deeltijd-WW.

„Terugkijkend verwijt ik mezelf maar één ding: dat ik de werknemers van Alutech hierover heb laten stemmen. Het is niet correct om mensen te laten kiezen uit twee kwaden: je loon inleveren of je baan kwijt. Ik deed het toch. Er waren honderd vakbondsleden in de kantine bijeen en ik vroeg ze letterlijk: zeg het maar, wat willen jullie? Eén man stond op en riep dat we niet konden toestaan dat collega’s hun baan kwijt zouden raken. Er ontstond morele druk. Tijdens de stemming staken maar drie mensen hun hand op voor een reorganisatie. Ik denk dat veel anderen niet voor reorganisatie durfden te stemmen: dan ben je voor je collega’s al gauw een verrader.

„’s Avonds werd ik teruggefloten door mijn bestuur. Mijn voorzitter belde: Dolf, hier zijn we nog niet aan toe. Geen aanvulling van het salaris kunnen we nog niet verkopen. Probeer een andere oplossing te vinden. Ik baalde enorm. En ik moest terug naar Alutech, waar de directeur woedend reageerde en onmiddellijk de werkgeversvereniging optrommelde. Die maakte een persbericht en voor ik het wist was Alutech op het Journaal. Toen ging het snel. Het werd een politieke kwestie. De sociale partners kwamen bij elkaar in de Stichting van de Arbeid, ze pasten de regeling voor deeltijd-WW aan en ik kon weer aan het werk.

„Ik snap het politieke spel wel. Alutech was de eerste. De piketpaaltjes moesten nog geslagen worden. De strijd tussen de sociale partners werd om ons heen uitgevochten. Alleen: wij zaten nog midden in de onderhandelingen en er was een principeakkoord. We waren er wel uitgekomen.

„We hebben uiteindelijk een akkoord gesloten voor een periode deeltijd-WW bij Alutech. Vóór de verlenging in juli moet een aantal zaken duidelijk zijn: wat gaat de directeur van Alutech doen met zijn bonus voor 2010 en hoe lossen we het verlies aan inkomen van de werknemers op? Het is nog steeds niet duidelijk wat er gebeurt met werknemers in deeltijd-WW als hun bedrijf alsnog failliet gaat. Hebben ze dan recht op een WW-uitkering op basis van hun normale loon, of wordt de periode van deeltijd-WW daarop in mindering gebracht? In het laatste geval komt een medewerker van Alutech al snel op bijstandsniveau. Dat is niet te verkroppen. Dan kies ik voor een reorganisatie. Weten mensen in elk geval waar ze aan toe zijn.”