Kunnen we de wereld redden met de 'New Green Deal'?

Witte Huis-medewerker Val Jones wil kansarme mensen zonnepanelen laten bouwen.

Want, zegt hij, dan los je de crisis en het klimaatprobleem tegelijk op. Is het zo simpel?

interieur Foto David Galjaard Galjaard, David

In Milwaukee zijn ze er gewoon vast mee begonnen. Arme bewoners van de plaatselijke Prachtwijken kunnen er hun huizen laten isoleren en zonnepanelen bestellen, nagenoeg zonder dat het ze wat kost. De hoge aanschafkosten worden voorgeschoten door een particulier fonds. Hun energierekening wordt veel lager, maar de prachtwijkers blijven aanvankelijk evenveel betalen als ze eerst deden; het verschil gaat terug naar het fonds. Het project levert banen op, want al die zonnepanelen, zuinige ijskasten en verwarmingen moeten geïnstalleerd worden. Milwaukee kreeg al bezoek van de Amerikaanse energieminister, Steven Chu.

Het Milwaukee-project is een minivoorbeeld van wat, naar analogie van het crisisprogramma van president Roosevelt uit de jaren dertig, de Green New Deal wordt genoemd; het meeslepende idee om met het drastisch klimaatvriendelijk maken van de economie banen te scheppen. Een Green New Deal kan volgens voorstanders in één klap twee grote problemen aanpakken: de opwarming van de aarde en het zieltogen van de economie. Nog mooier: ook de afhankelijkheid van olie en bijbehorende ‘vuile’ geopolitiek zou ermee worden teruggedrongen.

Geen wonder dat het idee over de wereld stuitert, helemaal sinds het in september door Thomas Friedman werd bejubeld in zijn boek Hot, Flat and Crowded. Obama omhelsde het, VN-chef Ban Ki-moon is helemaal vóór. In Nederland leeft het bij GroenLinks en bij gemeentes die er hun werkgelegenheid en imago mee willen opkrikken. Zo wil de Achterhoek onder aanvoering van de burgemeester van Doetinchem de economie vergroenen naar ideeën van Friedman. Amsterdam maakte begin deze week bekend dat de stad in 2025 voor dertig procent op duurzame energie wil draaien.

Thomas Friedman had het in zijn boek over ‘Green Collar Jobs’, groeneboordenbanen. Die term had hij niet zelf bedacht, hij leende hem van ene Van Jones. Van (eigenlijk Anthony) Jones is de oprichter van Green for All, een organisatie die in Oakland probeert zo’n Green New Deal op lokaal niveau van de grond te krijgen. Voor Jones komt dat neer op heel veel lezingen geven; aan bestuurders en aan zaaltjes vol perspectiefloze, overwegend zwarte jongeren. De bestuurders krijgen zijn ‘bestuurders-rap’, de jongeren krijgen zijn ‘straat-rap’. Binnenkort gaan er mensen heel veel geld verdienen met zonnepanelen, houdt hij de jongeren bijvoorbeeld voor. „En ik wil dat jullie dat zijn.”

Sinds maart werkt Van Jones op het Witte Huis, waar hij in een commissie zit die moet adviseren over groene banen. Deel van Obama’s pakket stimuleringsmaatregelen voor de economie is het voornemen om in tien jaar tijd vijf miljoen groeneboordenbanen te scheppen.

In oktober 2008 publiceerde Jones een boek. The Green Collar Economy, How One Solution Can Fix Our Two Biggest Problems heet het en het is een hartstochtelijk, inspirerend pleidooi voor een groene Xtreme make-over van Amerika, een omslag naar schone energie en naar herintegratie van Amerika’s uitgerangeerde onderklasse. Wind- en zonne-energie, isolatie van bestaande en recycling van oude gebouwen is arbeidsintensief en kan niet uitbesteed worden. „Je kunt je huis niet naar China verschepen om het daar te laten isoleren.” Volgens Jones staan ondernemers te trappelen om met hun schone vindingen de wereld te veroveren.

Het boek biedt zicht op nieuwe vormen van werk. Laagopgeleiden kunnen leidingen isoleren, scheuren in gebouwen dichten en lekkages verhelpen. De bouw van slimme elektriciteitsnetten, systemen om water te recyclen en het recyclen van bouwmateriaal en oude auto’s, zorgen voor werk voor beter opgeleiden. De eerste gespecialiseerde opleidingen zijn er al. De huidige ‘Raw Deal’, schrijft Jones, verspilt menselijk talent en materiaal. In de Green New Deal zal het management van energie en economie geraffineerder, ingewikkelder en dus arbeidsintensiever zijn.

Het klinkt hoopvol en inspirerend, maar is het ook uitvoerbaar? De kans is niet groot dat de werklozen van nu en de zonnepaneelmonteurs van morgen dezelfde groep vormen – dan zouden de werklozen van nu ook wel de loodgieters van vandaag zijn. Een slooppremie voor oude auto’s levert banen op, maar laat ook werk verdwijnen: de reparateurs van die oude auto’s kunnen een uitkering gaan aanvragen. Meer werk in de zonne-energie, maar minder in de olie-industrie. Jones voorstellen vergen enorme overheidsinvesteringen, terwijl ze relatief weinig uitstoot besparen. Dan is een koolstoftax een stuk eenvoudiger.

Toch bevat The Green Collar Economy twee belangrijke observaties. De eerste is dat het klimaatdiscours een volstrekt elitaire zaak is. Het gaat over de hoofden van de meeste mensen heen. Het is ‘eco-sjiek’, het draait om „duur biologisch eten, rondrijden in een Prius en het aanschaffen van zonnepanelen”. Wie daar geen geld voor heeft, schrijft Jones, ziet het als „ijsberen redden”. Iets wat niks met hem te maken heeft, maar iets voor kinderen, snobs en hippies.

The Green Collar Economy leest als een dringende oproep om daar iets aan te doen. Anders kunnen we de massale mentaliteitsomslag die nodig is om het klimaat te redden wel vergeten. En omdat de groene economie „van een plek waar rijke mensen geld kunnen uitgeven”, zal veranderen „in een plek waar gewone mensen geld kunnen verdienen”, is het zaak het klimaat voortaan heel anders te verkopen.

Het is de onderklasse die langs snelwegen woont en onder de rook van vervuilende centrales. Het zijn laagopgeleiden die iets te winnen hebben als er mensen nodig zijn voor het isoleren van gebouwen. De ‘ecopopulist’, of dat nu een activist is of een politicus, spreekt mensen dus daar aan waar ze het meest geraakt worden: op hun gezondheid en in hun portemonnee. Hij spreekt bovendien altijd in oplossingen, nooit in problemen, want negativiteit versterkt machteloosheidsgevoelens en passiviteit. Zeg dus nooit: we willen vervuilende auto’s weg hebben. Zeg altijd: we willen een astma-vrije stad.

‘Greening the getto first’ – Van Jones is al de ‘Martin Luther King van het klimaat’ genoemd. In een portret van hem dat het tijdschrift The New Yorker publiceerde, stond dat hij als kind parlementje speelde met zijn Star Wars-poppetjes. Op zijn iPod heeft hij voornamelijk speeches staan – van Churchill, Martin Luther King.

Als zijn boek iets is, dan is het een heldere les in basiscommunicatie voor politici die impopulaire klimaatregelingen op stapel hebben staan. Zijn peptalk van hoop en daadkracht doet natuurlijk denken aan die van streetworker en ex-collega Obama, net als zijn oprechte passie. Jones, en dat is zijn tweede belangrijke punt, is ervan overtuigd dat armen het uitgangspunt moeten zijn bij klimaatpolitiek, in plaats van de groep voor wie aan het slot van het beleidsproces nog snel compensatie geregeld moet worden. Ook dat maakt zijn boek waardevol.

Jones heeft overigens wel nog inhoudelijk advies voor de elite. Bevoordeling en subsidiëring van vuile energie moet snel verdwijnen. Het weggeven van emissierechten, zoals Europa heeft gedaan en Obama wil doen om zijn klimaatwet erdoor te krijgen, is niet verstandig. Rechten veilen en de opbrengsten investeren in alternatieve energie levert het beste, én het zichtbaarste resultaat op. Externe kosten, het eufemisme dat in bedrijfsvoering gebruikt wordt voor milieuschade, moeten in producten en diensten geïncorporeerd worden. Wetten die burgers actief betrekken bij de energietransitie, verdienen de voorkeur.

The Green Collar Economy verscheen toen de omvang van de kredietcrisis nog niet zichtbaar was en er nog niet zo publiekelijk vraagtekens gezet werden bij het kapitalisme als inmiddels her en der gebeurt. Maar uit het oogpunt van duurzaamheid, schrijft Jones, was ons huidige, grotesk-verspillende economische stelsel toch al over zijn houdbaarheidsdatum heen. Het ontstond immers in de late achttiende eeuw, toen er „weinig mensen waren en heel veel natuur”. De situatie is nu omgekeerd.

Voorlopig lijkt het alsof de kredietcrisis veel groene projecten de kop zal kosten. Maar volgens Jones schuilt er voor het klimaat juist hoop in de kredietcrisis: die biedt politici de kans de economie te verduurzamen. Omgekeerd schuilt er voor de financiële sector hoop in het klimaat. Volgens de Britse socioloog Anthony Giddens zullen er allerlei slimme financiële producten nodig zijn om alternatieve energie mogelijk te maken, fijnmazig en met een verspreid rendement – slow money is het al ergens genoemd. Van Jones beschrijft een project in Berkeley waar buurtbewoners konden intekenen op woningisolatie, waarna iemand bij een lokale bank een voordelige collectieve lening bedong. Mooie pr, wellicht, voor een bank die weer wat maatschappelijk vertrouwen wil kweken. Maar in Doetinchem staan de banken voorlopig niet te springen om het plan Achterhoek Authentiek Anders te financieren.

Uit de groene visioenen van Jones doemt een heerlijke schone wereld op. Een wereld met minder kwantitatieve, maar meer kwalitatieve groei, met een verfijnder bestuurlijk stelsel en een economie ontdaan van verspilling en vervuiling.

Kan het? Er zijn hoopvolle voorbeelden, zoals de slimme wet in Duitsland die bezitters van zonnepanelen twintig jaar een vaste prijs garandeert voor stroom die ze aan het net leveren. Groen, slim, toegesneden op particulier initiatief en toch bijdragend aan de gemeenschap - yes, het kan!

Maar zoals elke zonnige utopie heeft ook deze een schaduwzijde. Die post-koolstofmaatschappij van Jones vereist flink wat coöperatie, een wel erg actief burgerschap plus de paradoxale combinatie van dynamisch ondernemerschap en dienstbare, zo niet kleffe samenwerking. De overheid lijkt er op Groene Grote Broer en iedereen heeft er ongeveer dezelfde levensstijl. Wat gebeurt er in zo’n samenleving met privacy en individualisme – en met koppige SUV-rijders? Moet de hele wereld Zweden worden om het klimaat te redden?

Natuurlijk heeft Jones hier de antwoorden niet op. Maar je moet het hem nageven: hij werpt de vragen en voorstellen tenminste op.

Van Jones, ‘The Green Collar Economy. How One Solution can Fix our Two Biggest Problems’. Harper One, 238 blz. 28,99 euro.

Meer over Thomas Friedman: nrcnext.nl/links. Meer over Val Jones: www.greenforall.org