Kritiek Obama op Israël versterkt Abbas

President Obama ontving gisteren zijn Palestijnse collega Abbas. Hij zei zeker te zijn dat het vredesproces weer kan vooruitkomen.

Israël, de Palestijnse Autoriteit en de internationale gemeenschap moeten „dit” weer „op gang brengen”, zei de Amerikaanse president Barack Obama gisteren na een ontmoeting met de Palestijnse president Mahmoud Abbas. ‘Dit’ – daarmee bedoelde Obama het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen. „Ik weet zeker dat we weer vooruitgang kunnen boeken in dit proces.”

Na de ontmoetingen met Abbas en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu vorige week weet Obama dat de belangrijkste gesprekspartners er zeker niet zo positief over denken. Van het door Amerika zo vurig gesteunde overleg tussen Israël en de Palestijnen is inmiddels ook wel de laatste schijn van vooruitgang af. Netanyahu en Abbas praten nu niet met elkaar. Gesprekken staan niet gepland.

Het is duidelijk dat de Verenigde Staten zich concentreren op de Israëlische nederzettingenpolitiek als belangrijkste obstakel voor vrede. Immers, op de bezette Westelijke Jordaanoever moet een toekomstige Palestijnse staat gevestigd worden. Maar de bouw van ruim 200 joodse nederzettingen in bezet gebied heeft de ‘feiten op de grond’, zoals diplomaten het altijd noemen, totaal veranderd. Israël liet deze week weten de herhaalde Amerikaanse oproepen om alle bouw in de nederzettingen te stoppen, naast zich neer te leggen.

De uitgesproken kritiek van Obama op de Israëlische nederzettingenpolitiek is een steun in de rug voor Abbas. De president en zijn belangrijkste onderhandelaar, Saeb Erekat, weten dat de toegenomen energie van Washington in het vredesproces ruimte biedt om ook voorwaarden te stellen. Abbas’ naaste vertrouweling, de voormalige premier Ahmed Qurei, stelde deze week dat zolang de bouw in nederzettingen doorgaat op de Westelijke Jordaanoever, verder praten zinloos is. Daarmee verklaarde hij de slepende onderhandelingen die na de top in Annapolis in het najaar van 2007 waren begonnen, de facto dood.

Abbas wilde gisteren in Washington nog net niet zo ver gaan. Hij hield Israël aan eerder gemaakte afspraken, onder meer de zogeheten Routekaart voor Vrede uit 2003, waarin Israël beloofde alle illegale buitenposten die na maart 2001 waren gesticht, op te heffen. Een nieuwe schending van die afspraak zou het vredesproces volgens Abbas’ onderhandelaar Saeb Erekat „niet overleven”.

Abbas kan deze ruimte goed gebruiken, want zijn legitimatie moet hij dezer dagen vooral in het buitenland zoeken. Het presidentschap van de leider van Al-Fatah is buitengewoon zwak. De overgrote meerderheid van de Palestijnse bevolking vindt dat hij al veel eerder had moeten stoppen met vredesonderhandelingen met Israël.

Ook in zijn eigen partij is Abbas al lang niet meer de onbetwiste leider. Palestijnen lachen om de noodregering van getrouwen die Abbas eerder deze maand instelde. In het slepende conflict met aartsrivaal Hamas heeft Abbas de macht op de Westelijke Jordaanoever in handen genomen en verkiezingen uitgesteld. Abbas’ regime wordt feitelijk in leven gehouden door Israël en de internationale gemeenschap.

De president, wiens termijn overigens begin dit jaar formeel afliep, leeft al jaren als een evenwichtskunstenaar. Zonder steun van het Westen kan hij niet, dus hij kan zich niet te fel afzetten tegen Israël. Aan de andere kant is dat precies wat de bevolking van hem vraagt. De openlijke kritiek van Clinton en Obama op de nederzettingenpolitiek van Israël bieden hem een kans onder de eigen bevolking aan gezag te winnen.