Kremlin onderwerpt de rechtspraak

Nu de president het recht heeft de voorzitter van het Constitutionele Hof te benoemen verdwijnt in Rusland de onafhankelijke rechtspraak, vrezen critici.

„Als het zo doorgaat, kunnen we ons rechtsstelsel binnenkort definitief begraven”, zegt oud-opperrechter Tamara Morsjakova. Ze is verontwaardigd over de eind vorige week aangenomen wet die de Russische president de macht geeft om in het vervolg de voorzitter van het Constitutionele Hof te benoemen.

Met die stap wordt korte metten gemaakt met de laatste onafhankelijke rechtinstantie van Rusland. Het feit dat die benoeming vervolgens nog moet worden goedgekeurd door de Federatieraad, de Russische Eerste Kamer, verzacht de pijn voor Morsjakova geenszins.

„Rusland heeft een éénpartijparlement dat alles doet wat de president wil. Door het ontbreken van een parlementaire oppositie kun je ons rechtsysteem dan ook niet vergelijken met dat van de Verenigde Staten, waar de president ook de leden van het Hooggerechtshof benoemt en het parlement die benoeming moet goedkeuren.”

Het aannemen van de wet leidde ook tot grote verontrusting onder de negentien rechters van het Constitutionele Hof, dat samen met het Hooggerechtshof en het Hoge Arbitragehof de hoogste rechterlijke macht van Rusland bekleedt. Slechts een van die rechters durfde in het openbaar kritiek te leveren, de anderen zwegen. „Ze zijn bang om hun baan te verliezen”, zegt Morsjakova overtuigd.

De 72-jarige Tamara Morsjakova weet waarover ze spreekt. Tussen 1991 en 2002 was ze zelf lid van het Constitutionele Hof en vanaf 1995 plaatsvervangend voorzitter. Sinds haar pensionering zit ze nog in de wetenschappelijke adviesraad van het Hof en is ze hoogleraar rechten aan de Hoge Economische School, een Moskouse topuniversiteit.

Op haar kamer in het gebouw van de Moskouse vertegenwoordiging van het Constitutionele Hof, dat in Sint-Petersburg vonnist, kritiseert ze de meest recente aanval van het Kremlin op de onafhankelijke rechtspraak. Omdat ze de enige ingewijde is die haar mond open durft te doen, wordt ze sinds een paar dagen belaagd door de Russische pers. Ieder uur geeft ze een nieuw interview.

Waarom de wet in een week tijd door het parlement werd gejaagd, is haar niet duidelijk. „Het Kremlin heeft geen officiële verklaring gegeven”, zegt ze. „Van onbetrouwbare lieden, zoals een Doema-afgevaardigde van Verenigd Rusland, heb ik achteraf wel wat vage argumenten gehoord. De enige subjectieve reden die ik zelf kan bedenken is dat er voor iemand uit de omgeving van Vladimir Poetin en Dmitri Medvedev, of misschien wel voor een van hen beiden, een toekomstige baan moest worden geschapen. Daarom is die wet nu aangenomen. Want als ze dat over drie jaar zouden doen – de huidige voorzitter van het Constitutionele Hof treedt dan af – zou het al te veel opvallen. Objectief beschouwd, denk ik dat Medvedev de onafhankelijkheid van het Hof wil inperken, zodat het in het vervolg alles doet wat hij verlangt.”

De benoeming van de voorzitter van het Constitutionele Hof was volgens Morsjakova aanvankelijk voortreffelijk geregeld. De personele organisatie van het Hof, dat in 1991 door president Boris Jeltsin werd opgericht, oogstte zelfs wereldwijde lof. „Onze voorzitter werd door de overige rechters van ons college in verschillende rondes gekozen. De huidige voorzitter kreeg zo veertien stemmen. In andere landen benijdden ze ons om die procedure, die we danken aan het feit dat Rusland pas laat in zijn geschiedenis een Constitutioneel Hof kreeg en we dat daardoor op een moderne manier konden inrichten. Bij de andere hoogste gerechtelijke instanties van Rusland, het Hooggerechtshof en het Hoge Arbitragehof, wees de president de voorzitter al aan.”

De nieuwe wet lijkt een nieuwe stap van het Kremlin om de rechtspraak aan zich te onderwerpen. Dat proces begon al onder president Poetin, die een jaar na zijn aantreden in 2000 de door zijn voorganger Jeltsin doorgevoerde hervormingen systematisch terugdraaide. Morsjakova: „Zo werd in 2001 een einde gemaakt aan de benoeming voor het leven van de voorzitters van alle gewone rechtbanken, waarmee hun onafhankelijkheid werd ondergraven. In het vervolg konden ze hoogstens twee keer voor zes jaar worden aangesteld en werden ze afhankelijk van hun superieuren.”

Bij het Constitutionele Hof, dat in 1991 werd opgericht, bekleedde de voorzitter slechts een korte ambtstermijn van drie jaar, waarna zijn collega’s een opvolger kozen. Volgens de nieuwe wet mag de voorzitter nu zes jaar aanblijven. Veel te lang, volgens Morsjakova, die vindt dat een rechter moet opstappen als zijn tijd gekomen is. Die nieuwe termijn kan bovendien alsmaar worden verlengd, tot aan het eind van zijn leven, mits de president die verlenging steunt.

En juist daarin schuilt volgens Morsjakova het grote gevaar. „De voorzitter van het Constitutionele Hof heeft grote persoonlijke invloed op de andere rechters van het Hof. Als hij wil, kan hij hun besluiten drastisch beïnvloeden. Dankzij de nieuwe wet zal hij straks alles doen om de mensen te dienen aan wie hij zijn benoeming dankt. Hij is politicus geworden en het is onduidelijk onder wiens gezag hij valt, onder dat van de rechtbank of dat van de president. Daardoor verliest hij zijn geloofwaardigheid bij de overige rechters van het Hof. Alle andere hoge rechtbanken hadden al een door de president benoemde voorzitter, alleen bij ons ging het anders.”

Volgens Morsjakova bestaan onafhankelijke rechtbanken in Rusland sowieso niet. Ze worden door de politiek gestuurd, zoals de afgelopen maanden opnieuw is gebleken in de showprocessen tegen Poetin-tegenstander Michail Chodorkovski en de inmiddels vrijgesproken verdachten van de moord op journaliste Anna Politkovskaja. „Een voorzitter van een rechtbank kan iedere rechter ontslaan als diens uitspraken hem niet bevallen. In het Westen betekent rechterlijke immuniteit dat een rechter niet door een meerdere kan worden ontslagen. Bij ons bestaat die situatie in de praktijk niet. Als bijvoorbeeld van een rechter meerdere uitspraken in hogere beroep ongedaan worden gemaakt, kan dat al een reden voor ontslag zijn. Na dat ontslag kan een rechter hoogstens nog aan de slag als advocaat.”

Wat blijft er door de nieuwe wet over van het beeld van president Medvedev, die geen gelegenheid voorbij laat gaan om zich als ‘jurist’ en beschermer van de rechtsstaat te manifesteren? „Zijn woorden zijn één grote Potemkin-façade”, zegt Morsjakova. „Net als Poetin is hij afgestudeerd aan de vakgroep burgerlijk procesrecht van de universiteit van Sint-Petersburg. Anders dan de overige, liberale afdelingen van de juridische faculteit was die vakgroep een reactionair bolwerk.”

Lees meer over Medvedev op het blog nrc.nl/moskou

    • Michel Krielaars