Kamer: schrap verbod op godslastering wél

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil alsnog het verbod op godslastering schrappen uit het Wetboek van Strafrecht. De oppositiepartijen SP, VVD en D66 kondigden daartoe gisteren een initiatiefwet aan, die steun krijgt van regeringspartij PvdA. Eerder die dag was duidelijk geworden dat het kabinet vandaag besluit om het bewuste artikel 147 niet uit de wet te halen.

Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) wilde het verbod op godslastering, een ‘dood’ artikel in het Wetboek van Strafrecht dat al tientallen jaren niet is gebruikt, schrappen. Maar tegelijk wilde hij de bescherming van gelovigen tegen aanvallen op hun religie via een ander wetsartikel over belediging en discriminatie, 137c, verduidelijken. Dat laatste stuitte eerder op weerstand in de Kamer. PvdA, SP, VVD en D66 vreesden dat de verduidelijking een verruiming zou betekenen, zodat de minister godslastering via een omweg kon blijven verbieden. Voor de christelijke partijen is het verbod op godslastering van grote symbolische waarde.

Hirsch Ballin laat zijn wetsvoorstel varen na een recente uitspraak van de Hoge Raad. Dat arrest dwarsboomt zijn voornemen om artikel 137c te verduidelijken, omdat het hoogste rechtscollege nu juist een beperkte uitleg aan het artikel heeft gegeven. Een man die een poster met de tekst ‘Stop het gezwel dat islam heet’ had opgehangen, werd vrijgesproken. Hirsch Ballin vindt dat met de uitspraak van de Hoge Raad de grond voor aanpassing van de wet is verdwenen.