Internet als wapen tegen repressie

Iran blokkeerde deze week de toegang tot de sociale netwerksite Facebook.

Dit soort internetdiensten zijn een populair actiemiddel. Maar hoe effectief is dat?

Oproerpolitie bij de Universiteit van Kairo op de 'Dag van Woede' op 6 april. Vorig jaar had mobilisatie van boze burgers via Facebook veel succes, maar dit jaar gingen weinigen de straat op. (Foto Reuters) Oproerpolitie bij de Universiteit van Kairo op de ‘Dag van Woede’ op 6 april. Vorig jaar had mobilisatie van boze burgers via Facebook veel succes, maar dit jaar gingen weinigen de straat op. Foto Reuters An Egyptian student walks past riot police in front of Cairo University April 6, 2009. Egyptian police are deployed throughout the country in preparation for a nationwide protest called by opposition groups, with dozens of people arrested in the run-up to today's protest. REUTERS/Asmaa Waguih (EGYPT POLITICS CONFLICT SOCIETY IMAGE OF THE DAY TOP PICTURE) REUTERS

Om de oppositie een wapen in de campagne voor de presidentsverkiezingen uit handen te slaan ontzegde de Iraanse regering haar burgers een paar dagen geleden de toegang tot de sociale netwerksite Facebook.

Netwerksites als Facebook en Twitter, evenals politieke blogs winnen razendsnel aan populariteit in het Midden-Oosten. Oppositieactivisten maken er dankbaar gebruik van om hun boodschap te verspreiden en acties te organiseren. Maar is internet een effectief wapen? De meningen van betrokkenen zijn verdeeld. De Iraanse overheid was bij nader inzien toch niet zo bezorgd en hief al snel de blokkade van Facebook op.

De Egyptische commentator Mona Eltahawy schetste in World Policy Journal een scenario waarin de Facebook-generatie uiteindelijk de macht overneemt in Egypte en een vrouw mufti, hoogste islamitische rechtsgeleerde, wordt in het ultraconservatieve Saoedi-Arabië. „Je moet de Facebook-generatie en haar macht om niet alleen Egypte en Saoedi-Arabië te veranderen, maar de hele regio, niet onderschatten”, schreef Eltahawy.

Maar volgens de Amerikaanse expert Marc Lynch – op internet beter bekend als Abu Aardvark – moet op de korte en middellange termijn niet worden verwacht dat nieuwe mediatechnologieën de Midden-Oosterse politiek radicaal gaan veranderen. Een tijdje hielpen de nieuwe media de activisten in Egypte, Bahrein en elders klappen uit te delen „maar uiteindelijk kwamen de regimes bij en werd het echte machtsevenwicht duidelijk”, schreef hij eind vorige maand in zijn blog op foreignpolicy.com.

„Ik heb getwitterd en gefacebookt dat ik het totaal niet met hem eens ben”, reageert de Bahreinse internetactviste Esra’a al-Shafei op vragen per e-mail over het standpunt van Lynch. Shafei (22) is oprichtster van Mideast Youth, een groep „digital natives” die internet gebruiken om verandering te bewerkstelligen. „We stellen taboes en andere kwesties aan de orde over ogenschijnlijk totaal ondoordringbare nationale, sociale, politieke, etnische en sektarische grenzen heen”. Ze werd vorig jaar onderscheiden met een prijs van Harvard University voor internetinnovatie.

„Niemand zegt dat ons werk de dingen van de ene op de andere dag zal veranderen, maar elke kleine stap doet ertoe”, schreef Shafei. „Hier een video op YouTube, daar een bericht op Twitter, een blog, een reactie, een commentaar. Die helpen een bepaalde politiek aan het licht te brengen en te veranderen [..] Uiteindelijk is het web het centrum van alle discussie. Iedereen kan zo pessimistisch zijn als hij wil, maar wij gaan bewijzen dat de pessimisten allemaal ongelijk hebben en we gaan dat snel doen.”

In Egypte boekten de bloggers Wael Abbas en Nora Younis in 2005 successen toen ze op internet beelden publiceerden van de seksuele foltering van een arrestant en berichten schreven over seksueel getint geweld tegen vrouwelijke demonstranten. Maar met arrestaties van internetactivisten – een paar weken geleden nog een blogger wegens „misbruik van het democratisch klimaat in het land om het regime omver te werpen” – en andere middelen kreeg het regime de situatie onder controle. Nu, mailde Younis desgevraagd, is de regering bezig met wetgeving om greep te krijgen op berichten op internet.

In zijn artikel wees Lynch op het falen van de Egyptische jongeren om dit jaar betogers op de been te krijgen. Vorig jaar escaleerde door mobilisatie via Facebook een staking in de textielindustrie tot een landelijk protest tegen hoge voedselprijzen en de politieke verlamming. Maar oproepen tot een nieuwe ‘Dag van woede’ werden spaarzaam beantwoord.

Volgens Lynch is relatief veilig activisme op Facebook één ding, maar collectieve actie op straat te midden van oproerpolitie en hardhandige veiligheidsagenten in burger iets heel anders. „Autoritaire regimes kunnen makkelijk de kosten van participatie verhogen door een paar leden de duimschroeven aan te draaien of wat betogers in elkaar te slaan.” Bovendien, betoogde hij, is het door de publieke aard van Facebook makkelijk voor de autoriteiten leiders te identificeren die moeten worden uitgeschakeld of zichzelf ook aan te melden bij een Facebook-groep om in de gaten te houden wat er wordt bedisseld.

De repressie door de overheid dwingt activisten zich tot hun computerschermen te beperken en houdt hen weg van de straat, „en die is het werkelijke strijdtoneel”, bevestigde Nora Younis. „Blogs kunnen de maatschappij liberaliseren en een tolerante ruimte creëren. Maar zonder rechtsstaat en respect voor mensenrechten betwijfel ik dat internet politieke verandering kan afdwingen.”

Internet is niet meer dan een – belangrijk – instrument, onderstreepte ze. De successen van 2005 vielen samen met zware Amerikaanse druk op president Mubaraks regime. „Zonder toegang tot straatactivisme, vrijheid van vergadering, vrijheid van meningsuiting vraag ik me af of verdere vruchten zullen worden geoogst.”

In antwoord op nadere vragen naar voorbeelden van successen van internetactivisme noemde Shafei „de enorme hoeveelheid mensenrechtenschendingen die is ontdekt”, de gratie voor een Saoedisch meisje dat was verkracht maar zelf was veroordeeld wegens omgang met een niet-verwante man, en de aandacht voor minderheden als de baha’i’s en Koerden na tientallen jaren censuur en discriminatie. „En ik kan doorgaan!”

Maar de Saoedische student Ahmed Omran, als Saudi Jeans een van de bekendste politieke bloggers in zijn land, reageerde een stuk minder optimistisch. „Je hebt optimisten als Mona [Eltahawy] die denken dat er gauw verandering komt en de niet-zo-optimisten als Lynch. Ik denk dat we ergens in het midden zitten. Internet verandert het gezicht van activisme in de regio omdat het de mensen in staat stelt te communiceren en het makkelijker maakt andere en dissidente stemmen te laten horen. Maar tegelijkertijd is door de geringe aanwezigheid van internet in de meeste Arabische landen en de autoritaire aard van de regimes de invloed van dergelijk activisme betwistbaar.”

„Ik geloof dat het toneel interessant is. Maar het is te vroeg om een oordeel te vellen, dus, zoals ik altijd maar zeg: ik hou mijn adem niet in.”

Lees weblogs van de geïnterviewden via: nrc.nl/buitenland

    • Carolien Roelants