Hoe een mooi vonnis werd vernietigd

Ik vond het meteen een mooie uitspraak. Helder geformuleerd, krachtig onderbouwd, spannend over het voetlicht gebracht. Je hoort wel meer sterke vonnissen, maar die worden vaak bedorven omdat de rechter ’t niet melodieus voorleest. De mevrouw die dinsdag dienst deed voor de Amsterdamse rechtbank, en die Q. Falger bleek te heten (waar zou zo’n Q dan voor staan?) deed af en toe alsof ze de draad kwijt was, ze sprak ook een beetje gesyncopeerd, maar alles kwam op muzikale pootjes terecht.

Haar boodschap was eenvoudig: ‘Omgaan met agressieve personen, met ander ongewenst gedrag, en zelfs angstaanjagend gedrag, hoort bij het functioneren van politieambtenaren’.

Niet dan?

Die politieambtenaren (Q. bedoelde natuurlijk smerissen) worden op onze kosten in het genot gesteld van een stevige opleiding waarin ze leren terugslaan, arm uit de kom trekken, boksen, knijpen en allerlei andere handmatige manieren om een tegenstander uit te schakelen. Voor het geval ze toch nog het onderspit dreigen te delven, geven we ze aan hun riem een gummiknuppel mee, handboeien, pepperspray, en zelfs een pistool. Als het dan nóg niet lukt staan er om de hoek meestal nog twee bussen ME te wachten op het sein ingrijpen!

In het geval dat de aanstaande oom-agent niet tegen z’n taak is opgewassen is er halverwege de cursus naar ik hoop toch altijd wel een brigadier-docent die de minder geschikte pupil adviseert over te stappen naar de koekenbakkersschool? Agressiviteit hoort nou eenmaal bij de politie, zoals neerstorten of uitglijden bij alpinisme, milieuschade bij kernenergie en de kans op doodgaan bij alles. En als je een ziekenbroeder een stomp geeft moet je vijftig ramen van het Willem Dreeshuis lappen, wat méér is dan wanneer je een agent onvriendelijk bejegent (want die kon er op rekenen) dus als het daarom ging kom je er met veertig uur van af. Altijd méér dan vroeger, maar niet het dubbele.

Dank zij Q. Falger was mijn rechtsgevoel helemaal bevredigd.

Tot de avond naderde, en de stroom berichten aanwies die leken te willen bewijzen dat ik het bij het verkeerde eind zou hebben. De eerste tekenen waren nog niet zo erg verontrustend, omdat ze uit verdachte bron kwamen. De politievakbond – ja, wat wil je. Burgemeester Cohen – ook niet helemaal zuiver natuurlijk, die ziet de bui al hangen als hij binnen de driehoek ineens mevrouw Falger bijvalt. Maar allengs bleek het politiek alleen nog maar correct als je bereid was mevrouw Falger af te vallen, haar uitspraak belachelijk en schandalig of een vrijbrief te noemen om er maar meteen op los te meppen zodra je een smeris zag aankomen. De klap op de vuurpijl was natuurlijk de suggestie van het CDA-Kamerlid Coskun Cörüz om de hele trias politica op te doeken, zodat de strafmaat voortaan regelrecht in onze joods-christelijk-islamitische tradities kon wortelen. Tegen tienen was me duidelijk dat ik vrijwel alleen stond in mijn opvattingen, en ik had bijna Nova gebeld om te smeken of ik anderhalve minuut zendtijd mocht gebruiken om Q. te verdedigen op een manier waarop alleen nepadvocaten een client kunnen verdedigen in een nepprogramma van de Avro.

Maar het was al te laat. Ik zag hoe een chef-rechter van mevrouw Q. met een strak gezicht tegenover Twan Huys zat, want hij wist dat hij het als beschuldigde nog zwaar te verduren zou krijgen. Twan dingt immers al lang naar de Pulitzerprijs van de hardste interviewer van 2009, dus die herhaalt steeds vaker het antwoord van een ondervraagde in een nét iets bezwarender formulering.

Zo hoorde de chef-rechter de aanklacht aan dat de hele rechterlijke macht langzamerhand buiten de maatschappelijke werkelijkheid staat. En ik begreep dat ook mij het boetekleed paste.