Geweld tegen agent

Hoort het omgaan met agressieve burgers meer bij het werk van een politieambtenaar dan bij de taak van ambulancebroeders? De Amsterdamse politierechter vond deze week van wel en beoordeelde geweld tegen een ambulancebroeder dan ook als net iets ernstiger dan tegen een agent. Let wel: in beide zaken kreeg de dader een verhoogde straf.

Het Openbaar Ministerie constateerde achteraf dat in 70 procent van de zaken de rechter de officier had gevolgd. In hoger beroep wil het OM nu ook de rest binnenhalen. Met het strafklimaat voor geweld tegen ambtenaren lijkt dus weinig mis. Toch zorgde de genuanceerde afweging van de rechter in Amsterdam voor ophef.

In het overspannen publieke debat wordt de afweging van de Amsterdamse rechter ten onrechte uitgelegd als een vrijbrief om politiemensen aan te vallen. De Raad van Hoofdcommissarissen denkt dat de geloofwaardigheid van de politie op het spel is gezet. De politie voelt zich met dit vonnis „niet gesteund bij de handhaving van het gezag”. Onwillekeurig spreekt daar ook een gebrek aan zelfvertrouwen uit.

Stond in deze ene zaak dan zoveel op het spel? Waarom is van een incident een nationale kwestie gemaakt? En waarom tonen de hoofdcommissarissen geen bestuurlijke kalmte en laten zij de rechterlijke macht ruimte om de jurisprudentie verder te ontwikkelen? Zo groot lijkt de afstand in opvattingen immers niet.

In deze zaak motiveerde de rechter de strafverhoging juist met de overweging dat geweld tegen de politie „extra verwerpelijk” is wegens de aantasting van het gezag. Het staat al jaren buiten kijf dat geweld tegen ambtenaren strenger bestraft moet worden dan tegen burgers.

Sinds 2006 eist het Openbaar Ministerie zelfs extra verhoogde straffen bij geweld tegen ambtenaren. Daarin gaat de rechter meestal gehoorzaam mee, met af en toe eens een kanttekening. In de rechtszaal gaat het debat alleen nog over de vraag hoe stevig de extra verhoging moet uitvallen.

Maar wie deze week naar het CDA luisterde zou denken dat de rechter had vrijgesproken. Het Tweede Kamerlid Çörüz meende dat dit vonnis zelfs geweld tegen politiemensen kon uitlokken. Alsof politiemensen ongewapend en ongetraind zijn. Een ambulancebroeder schiet, peppert of knuppelt niet terug. Die heeft dus inderdaad aanspraak op net iets meer bescherming door de rechter.

Uit dergelijke reacties spreekt ook een gebrek aan fiducie in rechterlijk maatwerk en in andere straffen dan de strengst mogelijke. Nuanceren en relativeren zijn taboe geworden.

Nationaal Ombudsman Brenninkmeijer schreef in het Nederlands Juristenblad vorige maand dat de zerotolerancehouding die de politie aanneemt een keerzijde heeft. „De politie staat [...] voor de keuze om met professioneel handelen escalatie te voorkomen of om met het publieke sentiment mee te gaan en steeds intoleranter te worden.” Geweld tegen de politie is inderdaad een beroepsrisico waarop de politie zelf ook invloed heeft. En iedere agent weet dat.