Europese dochters GM bang voor hulp aan Opel

Europese landen die net als Duitsland autofabrieken van General Motors binnen hun landsgrenzen hebben vrezen dat een reddingsactie van de Duitse GM-dochter Opel ten koste gaan van hun fabrieken. GM heeft tien fabrieken in Europa, onder meer in Duitsland (Opel), Zweden (Saab), België en Groot-Brittannië (Vauxhall).

Als Berlijn de Duitse Opel-fabrieken een financiële injectie geeft, lopen fabrieken elders in Europa een groter risico op saneringen, zo wordt gevreesd. Vanmiddag praten de industrieministers van de Europese Unie hierover. Die zijn al bijeen, maar hun ontmoeting is op verzoek van de Duitse eurocommissaris van Industrie Verheugen verlengd.

Niemand zegt dat Duitsland, dat vandaag verder onderhandelt over de vraag wie de resten van GM in Europa mag kopen, de Europese staatssteunregels schendt. Niemand weet hoe de deal eruitziet, laat staan of en hoeveel geld Berlijn in Opel wil steken. Maar de bezorgdheid is groot.

De Vlaamse premier Kris Peeters zei deze week: „We moeten niet in een situatie terechtkomen waarin iedereen tegen elkaar opbiedt. Waarbij Duitsland ergens mee komt en wij dat maar moeten volgen.” De Belgische premier Herman van Rompuy schreef zelfs een bezorgde brief aan de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso.

Staatssteun is aan Europese regels gebonden. Die komen erop neer dat regeringen niet eigen, nationale bedrijven mogen voortrekken ten koste van buitenlandse bedrijven. De crisis zet die regels onder druk en Opel is daar het zoveelste voorbeeld van.

De Duitse bondskanselier Merkel protesteerde zelf toen de Franse president Sarkozy in februari staatssteun aan Franse autofabrikanten beloofde in ruil voor de garantie dat ontslagen niet in Frankrijk zouden vallen. Dit ontketende een Europese rel: als alle landen hun eigen industrie voortrekken, kan er moordende competitie tussen landen losbreken. Uiteindelijk haalden de Fransen bakzeil.

Nu kijkt iedereen met argusogen naar Duitsland. In september zijn daar verkiezingen, waardoor Merkel Opel-werknemers moeilijk aan hun lot kan overlaten. Commissiefunctionarissen hebben Duitse ambtenaren meermalen gewezen op wat ze wel en niet kunnen doen.

Vervolg Opel: pagina 13

Kroes let scherp op Duitsland

Vervolg Opel van pagina 1

Als EU-landen nationale bedrijven voortrekken, zakt de interne markt in – het hart van de Europese samenwerking. Staatssteun mag wel, maar onder strikte voorwaarden. Door de crisis zijn deze regels enigszins versoepeld. Zo mogen bedrijven die vóór de crisis gezond waren, tijdelijk geholpen worden. Staatssteun voor groene auto’s mag ook.

Toen banken vorig najaar dreigden om te vallen, vond eurocommissaris Neelie Kroes (Mededinging) dat regeringen hen moesten kunnen redden omdat banken vitaal zijn voor de economie – maar tijdelijk en zodanig dat buitenlandse banken niet werden benadeeld.

Op 12 mei „herinnerde” de Commissie Duitsland aan zijn Europese verplichtingen en de noodzaak om Brussel op de hoogte te houden. Kennelijk schiet dat laatste er de laatste weken bij in.

Commissaris Verheugen biedt zijn landgenoten vandaag de kans begrip te kweken in Brussel. „Verheugen heeft zijn Duitse pet op vandaag,” zegt een ingewijde. Maar als Kroes streng moet zijn tegen Merkel, zal zij niet aarzelen. Want als zij voor één land een uitzondering maakt, walsen alle andere over haar heen.