Er was al langer een wantrouwen jegens virtueel geld

Halldór Laxness: Salka Valka. Vertaald door Marcel Otten. De Geus, 566 blz. € 27,90 Nobelprijswinnaar literatuur

Halldór Laxness: Salka Valka. Vertaald door Marcel Otten. De Geus, 566 blz. € 27,90

Op verschillende plekken in de zomer van 1931, zowel in Parijs en Leipzig als in een vissersdorp ten zuiden van Reykjavik, schreef de IJslandse Nobelprijswinnaar Halldór Laxness (1902- 1998) zijn weergaloze Salka Valka. Nu, zo’n tachtig jaar later, blijkt Laxness’ roman een profetische kwaliteit te bezitten. In die tijd was Laxness een overtuigd voorstander van sociale rechtvaardigheid en sympathiseerde hij met het communisme, zonder ooit lid te worden van de partij. Ongelijkheid tussen arm en rijk, tussen vissers en kooplieden was hem een doorn in het oog.

Een mooi hoofdstuk in Salka Valka, genoemd naar de vrouwelijke heldin van het boek, gaat over de manier waarop in IJsland geld wordt beheerd. De vermogende koopman Johan Bogesen houdt er voor alle inwoners van het dorp een boekhouding op na. In de kustplaats Oseyri, waar de roman zich afspeelt, bestaat nagenoeg geen tastbaar geld; de vissersmannen en -vrouwen hebben een rekening lopen bij Bogesen, en dat zal de een na de ander noodlottig worden. Wie iets koopt, krijgt van Bogesen een getal met een min op de rekening; wie iets verkoopt, krijgt een plus. Zo gaat het jaren door, zonder dat men zicht heeft op zijn financiële situatie.

Met gestileerde woede beschrijft Laxness de onmacht van de lokale bevolking hier iets aan te veranderen: ‘Dat geloofsartikel „een rekening-courant bij Johan Bogesen” is in wezen net zo abstract als het geloof in de openbaring Gods... het betekent doorlopend krediet in visarme jaren... en als klap op de vuurpijl betekent deze ongeëvenaarde religie de zekerheid dat je niet op kosten van de gemeenschap begraven hoeft te worden’.

De anti-kapitalistische houding van de auteur geeft hem een cynische kijk op duistere, financiële transacties. Maar er is meer aan de hand. Het is alsof de boekhouding van koopman Bogesen al verwijst naar de oorzaak van de huidige financiële crisis: mensen geloven in virtueel geld. Bankiers en hun employees deden decennia niets anders dan het geloof in deze ‘ongeëvenaarde religie’ in stand houden. In noodlijdende, afgelegen dorpen van IJsland werd geld gezien als een ‘openbaring Gods’. Bankdirecteuren deden graag aan dit bijgeloof mee, en verrijkten zichzelf op schandalige wijze.

Armoede is de rode draad in het boek. En bij armoede hoort verzet. In het eerste deel schetst Laxness de aankomst van een bijzondere, maar nederige vrouw in de besloten gemeenschap van Oseyri. Zij is een vreemdelinge, en aan dit lot zal ze zich nooit kunnen onttrekken. Deze vrouw is de moeder van de latere hoofdpersoon Salka Valka; ook haar kind wordt als vreemdeling behandeld en vernederd door de kinderen op school. Laxness verwoordt het schrijnend: ‘Er was een tijd dat ze op de brug over de beek stond, zag hoe de kinderen zich vermaakten en dat ze wenste dat ze hun gelijke was en met hun spel mee kon doen.’ Zo ootmoedig als de moeder is, zo energiek is Salka Valka zelf. In schitterende passages krijgt zij kleur, gezicht, persoonlijkheid. Gaandeweg ontwikkelt Salka Valka zich tot een vrouw die, als het om onafhankelijk gedrag gaat, Madame Bovary of Anna Karenina in de schaduw stelt. Niet de onbeantwoorde liefde of radeloze hartstocht is haar drijfveer, maar de samenleving. Ze woont communistische bijeenkomsten bij en weet daadkrachtig haar plaats te bevechten.

Ondanks alle zakelijke aspecten is Salka Valka voor alles een boek vol poëzie, prachtig vertaald door Marcel Otten. Heldin Salka is zich bewust van het fragiele bestaan aan de wilde kust. De IJslandse natuur, de ongewisheid van het bestaan – Laxness beschrijft ze met evenveel virtuositeit als inlevingsvermogen.En de evocatie van de natuur is nooit sentimenteel: ‘In dit plaatsje leek nooit mooi weer te komen, want de Schepper experimenteerde altijd met Zijn hemel. Al met al kon je zeggen dat het favoriete weer van de Schepper regen was [...]. Vanaf de bergen komen dan minstens vijftig beken die door de moestuinen van het dorp stromen en plassen in de krotten vormen en watervallen aan de rand van de tuinen. De straten en paden van het dorp veranderen in ijskoude slijk- en modderstromen.’

    • Kester Freriks