Een Vlaamse serenade aan de thriller

Alle favorieten voor de shortlist van de Gouden Strop 2009, die op 2 juni wordt uitgereikt, zijn overgeslagen. Wat wil de jury met deze eigenwijze selectie zeggen?

Judith Visser Foto Mark Kohn Kohn, Mark

Het is nauwelijks voorstelbaar hoe revolutionair het lijstje genomineerden voor de Gouden Strop 2009 is. Niet enkele, maar álle favorieten voor de prijs zijn overgeslagen, terwijl de nominaties voor de thrillerprijs zich jaar na jaar kenmerken door een hele trits aan vaste namen. Maar of ze nou René Appel heten of Esther Verhoef, of ze al drie Stroppen hebben of honderdduizend exemplaren verkopen van elk boek, ze zitten er dit jaar niet bij.

Traditioneel hebben Stropjury’s niet de neiging de beste thriller te selecteren, maar het meest literaire of het meest intellectuele boek uit de jaaroogst. De laatste jaren komen ze regelmatig tegemoet aan de wensen van het vooral in psychologie geïnteresseerde bestsellerpubliek en nomineren ze dus ook Esther Verhoef en Simone van der Vlugt (Saskia Noort stuurt haar werk niet meer in). Beide tendensen ontbreken vrijwel geheel in de shortlist 2009, tot grote opwinding onder alle partijen.

De shortlist 2009 is dus een statement. De vraag is alleen: van wat? Op het eerste gezicht lijkt er helemaal geen lijn te ontdekken in de vijf genomineerde titels. Wat kan de jury 2009 dan hebben bezield om een shortlist samen te stellen die zoveel rumoer oplevert?

Er is op die vraag maar één antwoord mogelijk. De jury 2009 vindt het gehele Nederlandstalige thrillerlandschap de moeite waard. Ze stelt zich op als overijverige gids in een wildpark, bereid om alle facetten te tonen: het is rijk hier en groot en gevarieerd, kijk maar! Het is een jury van liefhebbers die pal achter de Nederlandstalige thriller staat.

Literaire gehalte

De eeuwige verwarring die Stropjury’s parten speelt is of ze een spannend of een goed geschreven boek moet bekronen. Of iets breder: wat is het literaire gehalte van thrillers en hoe moet je dat waarderen? De jury 2007 koos het radicale literaire uiterste en besloot daarom dat het niveau van de inzendingen te laag was om het volle aantal nominatieplekken te benutten. De jury 2009 doet het tegenovergestelde.

Die enthousiaste houding is bewonderenswaardig en terecht. Alleen al uit de nominaties van dit jaar blijkt dat wie de polderthriller serieus neemt – en hem dus op zijn eigen merites beoordeelt! – in ons taalgebied heel wat moois en genietbaars kan vinden. Het scoren van dat punt is wel een paar scheve gezichten waard, al blijft het moeilijk te verteren dat de prachtige boeken van Willem Asman, Jac. Toes en Felix Thijssen ook moesten sneuvelen.

Ja, de jury 2009 is moedig, maar welbeschouwd is ze overmoedig. In haar rapport bij de shortlist meldt de uit thrillerfanaten bestaande jury: ‘enkele hooggewaardeerde misdaadromans waren niet ingestuurd. Maar dit is niet ten koste gegaan van de gemiddelde kwaliteit.’

Dat is uit statistisch oogpunt een lastige zin. Als de hooggewaardeerde boeken het gemiddelde niet verhogen behoren ze immers op hun best tot de middenmoot. Waarom zijn ze dan hooggewaardeerd? Het spreekt voor de jury dat ze de statistiek, de wiskunde en de logica overboord wil zetten, omdat het haar enorme enthousiasme verraadt. Ze bedoelt met die onhandige zin natuurlijk niets anders dan dat de Nederlandstalige thriller zich gemiddeld op een hoog niveau bevindt.

Dat het palet van de Nederlandstalige thrillerschrijvers breed is, weet de jury goed aan te tonen. Ze doet dat onder andere met de nominatie van Judith Vissers Stuk, een psychologische roman over het getroebleerde bestaan van het middelbareschoolmeisje Elizabeth. De verwarde puber verandert gaande het boek in een soort She-Devil à la Fay Weldon, in staat tot een even emotieloze als gruwelijke moord.

Stuk is een knap jeugdboek (en had om die reden strikt genomen niet mogen meedingen), maar hoe vakbekwaam Visser dit psychodrama in een microkosmos ook neerzet, René Appel weet in hetzelfde subgenre aanzienlijk meer te doen met plotwendingen en spanningsopbouw. Sterker nog, René Appel mag geen groot stilist zijn, hij is Shakespeare vergeleken bij Judith Visser.

Ook met de nominatie van Gauke Andriesse overspeelt de jury haar hand. Stilzwijgen is een keurig boek waarin alles klopt, maar de stijl is braaf, bij vlagen op het ambtelijke af. De compositie is keurig en degelijk, de psychologie niet mal, maar ieder sexappeal ontbreekt. Aan de thematiek van Andriesses derde speurdersroman over Jager Havix ligt het niet. Zijn opmerkelijke verhaal over kunsthandel in WO II is beproefd thrillermateriaal. Bij Andriesse werkt het echter niet. Hij had het mysterie even goed in een degelijk geschreven opstel kunnen oplossen.

Hetzelfde geldt voor Andriesses tweede thema: mensenhandel op de Wallen, verborgen achter en deels gelegitimeerd door de Nederlandse prostitutiewetgeving. Het is aangrijpend wreed en Andriesses engagement is ongetwijfeld oprecht, maar ondanks de speurder die door het boek hinkelt, ontbreekt het thrillerelement. Zo breed is het palet nou ook weer niet, dame en heren juryleden!

Lomp en plat

Van de twee genomineerde Vlamingen is Luc Deflo met veertien romans in tien jaar de minst productieve! Deflo (die als nom de plume uitsluitend zijn achternaam gebruikt) is een waar vakman. Lust is een bij vlagen impressionistisch geschreven boek. Het is snel, het is hard, het is ook regelmatig lomp en plat. De psychologie is helder en Deflo schrijft uiterst effectief, bij tijden geestig en in elk geval nietsontziend.

Lust vertelt het noodlottige verhaal van twee gaandeweg tot waanzin gedreven vreemdgangers, versierder Dirk en stalkster Iris. Hun neergang is spannend en onthutsend. De verhaallijn is ondanks het grote aantal perspectieven rechtlijnig en onontkoombaar.

Lust is vakwerk, maar bij de originaliteit ervan vallen nog wel vraagtekens te plaatsen. Is het meer dan een variant op de film 9 ½ Weeks? Je kunt je zelfs afvragen of dit niet eerder een noodlotsdrama is dan een misdaadgeschiedenis. De grootste killer is echter de snoeiharde moraal aan het slot.

De enige geslaagde psychologische thriller in het rijtje is Daglicht van Marion Pauw. In korte, uitstekend gedoseerde scènes schetst Pauw de in elkaar grijpende levensverhalen van de autistische Ray en de alleenstaande advocate Lisa. Ray heeft tbs gekregen voor een moord die hij gezien zijn karakter niet kan hebben gepleegd. Lisa komt Ray op het spoor en probeert hem vrij te pleiten. De enige manier om dat te bewerkstelligen is het vinden van de ware dader.

Pauw weet zowel de hectiek van de werkende moeder als de dwangmatige eenvoud van de autist wonderwel te treffen en bovendien weeft ze er een subtiele plot doorheen. Pauw houdt de touwtjes strak en de sardonische humor fris: ‘Was moederliefde niet gewoon een vorm van het Stockholmsyndroom?’

Het enige boek waarin de taal meer is dan het voertuig van de gedachte is Bavo Dhooges Stiletto Libretto. Dhooge schrijft net als Elvin Post in de stijl van Elmore Leonard: droogkomisch, over kleine criminelen in een wereld met een hoogst eigen, absurdistische ethiek. Als zo’n geboren mislukkeling bij toeval de kopij vindt van een roman over het leven van een gangster, ruikt hij een kansje. Hij geeft het uit, doet zichzelf als de auteur voor en komt erachter hoe echte criminelen reageren op hun ongeautoriseerde biografie.

Stiletto Libretto is zodoende een thriller over misdaadromans en (gebrek aan) verbeeldingskracht. Het is slapstick met een deugdelijk plot, fraaie personages en komische dialogen, maar bovenal is het een parodie op het genre. Een puur Amerikaanse setting versterkt dat parodistische gehalte, maar het eigenaardigst is toch wel Dhooges taaleigen. Hij laat geen gelegenheid onbenut om Stiletto Libretto op een slecht vertaald Amerikaans boek te laten lijken. A play within a play within a play.

Marion Pauw vormt voor het hand liggende compromis tussen literatuurliefhebbers en thrillerminnaars. Wil de onliteraire thrillerjury van 2009 pek en veren ontlopen, dan zal ze Pauw moeten bekronen. Maar wat zou het geweldig zijn als ze het lef heeft om te kiezen voor Dhooges parodie. Een parodie is altijd een eerbetoon en aangezien deze jury van de thriller houdt om de thriller, moet deze serenade aan de thriller wel haar favoriet zijn. Ironisch genoeg zou daarmee ook het meest literaire boek uit de selectie winnen. Een postmoderne thriller die het hele genre in de staart bijt, dat is nog eens literair.

Judith Visser: Stuk. De Boekerij, 302 blz. € 19,-.Gauke Andriesse: Stilzwijgen. Atlas, 256 blz.€ 18,90.Deflo: Lust. Manteau, 326 blz. € 21,95Bavo Dhooge: Stiletto Libretto. Manteau, 320 blz. € 19,95Marion Pauw: Daglicht. Anthos, 308 blz. € 20,-