Een mooi voorbeeld van gestrengheid

Het onderwijsniveau daalt de laatste jaren, zegt de minister van Onderwijs. De examentijd is hét moment om de balans op te maken. Ditmaal: het examen Frans voor vmbo-t.

Jan Siebelink Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Jan SIEBELINK,auteur.foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Velp/Ijssel. 12 september 2005 Mentzel, Vincent

Minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) pleitte deze week voor strengere scholen. Vooral kinderen „uit achterstandsgezinnen hebben de structuur en de gestrengheid op school nodig”.

Eindelijk. Zegt romanschrijver en gepensioneerd docent Frans Jan Siebelink. Als gefortuneerd schrijver hoeft hij zich niet meer druk te maken over het onderwijs. Maar dat doet hij wel. Plasterk signaleerde vorig jaar dat het onderwijsniveau daalt. Siebelink zegt dat al veel langer en maakte het tot onderwerp van zijn boeken. „Met het onderwijs is de laatste twintig jaar achteloos omgesprongen.”

Gisteren bekeek Siebelink het examen Frans voor de theoretische leerweg in het vmbo. Hij was aangenaam verrast. „Een mooi voorbeeld van die nieuwe gestrengheid waar Plasterk het over heeft.” Want het was een leuk examen, zegt hij. „Ook behoorlijk pittig, met goede en eigentijdse teksten. Over pizza’s, een stuntvrouw, een reageerbuisbaby en gorilla Bokito. En met moeilijke woorden en veel oog voor werkwoordsvormen als subjonctif en conditionnel.” Maar jammer dat het onderwijs eerst werd afgebroken, voordat het nu weer kan worden opgebouwd.

Siebelink verliet het onderwijs in 2002. Hij zag de mavo, „een mooie, kleinschalige, school voor de kleine luyden”, plaatsmaken voor het vmbo-t, gehuisvest „op grootschalige scholengemeenschappen waar de kinderen verzuipen door gebrek aan aandacht”. Vooral de kleine luyden van nu verzuipen er, kinderen van allochtone komaf, zegt Siebelink.

Hij zag de schaalvergroting in het onderwijs ook leiden tot anonieme scholen met een vergadercultuur, clusterleiders en ‘projecten kwaliteit’. Siebelink gruwde ervan. „De enige mensen die iets op een school te zoeken hebben zijn docenten en leerlingen. Ja, en een rector, twee conrectoren en een roostermaker. Maar in het huidige onderwijs kom je alleen hogerop als je stopt met lesgeven en gaat managen. Onbegrijpelijk.”

Nog zo’n misser: de invoering van de Tweede Fase, in 1998, zegt hij. Toen werden nieuwe vakkenpakketten ontwikkeld op havo en vwo, werd het aantal vakken uitgebreid, de inhoud ervan veranderd.

Op zijn eigen Marnix College in Ede mocht ineens geen literatuur meer gegeven worden. Het aantal boeken op de literatuurlijst werd gehalveerd tot zes. Het aantal uren Frans daalde. De moderne talen werden aanvankelijk opgesplitst in een keuzevak (‘heelvak’) en een verplicht ‘deelvak’, alleen gericht op tekstbegrip. Voor dat ‘deelvak’ hoefden leerlingen geen woordjes meer te leren en geen werkwoorden meer te leren vervoegen. „In strijd met elk gezond verstand vond ik dat”, zegt Siebelink.

Daar kwam het Studiehuis overheen: leerlingen moesten zelfstandiger werken, leren projectmatiger te werken, in groepjes. De docent moest meer begeleider worden, coach, in plaats van de leider van het onderwijsproces.

Siebelink begreep het niet. „Dat we in een tijd met steeds meer eenoudergezinnen, meer ouders die allebei werken, in een tijd dat kinderen op school zoeken naar geborgenheid, geruststelling en structuur, de meest ongeordende vorm van lesgeven hebben ingevoerd. Ja, de elite kan vier maanden werken aan een project! Maar voor de doorsnee leerling werkt dat niet! Je moet deze leeftijdgroep juist bij de hand nemen.”

Op het Marnix College moesten de leerlingen van de schoolleiding in groepjes gaan zitten. „In plaats van achter elkaar in de klas.” Er kwamen potten thee op tafel, en er werd beduidend meer „geleuterd” in plaats van „keihard gewerkt”. Siebelink mocht nog maar tien minuten klassikaal les geven. „Dan ging er een bel, en moesten de leerlingen voor zichzelf werken. Maar dan gingen ze natuurlijk toch vragen stellen en moest ik alles tien keer uitleggen, in plaats van één keer klassikaal. Na drie weken zeiden de leerlingen ‘geef nou maar weer gewoon les’. En dat ben ik toen gaan doen.”

Tegenwoordig zijn de meeste onderwijsvernieuwingen uit die jaren teruggedraaid. Het onderscheid tussen ‘heelvak’ en ‘deelvak’ is dit jaar afgeschaft, nog maar weinig scholen geven strikt volgens de principes van het Studiehuis les. Een commissie van docenten Frans onderzoekt de mogelijkheid Literatuur & Cultuur op te nemen in het eindexamen. En ‘stapelen’ – van vmbo via havo naar vwo – wordt makkelijker. Vmbo-t heet ook weer steeds vaker ‘mavo’.

Mooi, zegt Siebelink, maar zo laat. „Er is zo veel kapotgemaakt. De passie is uit veel leraren verdwenen. Hun vak is hun afgepakt. Ik vond troost en voldoening in het schrijven. Maar ik heb docenten zien verdwijnen omdat ze er niet meer tegen konden. Dat vind ik vreselijk verdrietig. Omdat het niet nodig was. Ik weet niet of we díé wond ooit weer dichtkrijgen.”

Leerlingen bloggen op nrc.nl/eindexamen

    • Japke-d. Bouma