Dierengeluiden in klassieke muziek

Het is geen wonder dat er zoveel dieren klinken in klassieke muziek. Dieren, vooral vogels, zongen en maakten al muziek, lang voordat mensen op dat idee kwamen.

Gibbon Foto AP A white-cheeked gibbon brachiates the exhibit during an enrichment session at the Roger Williams Park Zoo in Providence, R.I., Monday, Feb. 23, 2009. (AP Photo/Mary Schwalm) Associated Press

Olifanten kunnen al miljoen jaren trompetteren. Als Mozart, Beethoven of Mahler een symfonie schreven en ‘natuur’ wilden laten horen, dan lieten ze de instrumenten vogels nadoen. Bij de Franse componist Olivier Messiaen hoor je zelfs hele zwermen vogels kwetteren.

Oudere mensen vinden dat allemaal wel aardig, maar voor kinderen is het nog veel leuker. Toen ik heel lang geleden zelf een kind was, vond ik van alle klassieke muziek de Zesde symfonie ‘Pastorale’ van Beethoven het mooist: storm, bliksem en onweer en vooral die koekoek. Nu, vijftig jaar later, als ik dat zingen van de vogels in de concertzaal of op de plaat hoor, voel ik me weer net als vroeger en lijkt het alsof ik geen dag ouder ben geworden!

Klassieke componisten hebben speciaal voor kinderen ook muziek met dieren geschreven. Prokofjev maakt in Peter en de Wolf een rondgang langs de instrumenten in het orkest. De fluit zingt als een vogeltje, de hobo doet een eend na, de klarinet een kat en de hoorns huilen als wolven.

In Le carnaval des animaux (Het carnaval der dieren) laat de Franse componist Saint-Saëns nog veel meer dieren horen, zoals de leeuw, kippen en hanen, snelle dieren en langzame, zoals schildpadden, de olifant, kangoeroes, de zwaan en zelfs vissen.

De koekoek hoor je natuurlijk ook in Het Carnaval der dieren. Die is de favoriet van de componisten vanwege de onmiddellijke herkenbaarheid van zijn tweetonige liedje koe-koek, koe-koek.

Bij Mahler komt de koekoek twee keer voor, aan het begin van de Eerste symfonie en in een lied waarin de koekoek en de nachtegaal een zangwedstrijd houden. De ezel is het jurylid en die laat de koekoek winnen. Zó dom is de ezel dat hij niet hoort hoe veel mooier en ingewikkelder de nachtegaal kan zingen. Mozart had een spreeuw die een stukje uit een pianoconcert kon nafluiten, maar sommige tonen net iets veranderde.

Ik woon in Amsterdam naast Artis en elke morgen word ik wakker gemaakt door het zingen van de gibbons. Dat zijn apen met hele lange armen die zich met een snelheid van dertig kilometer per uur van tak naar tak slingeren en sprongen van twaalf meter kunnen maken.

’s Morgens vroeg zingen de gibbons lange duetten, die soms wel twintig minuten kunnen duren. Dat zingen van een gibbonpaartje lijkt erg op het zingen van een sopraan en een tenor in een opera. Lange, hoge uithalen, soms een stukje alleen, dan weer een stukje samen. Het versterkt de onderlinge band en ze laten andere gibbons weten: ‘wij horen bij elkaar’.