Dat je hoop het laatst verliest, is gewoon flauwekul

Carolina Trujillo: De terugkeer van Lupe García. Meulenhoff, 331 blz. €19,95

Begin jaren zeventig heerste in Uruguay een bloedige burgeroorlog tussen regering en de links-radicale guerrillabeweging Tupamaros. Na ontvoeringen en aanslagen door de geradicaliseerde guerrillastrijders begon een repressieve campagne die het voorlopige einde van de Uruguayaanse democratie inluidde. Politie en leger verrichtten massa-arrestaties, vermoordden en martelden Tupamarosleden. Velen verdwenen spoorloos of zaten jarenlang gevangen onder erbarmelijke omstandigheden. In 1973, toen de opstand al goeddeels was neergeslagen, droeg de regering van president Juan María Bordaberry de macht over aan het leger – het begin van een militaire dictatuur die tot 1985 duurde.

De ouders van Carolina Trujillo waren lid van de Tupamaros. Toen haar vader door het militaire regime werd opgepakt vluchtte de rest van het gezin in 1976 naar Nederland. Carolina was toen zes jaar. Pas aan het einde van de dictatuur in 1985 keerde het gezin terug naar Uruguay, naar een samenleving die toen pas gelegenheid kreeg om met de littekens van het verleden om te gaan.

In haar tweede roman De terugkeer van Lupe García vertelt Trujilla over deze periode ná de dictatuur, hoe ontwrichte gezinnen een leven probeerden op te bouwen in de samenleving waaruit zij jaren waren weggeweest – ofwel als politieke vluchtelingen in het buitenland, ofwel als gevangenen.

De roman volgt enkele kinderen uit Tupamaros-gezinnen, vanaf het moment dat die als halve buitenlanders weer belandden in het schoolsysteem van hun geboorteland, dat nog tal van dictatoriale trekjes vertoont.

Gezinnen zijn gebroken: vaders zijn door het leger vermoord of getraumatiseerd. En de kinderen blijken ook aardig wat onverwerkt verleden met zich mee te dragen, soms meer dan hun ouders: ‘Wij hadden tenminste een vijand’, zegt de moeder van één van hoofdpersonen, ‘jullie vechten alleen tegen jezelf.’

Trujillo heeft bewust geen autobiografie willen maken van De terugkeer van Lupe García. Het verhaal speelt zich af in een niet nader genoemd land dat aan Brazilië grenst. En natuurlijk hád Trujillo’s roman zich ook elders kunnen afspelen. Want de Tupamaros, die Trujillo overigens wel met naam en toenaam noemt, kwamen ook voor in Venezuela en Peru.

Maar tegelijkertijd zijn er veel autobiografische elementen: Lupe García keert terug uit Nederland op 15-jarige leeftijd, Trujillo was precies zo oud toen zij hetzelfde deed. En nog een saillant detail: in de roman vertrekt Lupe na haar middelbare school weer naar Nederland om te studeren, dankzij een onverwachte gift van 1.000 dollar van haar vader. In 1991 won Carolina Trujillo een (spaanstalige) romanwedstrijd met een hoofdprijs van 1.000 dollar. Dat geld gebruikte ze voor een ticket naar Nederland, waar ze aan de filmacademie ging studeren. In De terugkeer van Lupe García draait alles om een film die Lupe wil maken over haar familiegeschiedenis tijdens de dictatuur.

Ondanks al die persoonlijke achtergronden slaagt Trujillo er gek genoeg niet in om een geloofwaardig verhaal te vertellen. De personages willen maar niet tot leven komen, de arrestaties, moorden en martelpraktijken en de daaropvolgende wraakoefeningen grijpen je niet bij de strot, en de laatste wanhoopsactie waar het plot in culmineert, heeft de goedkope bijsmaak van een hijgerig gijzelingsdrama.

Trujillo’s vondst om het verhaal te laten vertellen door de jeugdliefde van Lupe, een goedig, onhandig straatschoffie, zorgt in eerste instantie nog voor de broodnodige luchtigheid. Maar de dramatische omslag die dit personage doormaakt, en met hem de hele vriendengroep die in de roman centraal staat, wordt geen moment invoelbaar. Misschien komt dit doordat Trujillo geen keuze wist te maken tussen een nuchtere, half-cynische verteltrant à la Grunberg en de grimmig-serieuze boventoon van de roman: ‘Hoop, zeggen ze hier, is het laatste dat je kan verliezen. Nu weet ik dat dat gelul is. Er is nog veel dat ze je kunnen afnemen nadat je de hoop verloren hebt.’

Daarnaast wijst de ingewikkelde en langdradige opbouw van het verhaal erop dat Trujillo niet voldoende boven haar materiaal stond. En dat verbaast je niet met zo’n groot, heftig en persoonlijk thema. Trujillo’s talent komt af en toe wel degelijk bovendrijven, maar in deze roman lijkt de spanning tussen fictie en persoonlijke betrokkenheid eerder belemmerend dan constructief te hebben gewerkt.

    • Ewoud Kieft