Bestraf ontkenner Holocaust niet

Filosoof John Locke zei het al: overtuigingen zijn niet per wet afdwingbaar. En wat je bij wet niet regelen kan, moet je ook nooit per wet willen regelen, aldus Frank Ankersmit.

Volgens Mark Rutte (VVD) houdt de vrijheid van meningsuiting ook in dat het ontkennen van de Holocaust moet worden toegestaan, zo bleek deze week. Vanochtend heeft Rutte zijn uitspraken genuanceerd, maar eigenlijk had hij volkomen gelijk: Holocaustontkenning hoort niet thuis in het strafrecht. Om dat in te zien, moeten we terug naar de basistekst over de vrijheid van meningsuiting. Dat zijn John Lockes Letters concerning Toleration, voor het eerst gepubliceerd in het Latijn in Gouda in 1689.

Vrijheid van meningsuiting betrof in die tijd uiteraard bovenal de vrijheid om over de religie te kunnen denken wat men wilde zonder daarover door de strafrechter te worden lastiggevallen. En waarbij men bedenken moet dat men religieuze opvattingen in die tijd algemeen zag als de hoogste en laatste waarheid. Dat men daarover vrij moet kunnen denken en spreken, was daarom in die tijd een ongemeen gedurfd standpunt. En toch had Locke daarvoor een argumentatie die nu nog even overtuigend is als toen.

Locke begint met de noodzaak om strikt te onderscheiden tussen zaken van het burgerlijk bestuur en die van de religie (‘to distinguish exactly the business of civil government from that of religion’). Het eerste gaat over zaken als leven, vrijheid, gezondheid, lijfsbehoud, en zaken zoals het bezit van geld, grond, huizen, meubels, etc. Het gezag van de wetgever en het strafrecht moet daartoe beperkt blijven. In de eerste plaats omdat God aan de strafrechter niet de bevoegdheid gaf om te oordelen over andere zaken, zoals religieuze overtuigingen.

En in de tweede plaats omdat de strafrechter hier in principe altijd met lege handen staat. De grondgedachte bij Locke is hier dat een wetgeving voor overtuigingen – religieus of van welke aard dan ook – altijd falen moet. Overtuigingen zijn per definitie niet bij wet afdwingbaar. Zoals Locke het formuleert: ‘But it is one thing to persuade, another to command; one thing to press with arguments, an other with penalties.’ Volgens Locke’s redenatie is het eenvoudig een kwestie van logica dat overtuigingen bij wet niet afdwingbaar zijn. En wat je bij wet niet regelen kan, moet je ook nooit per wet willen regelen.

Moord, diefstal en oplichting kun je met een redelijke mate van succes strafrechtelijk verbieden, maar gedachten en opinies zijn, zoals men dat zegt, ‘tolvrij’. Geen rechter kon onder Hitler de gedachte verbieden dat Joden mensen zijn als ieder ander; geen rechter kon onder Stalin voorkomen dat sommigen van mening waren dat de burgerlijke vrijheid de hoogste wet in iedere samenleving hoort te zijn.

Juist daarom moet de strafrechter zich met dit soort kwesties nooit inlaten en nooit de stap zetten om overtuigingen te willen bestraffen – hoe abject die ook mogen zijn. Dat was de grondgedachte van Locke, en is sindsdien wellicht het belangrijkste fundament van de vrije, liberale samenleving.

Maar wij hebben de laatste tijd een soort van civiele religie opgebouwd, die van ons vereist om overtuigd te zijn van een aantal zaken, zoals dat de Holocaust plaatsvond en dat Hitlers Mein Kampf een abject boek is. Ieder verstandig mens zal die overtuigingen onmiddellijk onderschrijven. Daarover geen enkel misverstand. Maar men zondigt tegen de mogelijkheden en de aard van het strafrecht door die overtuigingen ook bij wet afdwingbaar te maken. Want dat zijn overtuigingen nu eenmaal niet. En het is levensgevaarlijk om het strafrecht bevoegdheden toe te kennen die het nooit adequaat kan uitoefenen. Want dat nodigt het strafrecht uit tot ingrepen in onze burgerlijke vrijheden die het strafrecht juist moet beschermen. Rutte heeft daarom gelijk als hij zegt dat Holocaustontkenning uit het strafrecht moet. Iedere rechtgeaarde liberaal kan het hier alleen maar met hem eens te zijn.

Er zit ook deze kant aan. Men moet niet proberen te onderdrukken wat men niet kán onderdrukken. Veel beter is dat zich dat openlijk toont. Laat degenen die menen dat de Holocaust niet plaatsvond hun abjecte standpunt maar openlijk verkondigen, zodat wij weten wie zij zijn en wat we aan ze hebben. Geef die mensen niet de kans om met hun overtuigingen ondergronds te gaan. Zodat we niet meer zouden weten wat voor verwerpelijke opvattingen soms onder de mensen leven. De strafrechtelijke vervolging van Holocaustontkenners maakt ons daarom blind voor wat sommige mensen denken. Laat die mensen vooral zeggen wat ze denken.

Schrap daarom Holocaustontkenning uit het strafrecht. Die bepaling is in strijd met het hart van de liberale rechtsstaat, contraproductief en de eerste stap in de richting van het van staatswege voorschrijven van wat waar en goed is. Het wekt de indruk dat wij niet meer zouden weten wat wel en niet tot het domein van het recht behoort. Zoals Locke het uitdrukte: ‘For laws are of no force at all without penalties, and penalties in this case are absolutely impertinent: because they are not proper to convince the mind.’

Prof. dr. Frank Ankersmit is hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    • Frank Ankersmit