Bebloed meisje smeekt om sigaret

Tine Van den Wyngaert in Snuff van Abattoir Fermé Foto Stef Lernous Lernous, Stef

Theater Snuff, door Abattoir Fermé. Gezien 28/5 Festival aan de Werf, Utrecht. Inl. www.festivalaandewerf.nl * * * *

Dunne blote meisjes achter glas schrobben het bloed van elkaars lichaam. Eén met een blonde pruik, de ander met een zwarte bobpruik. Voor hen boent een dikke man in lang ondergoed de vloer. Hij draagt een clownspruik met kaal hoofd. Een soort circusdirecteur. Wit geschminkte, grotesk vertrokken gezichten. Grote gebaren.

Snuff, erotisch horrortheater van de Vlaamse groep Abattoir Fermé (‘slachthuis gesloten’), ontleent zijn vormen aan pulpfilms, circus, en nachtclubacts. Maar door de witte gezichten, de strakke, overdreven gebaren, en de duistere belichting doet het ook denken aan hoger gewaardeerde kunstvormen als de vooroorlogse, expressionistische film.

Abattoir Fermé, geleid door regisseur Stef Lernous, is zelden in Nederland te zien, maar vorig jaar werd de tien jaar oude groep geselecteerd voor het theaterfestival TF. Nu staat de groep voor de tweede keer op het Utrechtse Festival aan de Werf. Snuff is het eerste deel van de trilogie Index, waarin de groep terugkijkt op het eigen werk. Dat levert niet een potpourri van grootste hits op; de groep maakt met Snuff juist een legere, minimalistische voorstelling, die zich concentreert op een paar, steeds weer herhaalde beelden.

Zwijgend voeren de meisjes en de man hun duistere sm-rituelen uit, vol bewust kunstmatige lustmoorden. In rook gehuld dansen ze met vleesmessen, overgieten elkaar met bloed. Steeds weer vermoorden ze elkaar, in verschillende stadia van ontkleding. De man speelt voor stier, met een lage horrorbrul en twee messen als hoorns. Een meisje wordt op een stalen tafel gelegd en opengesneden, waarna de anderen met hun handen tussen haar ingewanden woelen. De luide filmmuziek van componist Kreng, met bonkende harten, ritmisch gehijg en denderende violen, houdt de spanning hoog.

Hoewel de spelers van Abattoir Fermé bloedserieus schijnen te zijn over hun beeldend theater, zit er ook altijd een laag ironie over hun voorstellingen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van versleten horrorbeelden die zo overdreven zijn dat ze niet helemaal serieus te nemen zijn. Zo wordt het geslacht van de man afgesneden en opgevangen in een bloederige koekepan. Ook ironiserend werkt het terugkerende rokersritueel, waarbij de spelers verleidelijk sigaretten bietsen en met veel nadruk gaan staan roken.

Eerst is de driehoeksverhouding tussen de meisjes en de man mooi gelijk; maar dan wordt de sfeer grimmiger, verschuift de verhouding en is het dunste meisje alleen nog maar slachtoffer. Ze kruipt over de grond, uitglijdend over het bloed, en bedelt met uitgestoken hand om een sigaret. De anderen houden hun sigaretten wreed hoog in de lucht. Dan gooien ze de peuken op de grond en trappen ze uit, voor de ogen van het snakkende meisje.

    • Wilfred Takken