Als Ajax verliest, schaam ik me wel

Een grotere Ajaxfan dan Niels Koolenbrander is er niet.

Ajax zit in zijn hart, „en dat is voor eeuwig”. Hij heeft een Ajaxmuseum aan huis.

(Foto Mieke Meesen) Als Ajax verliest, schaam ik me wel Zo blijft Niels Koolenbrander geïnspireerd Een grotere Ajaxfan dan Niels Koolenbrander is er niet. Ajax zit in zijn hart, „en dat is voor eeuwig”. Hij heeft een Ajaxmuseum aan huis. Foto Mieke Meesen Meesen, Mieke

Je ziet het niet aan hem af. Het ene beroerde speelseizoen na het andere. Al vijf jaar geen landskampioen. Elf trainers in twaalf jaar – de twaalfde werd gisteren gepresenteerd. Maar Ajaxfan Niels Koolenbrander (31) blijft stralen.

Hij straalt dwars door de telefoon. Dolgraag wil hij een interview geven. Niets liever. Maar hij moet eerst wat bekennen. Twee dingen, eigenlijk. Hij woont in Doetinchem. Ja in Doetinchem, echt waar. En al zijn Ajaxparafernalia zitten in dozen, vanwege een verbouwing. Maar voor een interview op de middenstip van de Amsterdam Arena stapt hij graag in de auto. Zijn mooiste spullen neemt hij mee: een oud shirt van Johan Cruijff („nooit gewassen”), twee borden en een oude veterbal.

Niels straalt nog steeds als hij na drie uur file in Amsterdam uitstapt, de verslaggeefster stevig in haar schouder knijpt en een sigaret opsteekt. Op zijn kicksen, het haar vol gel. Veel gêne kent hij niet. Op de parkeerplaats van de Amsterdam Arena trekt hij pardoes zijn T-shirt uit, om twee tatoeages te laten zien. Op zijn achttiende verjaardag liet hij het huidige Ajaxlogo op zijn bovenarm zetten. Zes jaar later volgde het oude embleem op zijn schouder.

Hij loopt het veld op. Geeft de grasman een handje. En strekt zich dan prinsheerlijk uit op de middenstip, alsof hij nooit anders heeft gedaan. Een grotere fan dan hij bestaat niet, zegt Niels. Elke avond is hij met Ajax bezig. Hij speurt het internet af voor voetbalnieuws, rijdt het land door om spullen te verzamelen, onderhoudt contact met andere fans.

Overdag werkt Niels Koolenbrander voor bladenmaker Wegener, in de advertentieverkoop. Zijn vriendin werkt in een kledingzaak. Zij neemt de paspoppen mee die Niels thuis aankleedt. Bijna vijftig voetbalshirtjes heeft hij. Die zijn te zien in zijn eigen Ajaxmuseum. In zijn huis in Doetinchem heeft hij er net een uitbouw voor laten maken.

Niels kan zich de tijd dat hij géén fan was niet meer herinneren. Zijn vader trainde het eerste elftal van de plaatselijke voetbalclub. Eens per jaar kwamen de A-tjes van alle clubs bijeen voor een jeugdvoetbaltoernooi en begeleidde vader Koolenbrander Ajax-A1. Niels woonde toen in Zutphen of Zelhem, dat is hij vergeten – hij was pas elf. En daar zag hij de jonge Patrick Kluivert en Clarence Seedorf. Toen ze nog niet beroemd waren. Niels mocht met ze mee naar het hotel, mee eten. Hij praatte een beetje met ze en kreeg een shirtje. Daar is het begonnen. „Ajax is me met de paplepel ingegoten”, zegt Niels. En: „Ajax zit in mijn hart. Voor eeuwig.”

Wat is er eigenlijk mis met De Graafschap?

„Niks. Mijn neefje voetbalt er in het eerste elftal, mijn opa was er tot zijn overlijden materiaalman en mijn oma werkt al 37 jaar full-time als vrijwilligster bij De Graafschap. Ze doet de bestuurskamer en geeft de spelers eten. Zo kwam ik er al als kleine jongen. Daarom ben ik óók voor De Graafschap. Tenzij ze tegen Ajax spelen.”

Want Ajax ...

„Want Ajax is een club met historie. Ajax heeft de meeste prijzen gepakt, de meeste beroemde spelers gehad. En ik hou van de Amsterdamse mentaliteit. Die is anders dan bij ons in de Achterhoek. Bij ons is het gemoedelijker.”

Kun je omschrijven welk gevoel je krijgt als Ajax wint?

„Als Ajax scoort ben ik trots, dan word ik helemaal vrolijk. Dat voelt heel anders dan geluk in mijn werk, of met mijn vriendin. Dat kun je niet vergelijken. Ik kan ook niet kiezen tussen mijn vriendin en voetbal. Je kunt allebei niet zonder – tenzij je een Feyenoordfan als vriendin hebt. Als Ajax verliest, moet je bij je vriendin troost halen.”

En dat gebeurt nogal eens.

„Ajax pakt de laatste jaren niet veel prijzen, dat geef ik toe. En natuurlijk is dat vervelend. Je betaalt een hoop geld om een pot voetbal te kijken: voor een seizoenskaart, benzine. Dan verwacht je ook wat. Als het spannend is op het veld, eet ik mijn nagels op. En als je dan een slechte pot voetbal ziet, word ik chagrijnig. Dan denk je: verdikkeme. Dan baal je gewoon.”

Schaam je je wel eens voor je club of voor je hobby?

„Als Ajax weer verliest, komt er af en toe wel schaamte bij kijken. Dat komt ook door mijn omgeving. Collega’s weten dat ik die hobby heb en gaan expres drammen. Ik vind dat het best gezegd mag worden, als Ajax niet goed heeft gevoetbald. Maar in het gastenboek op mijn site staat wel eens ‘kankerjoden’ of ‘vieze joden’. Dat slaat nergens op, die Feyenoordhooligans zijn gewoon jaloers. Maar ik moet altijd voorzichtig zijn. Daarom staat mijn volle naam niet op de site.”

Heb je vaak met agressie te maken?

„Als ik op vakantie in Turkije ben, met mijn tattoos, kom ik wel eens een Feyenoordfan tegen. Dan heb je het wel even over voetbal, ja. Maar daarna drink je samen een biertje, je bent toch op vakantie. Maar toen Ajax eens in Italië tegen AS Roma speelde, kwamen er na afloop opeens mannen uit de bosjes. Daar ging het hard, dat was een flink potje vechten. Ik blijf niet rustig staan als zo’n stelletje gekken op je af komt. Maar ik zoek de confrontatie niet op.”

Heb jij nooit de spelersbus opgewacht om verhaal te halen?

„Nee, maar ik kan het goed begrijpen. Als Ajax met 4-0 van Sparta verliest, wil je excuses horen, ja. Of tegen Volendam verliezen, voor de beker. Dat mag niet gebeuren.”

Wat is je mooiste museumstuk?

„Al mijn bordjesclub.”

Pardon?

„Werknemers en ereleden van Ajax krijgen na 25 en na 40 jaar een jubileumbordje van Delftsblauw, uit Makkum. Dat is een uniek exemplaar, met een naam erop. Wij noemen ze bordjesclub. Op de verzamelmarkt kosten ze tussen de 200 en de 500 euro. Ik heb er sinds deze week vijf van veertig jaar.”

Waarom zijn die alleen in je online-museum te zien, en niet bij je thuis?

„Ik zit niet op bezoekers te wachten, je weet nooit wat je in huis haalt. Mijn museum is puur voor mezelf.”

Ziet je vriendin in die nieuwe uitbouw niet liever een babykamer dan een Ajax-musem?

„Mijn vriendin vindt mijn hobby hartstikke leuk, ook al geeft ze zelf niet echt om voetbal. Als het babytijd is moeten we maar zien hoe we het doen. Ik trek mijn kindertjes in elk geval meteen een Ajaxshirtje aan.”

    • Leonie van Nierop