Alle parken moeten moestuinen worden

Kunnen we ons luxe leven voortzetten als de olie opraakt, transport duur wordt en de import van voedsel onbetaalbaar? Met moestuinen en windmolens bereidt Totnes zich voor op een onzekere toekomst.

Om mensen aan het denken te zetten over het nut van een sterke lokale economie hebben de burgers van Totnes hun eigen munt geïntroduceerd: de Totnes Pound. Dit is de eerste versie van de munt, die nu in zeventig winkels in het dorpje wordt geaccepteerd.

Straks, zegt Maggie Fielder, „moeten we zelfs de straten opentrekken en daar groente telen.” De bed & breakfasthoudster staat tussen de courgettes en artisjokken in haar moestuin met uitzicht op de groene heuvels van het Engelse Devon. Niets in het lieflijke landschap wijst op een aanstaande apocalyps. Maar Maggie (58) meent het. De aardolie raakt op, transport wordt duurder en geïmporteerd voedsel onbetaalbaar. Mensen zullen hun eigen eten moeten verbouwen om niet te verhongeren.

Maggie is niet alleen in Totnes. Het Britse dorpje met 8.000 inwoners heeft zichzelf uitgeroepen tot de eerste Transition Town. Het idee van ‘transitie’: gemeenschappen weerbaarder maken tegen klimaatverandering en stijgende olieprijzen. „Klimaatverandering vertelt ons dat we zouden moeten veranderen, peak oil dwingt ons te veranderen”, stelt oprichter Rob Hopkins (40), ook een inwoner van Totnes, in The Transition Handbook, from oil dependency to local resilience. ‘Piekolie’ is het moment dat de oliewinning zijn top heeft bereikt en alleen nog maar daalt terwijl de vraag blijft toenemen. Resultaat: enorme prijsstijging (zie inzet).

„Mensen moeten af van hun olieverslaving”, zegt Hopkins in het rommelige hoofdkantoortje boven de lokale opticien van Totnes, „want peak oil komt eraan”. In het halletje van het kantoor hangt een handgeschilderd bord: ‘If Havana can do it, we can’, verwijzend naar hervormingen in Cuba nadat de Sovjet-Unie uiteen viel en dus de bron van goedkope olie was verdwenen.

Om voorbereid te zijn op het post-olietijdperk moeten gemeenschappen nu al hun energieverbruik omlaag krijgen, hun gezondheidszorg zoveel mogelijk lokaal organiseren, voedsel in de buurt verbouwen, elektriciteit duurzaam opwekken en onderwijs richten op verdwenen vaardigheden om jezelf te onderhouden.

‘Transitie’ werd in 2006 op vrijwillige basis gelanceerd en inmiddels doen 150 tot 200 mensen actief mee. Met die mensen wordt een lokale energiecentrale opgezet. Inwoners kunnen voor 20 tot 20.000 pond aandelen kopen in een windenergiebedrijf dat elektriciteit levert aan het lichtnet. Naast de moestuinen voor nu worden er ook traag groeiende notenbomen geplant voor volgende generaties. Er is een garden share-programma, waarin mensen ook andermans tuinen kunnen bebouwen. Met de gemeente wordt overlegd over milieuvriendelijke bouwvoorschriften voor nieuwe huizen. Er zijn plannen om een leeg stuk land om te toveren tot een bedrijventerrein voor duurzame ondernemingen. Het naburige landgoed moet heringericht worden en ruimte gaan bieden aan moestuinen. De lokale munteenheid Totnes Pound is geïntroduceerd om mensen aan het denken te zetten over het nut van een sterke lokale economie. Zo’n 70 winkels accepteren de 10.000 in omloop gebrachte ponden.

Het initiatief slaat ook aan in andere landen. Al 170 groepen hebben zich officieel aangemeld: krakers, biologische tuinders, of gewoon mensen uit dezelfde buurt. Nederland telt zo’n vijftig initiatieven en deze maand kwam de Nederlandse vertaling uit van Hopkins boek.

Hopkins heeft haast met zijn project. „Piek olie is waarschijnlijk afgelopen juli al gebeurd.” Anderen houden het op binnen nu en twintig jaar. Maar voor die tijd moet de knop om, zegt Hopkins. De hele infrastructuur moet anders. Als we dat niet doen, gaan we koste wat het kost olie halen uit teerzanden, wat veel energie kost, of we leunen meer en meer op zwaar vervuilend steenkool. Dat zijn geen opties, gezien het veranderende klimaat. De CO2-uitstoot moet drastisch omlaag.

Hoe ziet plan B eruit? Dat staat in een eerste versie van het Energy Descent Plan dat Transitiemedewerker Jacqi Hodgson voor Totnes heeft uitgewerkt. In 2030, is het doel, krijgt Totnes alleen maar duurzame, en zo veel mogelijk lokaal geproduceerde energie. Op basis van onder meer het rapport Zero Carbon Britain berekende Hodgson dat de circa 9.500 huishoudens in Totnes en omgeving hun totale energieverbruik in 2030 met 50 procent moeten hebben gereduceerd.

Als Totnes dan alle mogelijke duurzame methodes voor energieopwekking aanwendt, en dat aanvult met 16 tot 18 grote windmolens, kan Totnes zichzelf van duurzame, 100 procent lokaal opgewekte energie voorzien. Maar dan moeten de bewoners wel willen investeren in zonnecellen op daken, turbines in lokale riviertjes, biobrandstoffen uit lokaal geteelde gewassen, methaan uit mest, door de zon verwarmd water en warmtepompen in huizen.

Dat is ambitieus. „Let wel”, zegt Hodgson, „dat we hier nationaal geproduceerde duurzame energie buiten beschouwing laten.” Problematisch is wel, zegt Hodgson „dat de bevolking van Totnes naar verwachting met 18 procent is gegroeid in 2030. Dat staat nog niet in het plan. Ook zullen we energie moeten leveren aan stedelijke gebieden.”

Volgens het plan betalen vooral de inwoners voor de omslag. De investeringen in elektrische auto’s, isolatie en zonnepanelen zouden zichzelf deels terug moeten betalen als de olie- en energieprijzen stijgen. „Maar het gaat hoe dan ook geld kosten”, zegt Hodgson. „Zoals we nu besteden en consumeren kan het niet.”

Daarnaast moet ook de gemeente investeren in bio-methaaninstallaties, zonnecellen en windmolens. Niet dat de autoriteiten altijd meewerken. Zelfs op kleine schaal niet. Zo is het plan voor twee riksja’s die op gebruikte frituurolie door Totnes rijden getorpedeerd door de lokale raad.

Een aantal inwoners van Totnes is zelf alvast begonnen. Maggie Fielder probeert bijvoorbee;d met haar man Keith haar ecologische B&B energiezuiniger te laten draaien. Vier jaar geleden verhuisde het echtpaar van Londen naar Totnes. Al sinds haar jeugd, zegt Maggie, denkt ze: er zijn zoveel auto’s en grote huizen. Hoe kan dat uit?

Met een aantal huizen in haar straat doet ze nu de transitiecursus Skilling Up for Powerdown. Daarin leert ze hoe ze minder afval produceert, hoe ze zelf compost maakt, hoe ze minder energie verbruikt. De groep geeft les in tuinieren in elkaars moestuin en carpoolt zo veel mogelijk naar de winkel of de bioscoop.

Dat is leuk voor mensen die niet meer hoeven te werken en op het platteland wonen. Maar hoe werkt transitie voor, zeg, de hardwerkende alleenstaande moeder in Londen of Amsterdam?

„Ook in Londen kun je groente verbouwen”, zegt Maggie. „De parken moeten moestuinen worden. Mensen moeten groente gaan telen in hun keuken, op hun dak, in potten aan lantaarnpalen. En wat heb je aan straten als de auto’s niet kunnen rijden? Die kun je ook openbreken!” Bij die woorden fronst het tot nu toe onbeweeglijke gezicht van haar echtgenoot. Maar ook hij zegt: „Het moet allemaal gebeuren.”

„Vergeet niet”, antwoordt oprichter Hopkins „dat mensen in de stad sowieso al energiezuiniger leven.” In de stad is er openbaar vervoer en leggen mensen minder kilometers af tussen huis en werk. Huizen verliezen minder warmte omdat ze dicht op elkaar staan. De truc is om een stad op te delen in gemeenschappen, zegt Hopkins. Die kunnen uitzoeken waar in de buurt voedsel verbouwd kan worden – op daken, langs spoorrails, in gedeelde tuinen.

Lokale voedselproductie is een belangrijk bij transitie, zegt Hopkins, „en makkelijk en aansprekend om mee te beginnen.” Maar voedsel is niet urgenter dan duurzame energie, afvalverwerking of lokale gezondheidszorg.

Is die nadruk op lokale veerkracht niet oneerlijk protectionistisch? Hopkins krijgt vaak de vraag wat transitie betekent voor ontwikkelingslanden. „Als we vandaag in één keer de import stoppen, is dat natuurlijk desastreus. Maar hoe we het nu doen, werkt ook niet. We importeren voedsel uit landen waar honger is. Kleine boeren zijn door grote bedrijven van het land geveegd. Ook in ontwikkelingslanden is het goed als gemeenschappen zelfvoorzienend worden. Transitie moet overal gelijk opgaan.”

In Totnes is niet iedereen wildenthousiast. De kassière in de supermarkt en de boer die eendeneieren komt leveren wuiven transitie weg als „something newish”. Ze hadden al Rudolf Steiner en de hippies, de orange people en de monnik met zijn opvanghuis. En nu is er ‘transitie’. Dat zal ook wel weer voorbijgaan.

Maar aan de aanstaande veranderingen ontkomt niemand, weet Hopkins. „Je kunt wel wachten tot piekolie een feit is, maar dan ben je te laat. Dan weet niemand hoe hij voor eten moet zorgen. En wat dan?” We moeten nu het grote plan B maken, vindt hij. Hoe dat er precies uitziet? „Wij hebben niet alle antwoorden. Dat moeten we met z’n allen uitzoeken. Onze vrolijke disclaimer is: wij weten ook niet of dit werkt.”