Waar bleef hij nou, Ronaldo?

FC Barcelona won gisteren de Champions-Leaguefinale van Manchester United: 2-0.

Maar niet met het spelen van het door iedereen geliefde voetbal.

Cristiano Ronaldo, de spits van Manchester United, wist niet te schitteren in de verloren finale van de Champions League tegen Barcelona. (Foto Reuters) Cristiano Ronaldo, de spits van Manchester United, wist niet te schitteren in de verloren finale van de Champions League tegen Barcelona. Foto Reuters Manchester United's Cristiano Ronaldo reacts after their Champions League final soccer match against Barcelona at the Olympic Stadium in Rome, May 27, 2009. REUTERS/Tony Gentile (ITALY SPORT SOCCER IMAGES OF THE DAY) REUTERS

Het werd niet de mooiste finale, het werd zeker niet de droomfinale, maar uiteindelijk won gisteravond in het Stadio Olimpico van Rome wel de ploeg die daar op grond van het aanwezige talent het meeste recht op heeft. Barcelona, het elftal van de artiesten Lionel Messi, Andrés Iniesta en Xavi Hernandez, en van de moderne, voetballiefhebbende coach Pep Guardiola was in de eindstrijd van de Champions League de terechte winnaar. Manchester United en zijn oude coach Alex Ferguson konden dat slechts beamen. Aan de 2-0 overwinning van Barcelona viel niets af te dingen.

Het was wel even wennen Barcelona niet het door iedereen geliefde voetbal te zien spelen. Niet aanvallen, maar wachten op de tegenstander en dan counteren. Dat kon toch niet de bedoeling zijn? Waarom lieten Lionel Messi, Xavi, Andrés Iniesta, Samuel Eto’o en Thierry Henry niet onmiddellijk het spel zien waar de liefhebbers van amusementsvoetbal zich op hadden verheugd?

De reden was te begrijpen. Zonder drie van zijn belangrijkste verdedigers (Dani Alves, Eric Abidal en Rafael Marquez) durfde coach Guardiola niet te laten zien waartoe zijn elftal in staat is. Met Carles Puyol en Sylvinho als vleugelverdedigers werd Barcelona in zijn gebruikelijke aanvallende spel beperkt. Manchester United kreeg en nam de kans om de Spaanse kampioen van het tiktakvoetbal onder druk te zetten.

Vooral de altijd gretige Cristiano Ronaldo nam de gelegenheid te baat met afstandsschoten Barcelonadoelman Victor Valdes onder vuur te nemen. Waar zou dit toch allemaal toe leiden? Was Barcelona wel in staat om tot zijn gebruikelijke hoge niveau te komen? Vragen die niet alleen de supporters van Barcelona maar ook de neutrale toeschouwers bezighielden. Toch niet alweer een finale die niet aan de hooggespannen verwachtingen voldeed? Belangen, altijd die grote belangen die op het spel staan. Mooi voetbal is altijd gewenst, aanvallend, met vooral acties die zelfs door Barcelona nog nooit zijn vertoond. Het was in de beginfase opvallend stil in het Stadio Olimpico.

En toen was er ineens na tien minuten die kleine, duvelse Andrés Iniesta. Even een oogverblinde combinatie met Xavi en Messi en vervolgens een passje op Eto’o. De spits uit Kameroen speelde de keiharde Serviër Nimanja Vidic uit alsof hij er niet stond en punterde de bal snel op het doel, waar Edwin van der Sar niet alert genoeg reageerde om de bal te keren: 1-0. Dit was het countervoetbal, waarop coach Guardiola had gehoopt en waarvoor Unitedcoach Alex Ferguson zo had gevreesd.

Barcelona reageerde opgelucht en raakte langzaam maar zeker in zijn element, Manchester United reageerde geschrokken. Iniesta nam het voortouw, Messi durfde weer te dribbelen en Xavi deed eindelijk ook mee. Behoudens enkele acties van Ronaldo kwam United niet meer in de buurt van het Barcelonadoel. Sir Alex, die Schotse coach van United die al alles heeft gewonnen, moest een list verzinnen. Die dacht hij gevonden te hebben door de Argentijnse spits Carlos Tevez in te brengen voor de Braziliaanse middenvelder Anderson.

Barcelona hield het spel in handen en dus de voorsprong intact. Van een stormloop van de Engelse kampioen kon geen sprake zijn. Xavi en Iniesta speelden elkaar de bal toe als op een schoolpleintje. Wat een heerlijkheid, wat een schoonheid. Xavi schoot nog eens uit een vrije trap op de paal naast Van der Sar. Daartegenover stond een machteloos United, waar Ronaldo steeds meer op zichzelf ging rekenen dan op zijn medespelers. Maar toch, Ronaldo of Rooney hoefden maar één keer hun klasse te tonen, en de wedstrijd zou weer zijn opengebroken.

De spanning kreeg de overhand, de spelvreugde nam met de minuut af. De Zwitserse scheidsrechter Massimo Bucca had een relatief gemakkelijke wedstrijd. Waar bleven ze nou, die hooggeprezen Messi en Ronaldo? Dit moest een droomfinale worden, nietwaar? Maar zo gaat het nu altijd met artiesten die niet kunnen schitteren. Echte artiesten blijven geloven in hun talent: wie eens een goede show heeft vertoond, zal er vast nog wel op z’n minst één kunnen vertonen.

Ruim een kwartier na rust steeg Messi op, zoals de kleine (1 meter 69 en 67 kilo) Argentijn nog nooit was opgestegen. De voorzet van Xavi leek over zijn hoofd te gaan, maar ‘de vlo’ zag het onheil naderen en wist zijn vlucht naar boven nog wat vaart mee te geven. Wat een timing! Hij had niet zoals zijn illustere voorganger Diego Maradona de hand van God nodig om te scoren. Hij kopte de bal simpel – zo leek het – met zijn hoofd over doelman Van der Sar in het doel: 2-0. Zo gaat dat met artiesten van een uitzonderlijke orde. Als ze winnen, doen ze dat op een uitzonderlijke manier.

    • Guus van Holland