Verslingerd aan strand, golven en wind

Windsurfer Dorian van Rijsselberge miste net de Olympische Spelen in Peking en won dit jaar al twee grote regatta’s. „Als je zo’n golf ziet, denk je nergens anders meer aan.”

Het is bijna 20 graden aan de oever van het IJsselmeer en windsurfer Dorian van Rijsselberge draagt een paarse wollen muts op zijn hoofd. En teenslippers aan zijn gebruinde voeten. „Je moet er wel een beetje uitzien als een surfer”, zegt hij met een grijns. „Wijde kleren, de surfmerken. Bij een prijsuitreiking zie je altijd meteen wie de surfers zijn en wie de zeilers.”

Het zijn de regels die horen bij het strand, de wind en de golven. Het toptalent Dorian van Rijsselberge (20), die surft vanaf zijn zevende, weet niet beter. „We blijven surfers. Relax, alles komt goed.”

Stond hij een jaar geleden nog bekend als groot talent, inmiddels is hij aangeschoven bij de wereldtop. Dit jaar won Van Rijsselberge al twee grote regatta’s: de wereldbekerwedstrijd voor de kust van Miami en de prestigieuze Prinses Sofia Trophy bij Palma de Mallorca. Daarmee is hij niet alleen de sparringpartner van zijn ‘leermeester’ Casper Bouman, maar nadrukkelijk ook diens concurrent.

Prachtig, die recente successen, vindt Van Rijsselberge, maar de wereld verandert niet voor hem. „Gewoon lekker varen”, is wat hij wil. „Als ik thuis ben zal je mij niet op een olympisch surfboard zien. Dan pak ik een klein waveboardje. En dan zes uur op de plank staan, met een dikke zuidwestenwind, 25 knopen. Lekker springen op die golven. Dat is zo heerlijk, dan voel je je helemaal vrij. Als je zo’n golf ziet denk je nergens anders meer aan. Daar doen we het voor.”

Hij kijkt er al naar uit als hij na een lang trainingskamp in het buitenland op weg is naar huis, op Texel. „Onderweg kijk ik op het vliegveld al hoe de swell is op de Noordzee, hoe hard het waait.”

Zoals vorige week nog, in een woeste Noordzeebranding bij Texel, ter hoogte van Paal 17, op een steenworp van zijn ouderlijke woning en geboortehuis, vlakbij Waddencentrum Ecomare. „Ik ben een echt Texels schaap.”

Vorig jaar leek het er even op dat Van Rijsselberge voor een sensatie ging zorgen, toen hij zich kwalificeerde voor de olympische regatta in Qingdao. Zijn ploeggenoot Bouman, in 2006 nog wereldkampioen in de olympische surfklasse (RS:X), voldeed pas op het allerlaatste moment aan alle kwalificatie-eisen. Omdat elk land maar één surfer naar China mocht sturen, viel Van Rijsselberge alsnog af. „Het was geweldig dat ik me had gekwalificeerd. Ik vond het een eer dat ik dat binnen twee jaar had bereikt.”

Hij bleef thuis, op het eiland. Maar lang stond hij niet stil bij zijn gemiste kans. „Ik heb de zomer van mijn leven gehad, op het strand, met mijn vrienden. We hebben allemaal een strandhuisje, met z’n zessen naast elkaar. Op [paal] 17. Overdag surfen, ’s avonds barbecuen op het strand.”

Hij weet niet beter. Als kleine jongen werd hij al meegenomen door zijn vader en zijn oudere broer Adriaan, ook een begenadigd windsurfer. „We gingen altijd met papa surfen. Niet op de Noordzee, maar op de Waddenzee. Dat is veiliger voor kinderen. Hele zomers zaten we op het water, moeder met een boekje erbij op de wal. Genieten. ’s Avonds kookten en aten we op de dijk. Mijn vader coachte ons, maar zo zag ik het niet. Het was superrelaxed, het ging altijd om het plezier, niet om keiharde competitie.”

Opmerkelijk genoeg nemen de meeste windsurfers dat gevoel mee naar de wereldtop, waar een gemoedelijkheid heerst die zeldzaam is in de topsport. „We mogen over de hele wereld reizen met onze beste vrienden, we delen allemaal dezelfde passie. In Brazilië liggen we na de race met twintig man in zee, lekker golfsurfen. Dat zal je bij die zeilers niet zien. Die vriendschap tussen surfers is echt gemeend. Thuis skypen we met elkaar, de Italianen, de Engelsen, de Fransen. Dan hebben we het over swell forecast aan de andere kant van de wereld.”

Onder leiding van de Nieuw-Zeelandse coach Aaron McIntosh, drievoudig wereldkampioen (Mistralklasse) hoopt Van Rijsselberge de Spelen van Londen (2012) wel te halen. Veel zal hij daarbij opsteken van Casper Bouman, vooral de manier waarop de lange Hagenaar met veel wind ‘planeert’, over de golven glijdt. „Dan is Casper koning, heer en meester. Hij vaart gewoon twee knopen harder dan de rest. Maar ik kan hem nu een beetje bijhouden. Hij loopt niet meer keihard over me heen.”

Ook van zeilers kan Van Rijsselberge nog veel leren, vooral hoe zij tactisch een race varen. Maar hij heeft één probleem. „Ik ben echt hopeloos in een zeilboot. Ik raak verstrikt in alle touwtjes, ze gaan om mijn benen zitten, ik stoot mijn hoofd en knieën. Ik verlang ook niet naar wedstrijden als de Volvo Ocean Race, zoals veel olympische zeilers. Ik zou graag een keer met zo’n boot meegaan, maar dan om ergens te kunnen surfen.”

    • Rob Schoof