Terug op kasteel na ruim halve eeuw

Twee keer verloor de familie Lobkowicz alle bezittingen. Eerst door de nazi’s, daarna door de communisten.

Nu hebben ze vier paleizen en hun kunstcollectie terug.

Boven het Lobkowicz-paleis, onder twee keer kasteel Nelahozeves. (Foto's collectie Lobkowicz)

Collectie Lobkowicz

Als kleine jongen sjeesde Martin Lobkowicz op zijn fietsje door de 250 kamers en de eindeloze gangen van kasteel Roudnice, bij Praag. Hij was bang voor de vele voorouders die vanuit hun portretlijsten afkeurend op hem neerkeken. Portretten hebben de neiging streng te kijken.

Tot zijn elfde jaar woonde hij op het kasteel. Toen moest hij met zijn ouders vluchten, omdat de nazi’s het land binnenvielen en het kasteel confisqueerden.

Nu, zeventig jaar later, vertelt de stem van Martin Lobkowicz (81) zijn verhaal gedurende een audiotour in het museum van het Lobkowicz-paleis in Tsjechië. De familie Lobkowicz heeft het paleis, net als kasteel Roudnice, in de jaren na de Fluwelen Revolutie teruggekregen.

Hoe krijg je bezittingen terug? De terugkeer van de familie Lobkowicz begon in november 1989, toen William Lobkowicz (49) in Boston naar het nieuws keek. Het was vlak voor de val van de Berlijnse Muur. Hij zag hoe Oost-Duitsers over de muren klommen van de ambassade van West-Duitsland in Praag. Ze wilden het West-Duitse staatsburgerschap aanvragen. Oost-Duitsland had toen net zijn grenzen geopend. De beelden fascineerden en ontroerden hem, want de ambassade was gehuisvest in een paleis waar ooit zijn voorouders woonden.

De familie had in de Tweede Wereldoorlog niet alleen het kasteel verloren, maar ook andere familiebezittingen. In 1949 werd opnieuw alles in beslag genomen, nu door de communisten. Grootvader Max vluchtte met zijn vrouw en kinderen naar de Verenigde Staten. Max’ zoon Martin ging in Boston werken als effectenhandelaar en trouwde met een Amerikaanse uit een gefortuneerde familie. Ze kregen vier kinderen, van wie William de jongste is.

Een jaar na die televisiebeelden van de Oost-Duitsers in Praag besloot William Lobkowicz met zijn vader Martin naar Tsjechoslowakije te gaan. Ze wilden weten wat er nog over was van hun familiebezit. William was er al eens geweest, maar deze keer werd het serieus: het was het begin van een lang proces, waarin hij de vele gestolen familiebezittingen wist terug te claimen. Nu, bijna twintig jaar later, staat William Lobkowicz aan het hoofd van een bedrijf dat vier paleizen én de oudste particuliere kunstcollectie in Tsjechië beheert. Ook exploiteert hij de teruggegeven wijngaarden en een bierbrouwerij. Een hele verandering voor de voormalige projectontwikkelaar.

Ik ontmoet William Lobkowicz en zijn vrouw Alexandra in Praag, waar hij trots het Lobkowicz-paleis laat zien. William groeide op met verhalen over het leven in paleizen en kastelen in het Midden-Europa van voor de Tweede Wereldoorlog. En over voorouders die prachtige kunstwerken verzamelden. „Romantische verhalen, maar wel van heel ver weg”, zegt hij.

De familie-anekdotes zijn nu tastbaar geworden, zoals het verhaal over de ring van zijn moeder. Het verhaal ging dat Williams grootvader Max in 1949 naar de VS vluchtte met ‘niet meer dan een jas en een hoed’. Om zijn nek, verstopt onder zijn kleren, droeg hij een touwtje met daaraan een ring. De ring was ooit van María Manrique de Lara y Mendoza, een hofdame aan het Spaanse hof die later trouwde met een directe voorvader Lobkowicz, twaalf generaties terug. Deze Maria had de ring gekregen van hertogin Anna van Oostenrijk, een nichtje en later ook de echtgenote van koning Philips II van Spanje. In het Lobkowicz-paleis in Praag hangt een schilderij van Anna door Alonso Sánchez Coello (1575). Aan haar pink draagt ze de ring die nu toebehoort aan Williams moeder.

Het Lobkowicz-paleis op de Burcht in Praag is één van de tien kastelen en paleizen die de familie terugkreeg na de Fluwelen Revolutie van 1989. De restitutiewetten, tot stand gekomen onder de toenmalige president Václav Havel, zorgden ervoor dat door de communisten geconfisqueerde gebouwen en kunstwerken werden teruggeven aan hun rechtmatige eigenaren.

Dat ging natuurlijk niet vanzelf. William Lobkowicz: „Ik leerde Tsjechisch en ging op zoek naar de familieschatten.” Binnen een jaar moest hij met een lijst komen van alle voormalige bezittingen. Met een team van juristen en dankzij veel detectivewerk wist hij meer dan 20.000 objecten en 1.500 schilderijen te traceren. William: „Veel was keurig geregistreerd. Wel moesten we zo’n honderd plaatsen af – en elke keer was het weer spannend wat we zouden aantreffen en in welke conditie.”

Zes van de tien teruggekregen paleizen en kastelen heeft de familie verkocht, om de restauratie en het onderhoud van de overige vier en van hun kunstcollecties te financieren. Het Lobkowicz-paleis bijvoorbeeld moest volledig gerestaureerd worden. In het paleis zijn nu schilderijen te zien van Canaletto, Velázquez, Rubens en Pieter Bruegel de Oude. Van deze laatste bezit de familie het topstuk de Hooioogst, één van een serie van zes schilderijen die elk twee maanden van het jaar uitbeelden.

William Lobkowicz weet nog goed wat dit schilderij met hem deed toen hij in 1976 als 15-jarige met zijn familie Praag bezocht. Het hing toen in het Nationaal Museum. „Het zorgde ervoor dat ik heel graag terug wilde naar dit prachtige land waar mijn familie vandaan kwam. Maar natuurlijk niet onder het toenmalige regime. Ik verwachtte en hoopte dat de communistische onderdrukking niet lang zou duren en dat het volk op een dag zou zeggen: nu is het genoeg!”

De ‘prinselijke collecties’ bevatten ook oude muziekinstrumenten en originele partituren. Muziek heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de familie. De zevende prins Lobkowicz was beschermheer van Ludwig von Beethoven, die hij lange tijd financieel ondersteunde. William is heel trots op deze voorvader, aan wie wij volgens hem onder andere de Derde en Vijfde symfonie te danken hebben. Zelf studeerde William Lobkowicz Europese geschiedenis en klassieke muziek aan Harvard: „Eigenlijk ben ik een beetje een gemankeerde operazanger.”

Behalve het museum in Praag is ook kasteel Nelahozeves, even buiten Praag, te bezichtigen. Dit kasteel ligt tegenover het geboortehuis van de componist Antonín Dvorák. De tentoonstelling ‘Privé vertrekken: bij een adellijke familie thuis’ toont in het kasteel persoonlijke en alledaagse voorwerpen vanaf de Middeleeuwen tot 1930. Ook Nelahozeves heeft een Bruegel, van de Jonge dit keer: Dorp in de winter. Het bijzondere aan beide musea is dat ze niet alleen verzamelingen laten zien, maar ook het verhaal vertellen van de familie die door de eeuwen heen tussen al die mooie spullen heeft geleefd.

William Lobkowicz’ vrouw Alexandra is van Roemeense adel en net als William geboren in Amerika. Ze runnen het familiebedrijf op een manier die je een eigentijdse variant op kasteelbeheer in vroegere eeuwen kunt noemen. Toen werd inkomen gegenereerd uit landerijen. Nu zorgen toeristen en ondernemingen voor inkomsten uit de musea, de winkels, het restaurant, de dagelijkse concerten en de conferenties.

De voorouders kijken nog steeds streng uit hun portretlijsten. Ontevreden kunnen ze niet meer zijn: de familie is weer thuis.