Speculaties over opvolging Lula

De ziekte van de beoogde opvolgster van president Lula houdt Brazilië in de greep. Blijft Dilma Rousseff kandidaat of gaat Lula voor een derde ambtstermijn?

Brazilian Chief of Staff Dilma Roussef delivers a speech during the launching ceremony of a government housing plan at Itamaraty Palace on March 25, 2009 in Brasilia. The government will make an investment of around 34 billion reais (some 14,8 billion US dollars) to build one million popular houses in the next years. AFP PHOTO/Evaristo SA AFP

De pijn in haar billen en liesstreek was intens en kwam ’s middags opzetten. Dilma Rousseff, de Braziliaanse minister van Binnenlandse Zaken, liet er echter niets merken toen zij op dat moment overleg had met de president van de Centrale Bank, Henrique Meirelles. Nadat hij vertrokken was, nam zij een pijnstiller. Zonder effect.

Rousseff belde vervolgens haar cardioloog en kreeg van zijn assistent een recept voor onder meer morfine. Maar ook dat hielp niet. Rond middennacht besloot zij alsnog vanuit hoofdstad Brasília met een ambulancevliegtuig naar São Paulo te vliegen, om naar het ziekenhuis te gaan. Na een eerste onderzoek van veertig minuten, verbleef zij die nacht in een suite op de elfde verdieping. Die nacht kon ze niet slapen.

Op deze wijze, onder een vergrootglas, volgen de Braziliaanse media ongegeneerd elke stap van Rousseff, de beoogde opvolgster van de Braziliaanse president Lula, sinds zij vorige maand bekendmaakte te worden behandeld aan kanker. Haar pruik, de pijnen in haar benen, haar medicijnengebruik, alles komt aan bod. Toen zij vorige week woensdagmiddag het ziekenhuis weer verliet, moest Rousseff meteen de pers te woord staan tijdens een ingelaste persconferentie.

Aanvankelijk leek haar werk niet te lijden onder haar ziekte, maar sinds de plotse opname vorige week hebben twijfels over haar kandidatuur een nieuwe impuls gekregen. Tevergeefs heeft Rousseff de media opgeroepen de ziekte en haar functioneren los te koppelen. Het was echter tegen dovemansoren gericht.

Speculaties, suggesties en bijeenkomsten van politieke spelers in achterkamertjes zijn nu aan de orde van de dag. De race naar het presidentschap van Brazilië heeft een nieuwe dimensie gekregen. Wat als de gezondheid van de gedoodverfde opvolgster van de populaire Lula haar niet toestaat deel te nemen aan de presidentsverkiezingen? Wie wordt dan de kandidaat van de Arbeiderspartij van Lula? Of moet de grondwet worden veranderd, zodat de immens populaire Lula een derde termijn kan regeren?

De tijd begint te dringen. De verkiezingen zijn in oktober 2010. „Dit heeft grote impact. Binnen de partij van Lula bestaat nu grote bezorgdheid over de komende verkiezingen. Hier is zij niet op voorbereid”, zegt Marcus Figueiredo, politicoloog en directeur onderzoek van het Universitaire Onderzoeksinstituut in Rio de Janeiro.

Voor Rousseff heeft alle media-aandacht voorlopig ook een positieve kant. Sinds het bekend worden van haar strijd tegen kanker is zij in opiniepeilingen gestegen, van 9 procent in mei vorig jaar, tot 17 procent in mei dit jaar.

Op het moment dat Lula haar vorig jaar tipte als de nieuwe president, was zij geen bekende bij het grote publiek. Natuurlijk, ze was de minister van Binnenlandse Zaken, een gerespecteerde econome, maar ook iemand die nog nooit aan verkiezingen had meegedaan. Tijdens de dictatuur was ze lid van een gewapende verzetsgroep en ze zat daarvoor drie jaar vast, een periode waarin zij is gemarteld.

In navolging van andere Braziliaanse politici gaf zij haar gezicht dit jaar een opknapbeurt bij de plastisch chirurg. Rimpels werden weggewerkt, oogleden opgetrokken. Een nieuwe, minder vermoeid uitziende vrouw was het resultaat. Maar populair? Niet echt.

Ondanks haar opleving in de peilingen is de achterstand op twee potentiële rivalen, onder wie José Serra, de gouverneur van São Paulo, nog steeds formidabel. Alleen kunnen haar toekomstige tegenstanders niet rekenen op de steun van Lula, die nog altijd op goedkeuring van 75 procent van de bevolking kan rekenen.

Door zo vroeg op Rousseff in te zetten, bevindt de president zich ondertussen wel in een lastige situatie. Alternatieve kandidaten binnen de Arbeiderspartij ontbreken vooralsnog. Twee eerdere kanshebbers zijn verstrikt in een corruptiezaak, die de regering-Lula een paar jaar geleden in opspraak bracht.

Bovendien zijn weinig Brazilianen vergeten wat er in 1985 gebeurde. In dat overgangsjaar van dictatuur naar democratie zou de geliefde Tancredo de Almeida Neves worden beëdigd als president. Een dag voor zijn installatie werd Neves echter ernstig ziek. Ruim een maand en zeven operaties later stierf hij. Dan geldt: wanneer de president wegvalt, neemt de vicepresident het over.

Voor de Arbeiderspartij voor Lula zou dat betekenen dat de hoogste post van het land eventueel in handen van een van de coalitiepartners terechtkomt, mocht Rousseff – indien gekozen – komen te overlijden. Een onprettig vooruitzicht. Op dit moment is bijvoorbeeld José Alencar vicepresident. Hij is van de Braziliaanse Republikeinse Partij (PRB), een partij die nauwe banden heeft met evangelische kerken in het land. In Brazilië (190 miljoen inwoners) is een ruime meerderheid van de bevolking katholiek.

„Aan dat soort scenario’s wil de Arbeiderspartij liever niet denken”, zegt politicoloog Figueiredo. „Maar het is wel een vraagstuk waar ze nu niet omheen kunnen. Een lastig probleem.”

Hoewel Lula vorige week, tijdens een bezoek aan China, aangaf dat Rousseffs kandidatuur niet ter discussie staat en dat zij vast en zeker volledig zal genezen, ontkwam hij niet aan vragen over een mogelijke derde termijn.

Zelf heeft hij gezegd een dergelijke route uit te sluiten. Maar in Brasília hebben partijgenoten van de president en coalitiepartners de derdetermijnoptie al wel bespreekbaar gemaakt, zo bleek dit weekeinde uit een verhaal in het weekblad Veja. Het zou ook passen in een regionale trend (zie inzet).

Maar volgens Figueiredo blijft het voorlopig vooral speculatie van de media. „Lula heeft herhaaldelijk gezegd, deze week ook weer, niet te geloven in een derde termijn. Maar je weet het natuurlijk nooit in de politiek.”

    • Philip de Wit