Soms beschermt de zwerm ons

De kracht van de zwerm, zelfsturing in de organisatieAuteur: Jaap van GinnekenBusiness Contact, Amsterdam 2008. 107 pag. 19,95 euro

Sander Voormolen

De sperwer valt aan. Maar de spreeuwenzwerm op wie hij het voorzien heeft, kolkt als een wild rollende toverbal om de roofvogel heen. In de hallucinerende wirwar van zwarte silhouetten kan de aanvaller geen prooi selecteren. Dolgedraaid druipt hij af.

„Zwermen tonen een fascinerende vorm van organisatie, waarbij gelijksoortige enkelingen zich ‘vrijelijk’ aaneensluiten tot een verbazingwekkend krachtig geheel”, schrijft massapsycholoog Jaap van Ginneken in zijn nieuwe boekje De kracht van de zwerm.

Van Ginneken trekt hierin de parallel tussen principes uit de biologie en het gedrag van mensen in organisaties. Dat is vaker gedaan en met reden. Want hoe hoogtechnologisch en abstract onze samenleving en economie ook mag zijn geworden, de basis is nog altijd de diersoort mens. Biologische wetmatigheden blijven daardoor de ondertoon voeren.

Volgens Van Ginneken ligt er in de organisatiekunde „duidelijk te veel nadruk op de meest recent ontwikkelde organisatiebeginselen en veel te weinig op veel fundamentele, oudere organisatiebeginselen”. Van Ginneken wil die „herontdekken” door geleidelijk de ladder van de evolutie af te dalen.

Hij vertrekt bij het gedrag van wolven die in sterk hiërarchisch georganiseerde roedels leven. Volgens Van Ginneken is een roedel met een alfamannetje omringd door bètadieren in staat de jacht op een uiterst effectieve manier te coördineren, maar treedt er aan de top ook een vorm van bewustzijnsvernauwing op, die de kwaliteit van beslissingen soms negatief beïnvloedt.

Van Ginneken ziet het roedelgedrag als ‘groupthink’ of groepsdenken, waarbij een kleine topgroep met een hoge eigendunk tegenwerpingen en alternatieve gezichtspunten wegwuift, met alle gevolgen van dien. Volgens Van Ginneken speelde dat een rol bij de missers in de top van Laurus en Ahold, ABN Amro en Fortis.

De hiërarchie op de ‘apenrots’ steekt verfijnder in elkaar, waardoor ook lager geplaatsten invloed heben op de beslissingen van de groep. Van Ginneken verwijst naar de bioloog Frans de Waal die deze processen uitvoerig heeft beschreven in zijn beroemde boek Chimpanseepolitiek. Alfaman Nikkie kon alleen in het zadel blijven dankzij de steun van Yeroen. De coalitie werd verbroken toen Nikkie niet langer toestond dat Yeroen paarde met vrouwtjes. Meteen zag Luit zijn kans schoon om alfaman te worden. Zijn leiderschap duurde niet lang. Nikkie en Yeroen verzoenden zich, en namen wraak op Luit. Hij werd zodanig toegetakeld dat hij uiteindelijk stierf.

De les die menselijke organisaties hieruit kunnen leren is dat het negeren van signalen van ondergeschikten leidt tot overmoed en dat met samenwerking en motivatie de beste resultaten gehaald kunnen worden. De lijnen moeten daarbij kort zijn. Bij het Japanse Toyota zaten er maar vijf lagen managers tussen de hoogste baas en de opzichter op de werkvloer, bij het Amerikaanse Ford maar liefst vijftien. „Het eerste bedrijf reageerde in 2008 dan ook vooruitziend op de nieuwe energiecrisis, het laatste bleef zich lang op benzineslorpende Hummers richten”, schrijft Van Ginneken.

Aardige anekdotes, maar snijden ze hout? Ze lijken verdacht veel op wat in de evolutiebiologie just-so-stories zijn gaan heten; onweerlegbare, maar ook oncontroleerbare verklaringen voor het optreden van bepaalde fenomenen. Van Ginneken lijkt zich al bij voorbaat bewust van die tekortkoming en adviseert de lezer vooraf het als „een inspiratie- en reflectieboek” te zien, „voor iedereen die wel eens met de kracht en zwakheden van organisaties te maken heeft.” Leuk om over na te denken, maar niet een reden om de strategie van je bedrijf radicaal om te gooien.

    • Sander Voormolen