Oregano, kaasjes, zuiggeitjes

Een van de genoegens van op reis zijn is dat het daar waar je bent je eigen land niet is, maar dat het je toch bevalt. Dat klinkt nogal vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Thuis is wat je ziet ook ‘thuis’ – je kent de vormen van de huizen, de geluiden in de straat, hoe de iepen van bloeiend, tot zaadsmijtend, tot zachtgroen worden. In alles zit tijd en vertrouwdheid. Ben je heel ergens anders, dan is het of spiksplinternieuw en dan ‘kijk je je ogen uit’ zoals dat zo leuk heet, of bekend maar niet écht vertrouwd anders.

Wie door Parijs loopt denkt gemakkelijk geregeld: dit is Parijs! En ziet dat die huizen en die straten niet de zijne zijn, maar toch een beetje wel. In Athene denk je: ja, zo is Athene, zo ruikt het er (en het ruikt er zo fijn), zo valt het late zonlicht op de Akropolis, dit is het hevige licht van het eind van de ochtend. Ik loop hier. Ik voel me vertrouwd. Dat laatste is maar half waar want je vergeet geen seconde dat je dáár bent en niet thuis. En thuis vergeet je vaak weer om zo te kijken dat je alles wat je ziet ook echt waarneemt. Dat gedicht van K. Schippers kun je eindeloos voor jezelf herhalen: „Als dit Ierland was/ zou ik beter kijken”.

Een van de vele leuke anderse dingen, in elk buitenland, zijn de andere winkels. En dan bedoel ik vooral: de winkels met etenswaren. In Athene kun je, zeker in de buurt van de markthallen, je hart ophalen. Al die zaken met geurende specerijen, zakken vol. De kaaswinkels met de zachte, zurige myzithra, de verschillende soorten feta, de speciale kaasjes van de eilanden, de yoghurts van ambachtelijke oorsprong, waarop soms nog een brokkelig vel zit.

En er zijn de hallen zelf. De vleeshal bijvoorbeeld.

Ik stel voor dat vegetariërs nu even een ander stukje gaan lezen, dan gaan wij naar binnen. En wat zien we daar? Varkens- en geitenkoppen, hazen met bontstaartjes, haken waaraan glanzende bosjes ingewanden hangen met lever, nier, milt, wat darmen, misschien nog wat andere onderdelen – longen? Overal liggen schoongespoelde pensen en frisgewassen darmen, hele zuiggeitjes van een lieflijk maatje dat zo in je oven zou passen worden aangeprezen, maar ook enorme braadstukken waar je twintig man van zou kunnen voeden, en poten en staarten en ribben en bakken glanzende nieren. En overal staan mannen in witte jassen met rode vegen erop die op enorme hakblokken vlak naast hun vingers tsják, door een bot heen slaan met grote hakmessen.

Oh om hier inkopen te kunnen doen! Je zou niet weten hoe te beginnen want de tientallen slagers die er schouder aan schouder staan, lijken zich op het eerste gezicht in niets van elkaar te onderscheiden. Dágen zou je nodig hebben om specialiteiten en kwaliteiten uit te vinden.

Dus snel een eenvoudig Grieks geitenstoofje – kan ook met lamsvlees.

Verwarm de oven op 150 graden. Leg de aardappelen in een pan met een dikke bodem, erbovenop het in stukken gesneden vlees en de tomaten in plakken. Strooi er de knoflook (teentjes heel laten) overheen, peper, zout, oregano, de olie en het citroensap en drie glazen water. Zet op het vuur, zodra het begint te koken ervanaf halen en in de oven zetten, of op een lage gasvlam laten pruttelen. Ongeveer een uur. Als het te droog dreigt te worden, water bijgieten.

    • Marjoleine de Vos