Ophef in VVD om uitspraak Holocaust

Uitspraken van VVD-leider Mark Rutte over het niet strafbaar stellen van de Holocaust-ontkenning hebben geleid tot verontwaardiging binnen zijn partij. Ook buiten de VVD is kritisch gereageerd.

Rutte deed zijn uitspraken naar aanleiding van een VVD-voorstel om de vrijheid van meningsuiting wettelijk te verruimen. In dat kader zou het volgens Rutte niet langer strafbaar moeten zijn de Holocaust te ontkennen, de moord op miljoenen joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Dat valt niet goed bij enkele partijprominenten. Kamerlid Hans van Baalen, die momenteel campagne voert als VVD-lijsttrekker bij de Europese verkiezingen, is het eens met Rutte dat het effectiever is „antisemieten en racisten” aan te pakken in het publieke debat dan in de rechtbank. Maar hij zegt in de Israël Nieuwsbrief ook: „In de tweede plaats is er altijd de strafrechter. Dat moet zo blijven.” Erelid Hans Wiegel spreekt van een „bizar” voorstel.

Ook buiten de VVD is kritisch gereageerd. Minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) sprak vanmorgen over „een absoluut dieptepunt”. Hij is „boos” over de uitspraken van Rutte. „Die man is het spoor bijster.”

Rutte benadrukte zelf, dinsdagavond bij de presentatie van het voorstel, dat hij het vervolgen van Holocaust-ontkenners altijd al „mallotig” had gevonden. Maar het debat daarover moet volgens hem in het publieke domein gevoerd worden. Volgens hem zitten Van Baalen en hij op één lijn. Ruttes woordvoerder benadrukte vanmorgen dat er verschillende interpretaties mogelijk zijn, maar dat de hele VVD achter de voorstellen voor de verruiming van de vrijheid van meningsuiting staat.

PvdA-leider Bos is niet onder de indruk van de VVD-voorstellen om de vrijheid van meningsuiting te verruimen. „Ik hoorde Rutte op de televisie verdedigen dat ‘Hamas Hamas Joden aan het Gas’ wel in een demonstratie mag worden geroepen, maar niet in een moskee. Tjongejonge, de VVD heeft kennelijk echt goed nagedacht over de vrijheid van meningsuiting”, aldus de PvdA-leider op zijn weblog.

Commentaar: pagina 9