Ontspoord en misbruikt idealisme

Berlijn, 2 juni 1967. De sjah van Iran, toen op het toppunt van zijn macht en gekoesterde steunpilaar van het Westen in het roerige Midden-Oosten, brengt een officieel bezoek aan de stad die nog 22 jaar verdeeld zou blijven tussen Oost en West. Studenten protesteren tegen dat bezoek, want het is bekend dat de sjah niet zachtzinnig omspringt met zijn tegenstanders. Zijn geheime dienst, de Savak, is berucht.

Het protest loopt uit de hand. Savakmannen, die de sjah voor zijn beveiliging had meegenomen, slaan met lange latten op de menigte in. Ook de West-Berlijnse politie probeert met harde hand de orde te handhaven. Dan valt er een schot. Een betoger, de 26-jarige student Benno Ohnesorg, is dodelijk getroffen. De kogel is afgevuurd door de West-Berlijnse politieagent Karl-Heinz Kurras.

Dit is het startschot voor de eindeloze reeks van demonstraties die vanaf dat ogenblik de straten van de West-Duitse universiteitssteden zullen vullen. Rudi Dutschke en Joschka Fischer behoren tot de voormannen. De een zou later het slachtoffer worden van een aanslag uit rechtse hoek en nog elf jaar, ontkracht, leven. De ander zou minister van Buitenlandse Zaken worden, van 1998 tot 2005.

Een deel ging deze vreedzame, maar soms gewelddadige protesten niet ver genoeg. De Rote Armee Fraktion werd de bekendste organisatie. Terreur moest als wapen gebruikt worden. Het begon met aanslagen op warenhuizen, symbool van kapitalisme en consumptiemaatschappij. Spoedig werden ook mensen het doelwit: in totaal werden 34 moorden gepleegd op bankiers, werkgevers, officiers van justitie.

Het hoogtepunt van die terreur viel in 1977, met de ontvoering van werkgeversvoorzitter Schleyer en, ruim een maand later, van een Lufthansa-vliegtuig. Nadat die laatste poging was mislukt, pleegden enkele gevangen terroristen, onder wie Andreas Baader en Gudrun Ensslin, collectief zelfmoord – een andere icoon, Ulrike Meinhof, had dit een jaar eerder gedaan – waarop Schleyer alsnog vermoord werd. Daarna pieterde de terreur langzaam uit. Maar het zou nog tot 1998 duren voordat de RAF zichzelf ophief.

Was de Rote Armee Fraktion een instrument van het communistische Oost-Duitsland, de DDR? Dat is nooit beweerd. Haar lessen in geweldstechniek haalde zij meestal bij de Palestijnen. De DDR deed in die tijd moeite zich als normale staat voor te doen. En de terroristen zelf vonden het ‘reële’ socialisme, zoals zich dat in de Sovjet-Unie van Breznjev en de DDR van Honecker manifesteerde, maar een verburgerlijkt zootje. Niettemin kregen de terroristen wel hulp van de Stasi, de geheime dienst van de DDR en een staat in de staat. Ze kregen er, als het nodig was, veilige schuilplaatsen, maar ook wapens en vliegtickets voor het Midden-Oosten, waar de Palestijnse trainingskampen lagen. Na het einde van de terreurperiode kregen sommigen er asiel en een baan onder een andere naam. Na de hereniging in 1990 werden ze stuk voor stuk ontdekt en alsnog berecht.

Dit alles had de dood van Benno Ohnesorg ontketend. En wat gebeurde er met de agent die hem had gedood? Karl-Heinz Kurras kreeg een proces, waarin hij zich beriep op zelfverdediging (merkwaardig, want zijn kogel had Ohnesorg in het achterhoofd getroffen). Hoe het ook zij, hij werd wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken, tweemaal zelfs. Voor de linkse protesteerders, om maar te zwijgen van de terroristen, gold hij natuurlijk als een typisch ‘fascistenzwijn’ – zoals trouwens de hele politie.

Maar wat is nu onlangs toevallig gebleken bij een onderzoek in de archieven van de Stasi (voor zover niet vernield)? Het ‘fascistenzwijn’ was al sinds 1955 lid van de SED en informant van de Stasi, een Oost-Duitse mol dus in de West-Berlijnse politie; daarbij een wapengek, trouw bezoeker van schietbanen. Zijn dodelijke schot moet dus wel gericht zijn geweest.

Dat wil nog niet zeggen dat hij het in opdracht van de Stasi heeft gelost – hij kan per slot van rekening te enthousiast zijn geweest – maar wel is met deze onthulling aan de hele protestbeweging van de jaren zestig en zeventig weliswaar niet alle rechtvaardiging, maar toch een rechtvaardigend symbool ontnomen. Het ‘fascistenzwijn’ blijkt een communistische agent te zijn geweest!

Dit moet allen die aan de protestbeweging hebben meegedaan en de velen die er sympathiek tegenover stonden – dat zijn nu mensen die op z’n minst in de zestig zijn – een ogenblik sprakeloos hebben gemaakt. Voor sommigen hunner stort misschien wel een wereld ineen. In elk geval zal velen het gevoel bekruipen dat zij en hun idealisme misbruikt zijn geworden.

Want de protestbeweging die zich in die jaren manifesteerde – niet alleen in Duitsland, maar ook in Frankrijk, Nederland, Amerika en elders – was in wezen een idealistische beweging, die bovendien in het begin het gelijk aan haar kant had: de universiteiten waren inderdaad toen in belangrijke mate verkalkt. Pas toen de beweging het instrument van een ideologie werd, ontspoorde zij – in Duitsland en Italië, twee landen met een recent fascistisch verleden, erger dan elders.

Dit rechtvaardigt een vergelijking te maken met de jaren twintig en dertig, ook jaren van ontspoord en misbruikt idealisme. Immers, de miljoenen die toen Hitler en Mussolini zijn gevolgd, waren niet allen misdadiger, laat staan oorlogsmisdadiger. De socialist Jacques de Kadt schreef in 1939 over „het oprechte idealisme van een kern van mensen die in het fascisme als levensleer geloven” en over het fascisme „als een noodzakelijk, maar eenzijdig, mismaakt en mislukt protest tegen de oude kapitalistische en socialistische wereld”.

Ook dit idealisme is ontspoord en misbruikt door pure machtsbezetenen. En hoevelen van deze idealisten van het eerste uur zijn inderdaad afgegleden langs het glibberige pad dat naar terreur en, ten slotte, oorlogsmisdaden leidde? Men zal misschien zeggen: ja, maar dat was een ander idealisme. Allemaal tot uw dienst, maar elk idealisme bergt dit gevaar in zich.

Wilt u reageren? Schrijf de auteur via dezerdagen@nrc.nl of neem online deel aan de discussie op heldring@nrc.nl

    • J. L. Heldring