Niks ergs

Er kon geen misverstand over bestaan, we zaten op het platteland, merkte ik in de enige supermarkt van het dorpje Ovezande op Zuid-Beveland. Daar hing op het mededelingenbord, naast een fotootje van de vermiste, dit briefje: „Al enige tijd loopt in onze tuin deze haan. Misschien ergens vermist? Bel of kom even langs. Familie de Dreu, Ovezandseweg 10.”

Zou de haan die mij hier ’s morgens vanaf half zes uit mijn slaap begint te houden, ook een vermiste zijn? Misschien moet ik zijn signalement maar eens in de supermarkt ophangen.

(Platte)landelijker dan in ‘de Zak van Zuid-Beveland’, zoals het gebied onder Goes heet, kun je het in Nederland niet meer krijgen. Wat mij vooral treft, is de stille schoonheid en verlatenheid van dit gebied. Niet alleen op al die kronkelende polderdijken en smalle weggetjes, maar ook in de dorpen. In Driewegen, Ellewoutsdijk, Oudelande en Kwadendamme kwamen we amper een sterveling tegen.

Er was toch niks ergs gebeurd? Omdat de kerncentrale van Borssele hier niet ver vandaan is, kreeg ik rare gedachten, maar een inwoonster (die ene sterveling) van Ellewoutsdijk stelde ons gerust. „Zo is het altijd in Ellewoutsdijk”, zei ze, „er wonen hier veel oude mensen, die binnen blijven, en jongeren die buiten werken. Mij hindert het niet, want ik ben hier voor de rust gekomen.”

Maar er was wel een groot probleem, gaf ze toe, toen we haar zeiden dat er in de dorpen opvallend veel huizen te koop stonden. Er dreigt vergrijzing en leegloop, jongeren trekken weg en jonge gezinnen zullen zich niet gauw vestigen in dorpen waar ook het bestaan van de lagere school bedreigd wordt.

In Ellewoutsdijk was er al geen enkele winkel meer. De bewoners moeten daarvoor enkele kilometers verderop naar Oudelande. Daar bleek, toen we er zelf langsgingen, welgeteld één kleine kruidenier gevestigd, een mevrouw die de winkel tussen de middag haastig sloot, omdat ze haar kleinkind van school moest halen.

Er is ook weinig toerisme in dit gebied. Veel toeristen willen niet uren fietsen of lopen zonder een behoorlijk horecabedrijf tegen te komen. Als je een poos tegen een stijve Zeeuwse bries hebt opgetornd, wil je wel even beschutting. Ik spreek uit ondervinding.

Maar wie daarom wegblijft, mist iets. Want ‘de Zak van Zuid-Beveland’ is een mooi, intiem natuurgebied. En er is altijd wel iets verrassends te zien. In Ellewoutsdijk stonden we opeens in het sombere, gelijknamige fort, dat in 1835 werd aangelegd om de scheepvaartroute over de Westerschelde militair te bewaken.

Het deed me sterk denken aan zo’n fort op het Franse eiland Ile d’Yeu, waar de collaborerende maarschalk Pétain na de Tweede Wereldoorlog werd vastgehouden. Iemand van Natuurmonumenten, die in Fort Ellewoutsdijk aan het werk was, vertelde ons dat er na de oorlog NSB’ers gevangen waren gezet. En net als op Ile d’Yeu was ook hier de (bedwongen) zee niet ver weg.

Staande op het Fort zagen we het brede water van de Westerschelde met aan de overkant Terneuzen. Dit was Zeeland. Er was hier veel veranderd, maar er was ook veel hetzelfde gebleven.