Niet alleen balkonscènes

Volgens Monumentenzorg is het Koninklijk Paleis op de Dam het „allerbelangrijkste” en „monumentaalste” gebouw van Nederland.

Voor het Koninklijk Huis is de Burgerzaal in dat paleis de aangewezen locatie voor belangrijke ontvangsten. Voor de toerist bepaalt het gebouw het gezicht van Amsterdam. Voor de Nederlander maakt het Paleis tastbaar deel uit van de vaderlandse geschiedenis: de Gouden Eeuw, de heerschappij van Lodewijk Napoleon, de rituele balkonscènes bij troonswisselingen.

Het Koninklijk Paleis Amsterdam sleept de burger mee in het nationale gevoel, ongeveer op de manier die de initiatiefnemers van het Nationaal Historisch Museum (NHM) beogen. Dat betekent niet dat het NHM, nu er wordt getwijfeld aan de voorgenomen vestigingsplaats Arnhem, er ingericht zou kunnen worden, zoals al wordt gesuggereerd. Nog los van het parkeerprobleem en van de regelmatig geboden sluiting ten behoeve van het Koninklijk Huis, zou de museumdirecteur met dit monument geen kant op kunnen. Die moet immers snel, actueel en creatief kunnen reageren om nationale ontwikkelingen te voorzien van een historische context.

Na een renovatie van het interieur wordt het Koninklijk Paleis per 14 juni dagelijks opengesteld voor het publiek, met audiotours en voorzieningen voor schoolklassen. Dat is een aangenaam vooruitzicht. Want er zijn in Nederland te veel door het Rijk onderhouden monumentale gebouwen gedoemd tot een leeg bestaan. Deze monumenten zijn gereduceerd tot iets waarvan toeristen een foto maken. Maar de monumenten smeken om leven, om slim gebruik waar iedereen plezier van kan hebben. En ze zijn geschikt als gelegenheid tot een blik in het verleden in combinatie met nieuw leven, als ontmoetingscentrum. Of als stadsgalerie waar kunstenaars voorlezen uit hun bundels, hun films laten zien, hun choreografie, hun eenakter, elektrische-gitaarsolo uitvoeren, hun beeldend werk tonen en hun fotoprojecten uitvoeren.

Wat dat betreft gedraagt het Amsterdamse Paleis van Jacob van Campen, op 29 juli 1655 geopend als Stadhuis voor alle Amsterdammers, dat wil zeggen als navel van bedrijvigheid, zich te gereserveerd. „’s Werelts Achtste Wonder’’ (Constantijn Huygens) verdient meer dan openingstijden voor het publiek en evenementen als de aangekondigde expositie over de Italiaanse architecten Palladio en Scamozzi. Erkende meesters, inspirators van Van Campen, keurig passend in het Paleis. Mooi. Weinig avontuurlijk.

Hoe spannend het kan, bewees het Franse Versailles met een gewaagde tentoonstelling van het werk van de Amerikaanse kunstenaar Jeff Koons. Zijn enorme beelden, als de levensgrote porseleinen Michael Jackson of de Balloon Dog van roze staal, worden beschouwd als de banaliteit ten top. Ze leken een belediging voor het paleiscomplex van Lodewijk XIV. Maar ze detoneerden niet. Integendeel, Versailles maakte hun kwaliteit onmiskenbaar. Omgekeerd bleek Versailles in samenspraak met Koons verre van stoffig, maar modern in zijn praal.

Zulke verrassingen zijn ook het Paleis op de Dam gegund.