Minder kokkels, minder wadvogels

De kokkelvisserij in de Waddenzee heeft het gebied waarin steltlopers kunnen foerageren met 55% verkleind. Het aantal steltlopers in de waddenzee is daardoor met een zelfde percentage gedaald. Die vogels bevolken het gebied al zo dicht, dat ze niet dichter op elkaar kunnen gaan zitten. Dat concluderen onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Onderzoek aan de Zee (NIOZ) en de Universiteit Groningen vandaag in het Journal of Animal Ecology.

Ze volgden in de periode van 1998 tot 2005 de populatie kanoeten. Kanoeten zijn steltlopers die in augustus in het Waddengebied arriveren en hier vaak ook overwinteren. De kanoet voedt zich met schelpdieren en geldt als representatief voor andere wadvogels. Het gebied waar zij hun voedsel vinden daalde tussen 1998 en 2005 met 55%, door de mechanische kokkelvisserij. Het omwoelen van de bodem door de kokkelzuigers zorgde voor minder nieuwe aanwas van schelpen, en de aanwas die er was, was van lagere kwaliteit. De kanoetenpopulatie daalde in dezelfde periode met een vergelijkbaar percentage. De vogels waarvoor geen plek meer was, moesten hun heil elders zoeken, aan de Engelse en Franse kusten. Slechts de helft slaagde hierin. De andere helft stierf. Op de overgebleven geschikte plekken bleef de kanoetendichtheid gelijk, tien stuks per hectare. Volgens hoogleraar dierecologie Theunis Piersma, medeauteur van de studie, bewijst dit onderzoek dat de Waddenzee vol zit. „Iedere kokkel minder, betekent direct een deel van een kanoet minder.” Piersma en zijn collega's maakten in hun onderzoek van de nood een deugd. „Normaal kun je de hoeveelheid voedsel niet zo dramatisch verlagen. Dat is onethisch.”

Het gaat sinds 2005 al iets beter met de kanoet in de Waddenzee. Tot verdriet van vissers en een meerderheid van de Tweede Kamer en tot vreugde van de Waddenvereniging werd in dat jaar de mechanische kokkelvisserij verboden en werden vissers uitgekocht, waardoor er alleen in kleine delen van de Waddenzee nog met de hand kokkels worden geoogst. Terecht, volgens Piersma. „Het is bizar dat in een natuurgebied, waar de kanoet een heilige status heeft, zoiets destructiefs kon plaatsvinden.” Piersma volgt de populatie kanoeten nog steeds met grote belangstelling: „Nu worden ons experiment en onze onderzoeksvraag dus omgekeerd. In hoeverre zal het ecosysteem zich herstellen als de mens zich terugtrekt?”