Het gezin staat als een huis

Nederland is nog steeds erg huisje-boompje-beestje, zegt hoogleraar demografie Pearl Dykstra.

Zorgelijk is wel dat vooral laagopgeleiden scheiden.

Van de jongeren is 96 procent van plan te gaan trouwen of samenwonen. En maar 5 tot 8 procent van de jonge vrouwen denkt kinderloos te blijven. Het gezin staat nog altijd als een huis, zegt Pearl Dykstra, onderzoeker bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) en bijzonder hoogleraar demografie aan de Universiteit Utrecht. Dykstra gaf deze week een lezing over het gezin aan de Universiteit Utrecht.

Is scheiden nog steeds slecht voor de kinderen?

Dykstra: „Ja. Ze volgen gemiddeld een jaar minder onderwijs en hebben meer kans op emotionele problemen en crimineel gedrag. Maar de sociale klasse is veel bepalender. De scheidingscijfers zijn in Nederland intussen redelijk stabiel. Per jaar eindigen 9 op de 1.000 huwelijken in een echtscheiding. Maar er is wel een zorgelijke trend. Het aantal neemt af bij de hoogopgeleiden en toe bij de armere, laagopgeleide klassen. ‘Scheiden is voor de dommen’ zei iemand laatst. Maar juist kinderen van niet-werkende moeders zijn extra kwetsbaar.”

Als mama werkt, is dat goed voor je?

„Ik zal wel weer iedereen over me heen krijgen, maar: inderdaad. Bij kinderen van gescheiden moeders die in zichzelf investeren, een carrière hebben, zie je die negatieve scheidingseffecten niet. Mams heeft dan meer geld, meer contacten, wat de kinderen betere kansen geeft. Dat geldt ook voor niet-gescheiden moeders. Maar in Nederland heerst een soort calvinistisch moederethos: eigenlijk hoort ze thuis bij de kinderen te zitten. Nederlandse vrouwen kunnen het zich permitteren om niet te werken. Maar je ‘opofferen’ voor je kinderen en aan hen je identiteit ontlenen, blijkt voor hen niet het beste.”

Weg met het jaren-50-ideaal?

„Het is nog altijd erg huisje-boompje-beestje. Het gezin blijft de belangrijkste bron voor de overdracht van normen en waarden. De patronen van nu zijn niet zo ongebruikelijk. Zo bleef 20 procent van de vrouwen die tussen 1910 en 1920 geboren zijn kinderloos. Bij de tussen 1960 en 1965 geboren vrouwen is dat 18 procent. Ertussenin zit de groep waar maar 10 procent kinderloos bleef. En al die nieuwe vormen? In heel Nederland zijn er 2.500 lesbische stellen met een kind. En met Paul de Leeuw en die paar anderen heb je het met de homostellen met kinderen wel gehad.”

    • Liesbeth Koenen