Dit examen zou voor leerling uit 1998 niet te maken zijn

Het onderwijsniveau daalt de laatste jaren, zegt de minister. De examentijd is hét moment om de balans op te maken. Vandaag: het vak economie (vmbo-t).

Lochem 24-5-2009 Jaap de groot / onderwijs / ©foto eric brinkhorst

Van de vmbo-leerlingen van economieleraar Jaap de Groot wordt weleens gezegd „dat ze het oude mavo-examen niet zouden kunnen maken”. De leerlingen van nu, van de theoretische leerweg, zouden zich geen raad weten met de formules en begrippen die tot 1998 werden getoetst.

Het omgekeerde is ook waar, zegt De Groot, leraar op het Staring College in Lochem. „De leerlingen van toen zouden nu ook geen voldoende halen. Je moet nu bronnen kunnen beoordelen, informatie op waarde kunnen schatten en je antwoord kunnen beredeneren. Dat hoefde toen niet.”

Het is wat De Groot betreft dus te simpel om te zeggen dat het onderwijsniveau is gedaald. Wel vindt hij het jammer dat het onderwerp boekhouden is geschrapt uit het examen, ja eigenlijk uit de hele lesstof.

De nieuwe lesinhoud van het vmbo sluit niet minder goed aan op het mbo, dat het afgelopen decennium ongeveer dezelfde ontwikkeling heeft doorgemaakt – van feitenkennis naar het toepassen van kennis, van pure vakinhoud naar het interpreteren van bronnen.

Je kunt ook beweren dat beide onderwijssoorten niet meer deugen. De Groot kent de discussie. Zelf vindt hij de veranderingen „wel goed”. Zijn leerlingen snappen misschien wel beter wat ze aan het doen zijn dan de leerlingen van tien of twintig jaar geleden.

De Groot is vandaag al bezig met het nakijken van het economie-examen vmbo-t van gistermiddag. Het is redelijk gemaakt, zegt hij. Al zaten er wat „rare dingetjes” in het examen. Nu eens past een vraag niet bij het tekstfragment, dan weer wordt verondersteld dat leerlingen uit zichzelf weten wat ‘toekenningen’ betekent. Het officiële antwoord op vraag 17 is zelfs onjuist, zegt De Groot. „Er staat dat een lage inflatie of een hoog nationaal inkomen iets zegt over de welvaart van een land. Dat is niet per se waar.”

Een „goede vraag” is de laatste, nummer 40. Daar moet de leerling beredeneren of loonmatiging goed is voor de werkgelegenheid. „Ook havisten zouden hier moeite mee kunnen hebben.”

Het economie-examen wordt steeds taliger, constateert De Groot. Dat is soms een behoorlijk struikelblok voor zijn leerlingen. „Ze halen hun informatie van internet. En hun taalvaardigheid daalt doordat ze veel sms’en.”

Wat doe je dan, het examen versimpelen of het taalniveau opschroeven? Het laatste, zegt De Groot. „De school moet meer aandacht besteden aan rekenen en taal, en niet alleen bij Nederlands en wiskunde. Ik vind dat je taal ook bij economie aan bod moeten laten komen. Bij Nederlands leg je de basis, bij economie gebruik je taal in de praktijk.”

Sommige critici opperen dat spel- en grammaticafouten in de examenantwoorden puntenaftrek moeten opleveren. Dat gaat De Groot te ver. „Economie is geen subfaculteit van de talen, anders dan bijvoorbeeld geschiedenis.”

Hij geeft een voorbeeld. Een van zijn leerlingen schreef ‘chiraal’ in plaats van ‘giraal’. Reken je dat fout of niet? De Groot heeft het niet fout gerekend. „Ik kijk naar de geest van het antwoord.”

Leerlingen bloggen op nrc.nl/eindexamen

    • Derk Walters