Banken huren legers lobbyisten

Washington en Brussel willen het toezicht op de derivatenhandel verscherpen. Banken verzetten zich en dreigen anders te verhuizen naar Singapore of elders.

Op woensdag 13 mei kreeg David Clark, een Londense bankier, een nare schok te verwerken. Berichten uit Washington leken er op te duiden dat de Amerikaanse regering snel beperkingen zou willen opleggen aan de derivatenhandel via nieuwe wetgeving – een stap die volgens Clark de financiële wereld in Londen en New York ernstige schade zou kunnen toebrengen.

Hij stelde onmiddellijk een boze verklaring op namens de Wholesale Market Brokers’ Association (WMBA), een lobbygroep die hij leidt. Maar toen hij een paar uur later de voorstellen van de Amerikaanse minister van Financiën, Tim Geithner, onder ogen kreeg, bedacht Clark zich. „Wat Geithner heeft geschreven, hoeft nog niet zo slecht te zijn,” zegt hij, eraan toevoegend dat er nu „onzekerheid” bestaat over wat er verder zal gebeuren.

Geen wonder. Tot voor kort raakten alleen financiële deskundigen opgewonden van de technische details van derivaten. Nu is de derivatensector een politiek hete aardappel geworden, met mogelijk grote gevolgen voor bankwinsten. De eerste golf beleidshervormingen van de regering van president Barack Obama, in reactie op de financiële crisis, richtte zich op kortetermijnmaatregelen, zoals de zogeheten stresstests om de gezondheid van banken vast te stellen. De volgende fase is een gevecht over de structuur en het beheer van de financiële sector.

En wat deze ooit zo ‘esoterische’ kwestie nu zo gevoelig heeft gemaakt, is dat zij niet alleen van cruciaal belang is voor de moderne bedrijfsvoering van banken, maar ook vragen oproept over de mate waarin financiële spelers vrij zouden moeten zijn om zonder overheidscontrole vernieuwingen door te voeren.

Een openbaar debat over derivaten had allang moeten plaatsvinden. Want hoewel politici – en consumenten – deze sector in de eerste zeven jaar van dit decennium grotendeels hebben genegeerd, heeft zich daar recentelijk een buitengewone revolutie voltrokken.

Toen de handel in derivaten – financiële instrumenten waarvan de waarde van iets anders is afgeleid – drie decennia geleden op gang kwam, was het een marginale uithoek van de financiële wereld. Begin deze eeuw schatte de Bank for International Settlements (BIS) dat er voor zo’n 100.000 miljard dollar aan transacties uitstond.

Vervolg Derivaten: pagina 16

Geithner heeft lef nodig voor hervormingen

Eind 2008 was de waarde van deze transacties opgelopen tot bijna 600.000 miljard dollar. Dat wil zeggen zestien maal de marktwaarde van alle aandelenbeurzen wereldwijd en tien maal het mondiale bruto binnenlands product.

Bankiers beweren dat deze verbluffende cijfers misleidend zijn, omdat veel uitstaande contracten elkaar in economische zin neutraliseren. De BIS schat dat, na een dergelijke ‘wegstreep’-operatie, de reële netto marktwaarde van derivatentransacties vorig jaar ‘slechts’ 34.000 miljard dollar bedroeg.

Niettemin is de aanwezigheid van deze 600.000 miljard dollar aan elkaar overlappende transacties belangrijk, omdat banken gewoonlijk een vergoeding krijgen voor ieder (bruto) contract dat wordt uitgeschreven. Bovendien hebben deze transacties banken en andere financiële spelers gevangen in een complex web van risico’s over en weer.

Gewone aandelentransacties hebben meestal voor iedereen zichtbaar plaats op een gereguleerde beurs. Dit garandeert dat transacties ook worden afgerond als een van de betrokken partijen bezwijkt. Sommige derivatentransacties – zoals die in zogenoemde futures op staatsobligaties – worden op soortgelijke beurzen in Chicago en Londen afgehandeld. Maar uit BIS-gegevens blijkt dat viervijfde van de uitstaande derivatentransacties via particuliere deals op de zogeheten over-the-counter (OTC) markt tot stand komt. Daardoor bestaat het risico dat een transactie in het water valt als één van de partijen failliet gaat. De sector heeft dit ‘tegenpartijrisico’ trachten te verzachten door handelaren aan te moedigen onderpand in te brengen als zij transacties sluiten, maar dergelijke arrangementen worden niet als stevig genoeg gezien.

Toen de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers in het najaar van 2008 ten onder ging, bevroren de markten omdat beleggers onzeker waren of hun transacties wel zouden worden afgerond. Noch toezichthouders noch beleggers wisten waar de risico’s lagen omdat de transacties zich in de particuliere sfeer voltrokken. Daarom was de Amerikaanse regering ervan overtuigd dat verzekeraar AIG – die kredietderivaattransacties met tientallen banken had uitstaan – niet onderuit mocht gaan.

Zoals Mary Schapiro, de voorzitter van de Securities and Exchange Commission (SEC, de Amerikaanse beurswaakhond) zegt: „OTC-derivaten, met name kredietderivaten hebben bijgedragen aan de financiële puinhopen die we vandaag de dag mogen opruimen.”

De voorstellen die Geithner, Schapiro en anderen hebben gedaan, proberen deze problemen op vier manieren aan te pakken. In de eerste plaats eisen zij dat alle „gestandaardiseerde” derivaten centraal worden vereffend om het tegenpartijrisico te elimineren, zelfs als ze niet op een beurs worden verhandeld.

In de tweede plaats „moedigen ze de sector aan” om gebruik te maken van gereguleerde beurzen naast vereffeningsplatforms omdat beleggers alleen op beurzen gelijke toegang krijgen tot gegevens over handel en prijzen, in plaats van afhankelijk te zijn van de informatie van een kleine groep dominante banken.

In de derde plaats wil de regering-Obama dat instellingen elke derivatentransactie registreren om toezichthouders in staat te stellen marktmisbruik te voorkomen. Ten laatste wil zij de regels over kapitaal en onderpand aanscherpen, om ervoor te zorgen dat alle partijen op de derivatenmarkt buffers om verliezen op te kunnen vangen. Dat is een radicale stap, want hoewel banken al aan zulke regels zijn gebonden, geldt dit niet voor hedgefondsen, bedrijven en verzekeringsmaatschappijen als AIG.

Nog opmerkelijker is dat de regering een glijdende schaal wil invoeren van heffingen om het gedrag te kunnen „sturen”. Derivatentransacties die plaats hebben op gereguleerde beurzen zullen lagere heffingen kennen dan OTC-deals.

Op sommigen maken deze maatregelen een timide indruk. Christopher Whalen, een financieel analist uit de VS, zegt dat het systeemrisico alleen kan worden geëlimineerd als alle transacties zich verplicht op transparante beurzen voltrekken. Volgens hem zullen de banken zich daartegen verzetten, omdat OTC-transacties voor sommigen een belangrijke winstbron zijn. Op beurzen afgesloten transacties leveren doorgaans een vergoeding op van een paar basispunten, maar bij OTC-deals kan dat oplopen tot diverse procentpunten.

„Ook al lijkt het voorstel op een hervorming, het ministerie laat de OTC-markt nog steeds stevig in handen van de grote derivatenbanken,” zegt Whalen. „Zonder de buitensporige vergoedingen die JPMorgan Chase en andere traditionele OTC-handelaren ontvangen, kunnen de grootste banken niet overleven.”

Frank Partnoy, voormalig derivatenhandelaar en tegenwoordig academicus, meent dat de voorstellen tekort schieten omdat ze slechts betrekking hebben op „gestandaardiseerde” transacties, en niet op de ingewikkelde contracten die tot chaos hebben geleid bij AIG en elders. „Door de markt op te delen in derivaten die gestandaardiseerd en transparant zijn en derivaten die dat niet zijn, creëer je een gat dat alleen maar groter kan worden,” zegt hij.

Hoewel de regering het begrip „gestandaardiseerd” nog niet heeft gedefinieerd, zou een scherpe definitie nauwelijks de helft van alle recente transacties omvatten. Op de markt voor kredietderivaten kunnen de meeste transacties die de index volgen of die obligaties van één enkel bedrijf betreffen worden beschouwd als gestandaardiseerd. Derivatenbundels, zoals CDO’s (pakketjes, bestaande uit door onderpand gedekte obligaties) zijn dat niet.

De banksector klaagt daarentegen dat de hervormingen te ver gaan. De meeste betrokkenen zijn wel bereid om een deel van de activiteiten naar een vereffeningsplatform te verplaatsen. Deze verschuiving was al gaande vóór de aankondiging van vorige week. Bedrijven die vereffeningsdiensten voor kredietderivaten aanbieden zijn dit jaar van de grond gekomen. Sommige grote beursmakelaars, zoals Icap, aanvaarden ook het idee van de beperkte beurshandel – niet in de laatste plaats omdat Icap een elektronische beurs bestiert.

Maar bankiers verzetten zich tegen het idee dat alle activiteiten zich op een beurs moeten voltrekken. Ze beweren dat dit de vernieuwing zou tegenhouden en de liquiditeit zou beperken, omdat banken dan niet langer een winstmotief hebben om transacties te sluiten.

„De gedwongen verplaatsing van OTC-transacties naar een beursvloer zou in verhoogde risico’s en kosten voor eindgebruikers opleveren,” zegt Clark van de WMBA, die stelt dat Britse pensioenfondsen onlangs 40 miljard pond hebben bespaard door zich met derivaten in te dekken. Of zoals Anthony Belchambers, het hoofd van de Futures and Options Association, zegt: „Dit soort druk van de toezichthouder zal de werking van de vrije markt verstoren en de productdiversiteit beperken.”

In werkelijkheid is het niet helemaal duidelijk in hoeverre de regering alle activiteiten voortaan via beurzen wil laten verlopen. Washington probeert nog steeds zorgvuldig te manoeuvreren tussen populistische politici die gevoelig zijn voor de woede van het publiek en de machtige financiële lobby. Hogere Amerikaanse functionarissen hopen dat een glijdende schaal van heffingen minder controversieel zal zijn dan een verbod. Op de markt geschoeide „prikkels” verhouden zich nu eenmaal beter tot de Amerikaanse idealen van de vrije markt dan overheidsdictaten.

Niemand in Washington verwacht dat het pleit snel beslecht zal zijn. En wat het plan van Geithner twee maal zo controversieel maakt, is dat de gevolgen ervan reiken tot ver buiten Washington zelf. Toen hij twee weken terug met verslaggevers sprak, bewees Geithner lippendienst aan het „zeer belangrijke proces” van mondiale coördinatie. Maar Washington lijkt Europa inderdaad uitgebreid te hebben geraadpleegd vóór de bekendmaking eerder deze maand. De Europese Commissie bereidt nu maatregelen voor om gecentraliseerde vereffening op te leggen aan de handel in kredietderivaten. Amerikaanse financiële functionarissen gaan ervan uit dat de Europese maatregelen als twee druppels water op de Amerikaanse zullen lijken, maar dat is geenszins zeker.

Ondertussen maken bankiers in Londen zich op om te profiteren van eventuele trans-Atlantische mazen in het toezicht. „Slechts 25 procent van alle OTC-handel heeft in Amerika plaats,” zegt een Londense bankier. „Daarom denken we niet dat Geithners maatregelen ook maar iets voor ons zullen veranderen. Zelfs als Brussel dat wel zou doen, zullen de activiteiten zich gewoon naar Singapore of Zwitserland verplaatsen.”

Zulke uitspraken verklaren waarom Amerikaanse politici de derivatensector wantrouwen. Zij illustreren ook de enorme problemen waarmee hervormers worden geconfronteerd. Amerikaanse politici hebben de afgelopen drie decennia immers diverse malen geprobeerd de derivatenhandel aan banden te leggen, en iedere keer heeft de Wall Street-lobby van zich afgebeten.

Sommige waarnemers, zoals Willa Bruckner, partner bij de advocatenfirma Alston & Bird en veteraan van eerdere gevechten, hopen dat het deze keer anders zal gaan. In het verleden wist de sector de toezichthouders ervan te overtuigen dat hij zichzelf wel kon reguleren. „Maar vanwege de omvang en de diepte van de crisis zijn deze argumenten nu lang niet zo overtuigend meer,” zegt Bruckner.

Niet iedereen is het ermee eens dat Geithner genoeg lef heeft voor hervormingen. Het enige dat glashelder is, is dat „de banksector zich opmaakt voor een gevecht en hele legers aan lobbyisten en advocaten inhuurt,” aldus Whalen. Bereidt u zich maar voor op een lange – en mogelijk bittere – derivatenoorlog.

© Financial Times

Vertaling: Menno Grootveld

    • Aline van Duyn
    • Gillian Tett
    • Jeremy Grant