Afghanistan in 13 toneelstukken

Een klein theater in Londen doet in een cyclus van dertien toneelstukken een poging te verklaren hoe Afghanistan kon uitgroeien tot gevaarlijke brandhaard.

„Informatie ontlokt debat en theater kan daarbij de katalysator zijn.” Dat betoogt Nicholas Kent, directeur van het Tricycle Theatre in Londen, in het voorwoord van het boekje dat The Great Game begeleidt.

‘Het Grote Spel’ is niet alleen de naam van de ambitieuze cyclus van dertien toneelstukken over Afghanistan die zijn theater speelt, maar het is ook de term die wordt gebruikt om het politieke en militaire steekspel tussen de Britten en de Russen in de negentiende eeuw in Afghanistan mee aan te duiden. Ook toen al poogde de buitenwereld de zaken in dat deel van Azië naar zijn hand te zetten.

Een makkelijke opgave hadden Kent en de zijnen zich niet gesteld, want ervaring met Afghanistan hadden ze niet en de geschiedenis van het land is ingewikkeld. Wel konden ze terugvallen op eigen theaterproducties over Irak, Noord-Ierland en Darfur. Mede daardoor staat het Tricycle Theatre ondanks zijn relatief geringe afmetingen en zijn bescheiden budget in Londen bekend als een van de beste plaatsen voor prikkelend politiek getint theater.

The Great Game vereist het nodige uithoudingsvermogen van de toeschouwers, zoals dat ook onontbeerlijk is voor elke reiziger die Afghanistan bezoekt. Ruim zes uur duren de dertien stukken bij elkaar. Ze zijn op één dag in het weekend te zien of uitgesmeerd over drie doordeweekse avonden.

Maar de inspanning loont, mede door het voortreffelijke acteerwerk. De acteurs moesten zich vele rollen tegelijk eigen maken. Wel spijtig is dat een Afghaanse inbreng in de cyclus zo goed als afwezig is. Kent heeft overwegend Westerse auteurs benaderd.

De tocht door de Afghaanse geschiedenis begint met een Brits trauma uit 1842, toen een koloniaal expeditieleger van 16.000 man door Afghaanse strijders in de pan werd gehakt. Slechts één man, de legerarts William Brydon, wist in bar winterweer de Britse post in de stad Jalalabad levend te bereiken.

Hoewel dit stuk van de hand van Stephen Jeffreys niet het sterkste is van de cyclus, bevat het enkele opmerkelijke momenten. Onvergetelijk zijn bijvoorbeeld de woorden van een Afghaan, die plotseling opduikt voor een groepje Britse militairen. „Waarom ben je hier?”, informeert een van de Britten wantrouwig. „Omdat ik hier geboren ben”, luidt het laconieke antwoord van de Afghaan.

Geleidelijk aan schuiven we op in de tijd. Er volgt een fictieve discussie tussen de Britse minister Sir Mortimer Durand en de Afghaanse vorst Abdur Rahman over de vaststelling van de grens tussen Afghanistan en wat nu Pakistan is. Nog altijd is de zogeheten Durand-lijn omstreden. Ze loopt dwars door het ruige gebied waar de Talibaan en Al-Qaeda zich hebben genesteld. Het zou Victoriaanse tijdgenoten zeker hebben verbaasd, maar toneelschrijver Ron Hutchinson schildert de Afghaan vaak af als scherpzinniger dan de tamelijk dorre Britse functionaris.

Weer later, in het stuk Zwarte Tulpen van David Elgar, duiken ook de Russen op, die in de jaren ’80 van de afgelopen eeuw dood en verderf zaaiden in Afghanistan. Navrant zijn de passages waarin de Russen hun eigen missie als een succes omschrijven. „Dit land zou slechter af zijn zonder onze aanwezigheid”, zegt een Russische officier. „We zullen deze plek in een betere staat verlaten dan we hem aantroffen.” Het zijn precies de woorden die de Amerikanen, de Britten en hun bondgenoten nu vaak gebruiken in Afghanistan.

Een terugkerend refrein in de stukken is hoe weinig de meeste buitenlanders van Afghanistan met zijn oeroude tribale gedragscodes begrijpen. Steeds weer worden de buitenlanders op het verkeerde been gezet, vaak met dramatische gevolgen. Maar steeds weer ook raken nieuwe generaties buitenlanders, of het nu om militairen gaat of om hulpverleners, in de ban van het ruige land met zijn ondoorgrondelijke mensen.

Voor programmagegevens zie: www.tricycle.co.uk

    • Floris van Straaten