Aanval op reclame, gezicht van het systeem

New York is in de ban van een mysterieuze artiest, die zich Poster Boy noemt en kunst maakt van affiches in de metro. Ene Henry M. werd gearresteerd voor vandalisme.

Hij is misschien wel de meest besproken guerrilla-artiest van het afgelopen jaar: Poster Boy. De rebelse straatkunstenaar bewerkte honderden affiches in New Yorkse metrostations en maakte er kunst van.

De rechter kent de man beter als Henry M., die het afgelopen jaar driehonderd reclameaffiches met zijn mes bewerkte, schade toebracht aan bezittingen van reclamebureaus en het metrobedrijf en zich schuldig maakte aan vernieling en vandalisme. Maximale gevangenisstraf: één jaar.

Deze twee personages kwamen recent samen in één 27-jarige in de banken van een rechtszaal in het New Yorkse stadsdeel Brooklyn. Daar zit de Pools-Puertoricaanse Amerikaan dan met zijn zwarte trui en dito muts. Nadat hij tot stilte gemaand wordt door rechtbankpersoneel schrijft hij in een kladblokje over de straatkunstbeweging die hij wil gaan aanvoeren. Ook als hij veroordeeld wordt „is dat het zeker waard. Dit is groter dan één persoon. Dit gaat verder dan Henry.”

Henry M. studeerde naar eigen zeggen aan een New Yorkse kunstopleiding, maar had geen geld voor eigen materialen. Hij creëerde zijn werk door nieuwe kunst te maken van afgedankte posters, schilderijen en verf van zijn medestudenten. Op weg naar de opleiding, die hij niet zou afmaken, besloot hij in de metro met zijn mes reclameaffiches te bewerken. De New Yorkse affiches zijn niet van papier en worden niet met behangplaksel bevestigd, maar zijn van plastic en plakken als een sticker. Inspiratie krijgt hij ter plekke, een vooropgesteld plan is er niet.

Elk nieuw werk is een maatschappijkritisch statement. Van de filmposter voor Iron Man maakt hij de tekst Iran = Nam, doelend op Vietnam. Modellen krijgen mannengezichten op hun lijf geplakt. In een bierglas drijven twee hoofden. Bij een reclame voor een serie over kinderen van popsterren, ‘Are they born to rock?’, wordt van de r een f gemaakt, en van de o een u. En van de leus van een grote elektronicawinkelketen The company you can trust, wordt na toevoeging van een t van een andere poster can’t trust.

In de rechtbank praat Henry net zo makkelijk over zichzelf in de eerste als derde persoon. Soms legt hij uit wat Poster Boy wil bereiken alsof hij een woordvoerder is, niet de man zelf. Het stoort Poster Boy, dat burgers gedwongen worden geconfronteerd met reclame-uitingen uit naam van een kapitalistisch systeem dat de huidige economische problemen juist heeft veroorzaakt. „Maar wie klaag ik daarvoor aan?”, zo schiet Henry M. dan weer terug in de ik-vorm. Bestuurders van (media-)bedrijven zijn ook maar pionnen van aandeelhouders, zo redeneert hij, die op hun beurt weer geen eindverantwoordelijkheid dragen omdat ze elk alleen maar uit zijn op een zinnige investeringsopbrengst. „Daarom kunnen we alleen maar het gezicht van het systeem aanvallen.” De reclame.

Dit soort maatschappijkritiek is verre van nieuw en ook in street art heeft New York een lange geschiedenis, met de graffitihoogtijdagen in de jaren zeventig en tachtig als voornaamste vergelijkingsmateriaal. Maar Poster Boy combineert die twee subculturen, en doet dat ook nog eens in een andere tijd: New Yorkse overheden treden ongekend streng op tegen alles wat als vandalisme gezien wordt.

Buiten dat maakt Poster Boy ook kundig gebruik van de componenten tijd en technologie. Omdat Poster Boy’s kunst vaak maar kort bestaat – de politie of metropersoneel verwijdert het soms al binnen het uur – zijn in plaats van de muren van de metroperrons fotowebsite Flickr en videosite Youtube met een bijna 900.000 keer bekeken filmpje zijn voornaamste podia geworden. Dáár worden de creaties geëxposeerd, bewonderd, becommentarieerd.

Poster Boy wordt dan al snel tot held verklaard. De Britse krant The Guardian noemt de onbekende kunstenaar „witty” en „playful”, geestig en speels. The New York Times vindt de mysterieuze artiest „een anti-consumenten-Zorro” met „een gevoel voor humor en een talent voor collage”. En ondertussen zetten lokale tijdschriften en weblogs de achtervolging in. Wie is Poster Boy?

In februari organiseren bevriende galeriehouders een opening. Van tevoren worden flyers verspreid: Poster Boy komt ook. Henry M. wordt op de openingsreceptie gearresteerd. Hij belandt in de gevangenis, maar wordt weer op vrije voeten gesteld nadat vrienden de borg opbrengen.

En daar zit Henry M. nu dan. Op een houten bank, in de rechtbank. Zijn advocaat is niet komen opdagen. Maar ook de agent die hem arresteerde is er niet, en dat hoort wel. Daarom wordt de zaak voor onbepaalde tijd uitgesteld. Tot er een uitspraak is houdt Poster Boy zich gedeisd, zegt Henry M. Maar dat wil niet zeggen dat de beweging die hij wil beginnen ook voorbij is. „Ik heb het idee verspreid”, zegt M.. „Nu mag iedereen ermee doen wat hij wil.”

Met medewerking van Harmke Berghuis.

Bekijk meer werk van Poster Boy via nrc.nl/kunst

    • Freek Staps