VS dreigen triple-A status te verliezen

De kredietcrisis en de recessie hebben de overheidsbalans van de VS uitgehold. Niet alleen Bush, liet het tekort oplopen, zijn opvolger Obama doet precies hetzelfde.

De Amerikaanse overheid is zijn triple-A status kwijt. Tenminste, volgens het Braziliaanse kredietbeoordelingsbureau SR Rating. De Brazilianen, zelf wel gewend aan onevenwichtigheden, zien het afwaarderen van de kredietwaardigheid van de grootste economie ter wereld als „een rechtstreekse provocatie”, zei de baas van SR Rating vorige week in weekblad The Economist. Maar helemaal onterecht is de waarschuwing natuurlijk niet.

Met de voortrazende kredietcrisis en de daarop volgende recessie is de overheidsbalans van de VS verder uitgehold. Het land had al de reputatie alles op de pof te financieren, maar sinds de crisis in augustus 2007 uitbrak, zijn alle remmen eraf. Niet alleen de vorige president, George W. Bush, liet het tekort gigantisch oplopen – vooral met de miljardenreddingen die elkaar sinds september 2008 in rap tempo opvolgden – zijn opvolger Barack Obama doet precies hetzelfde. Honderden miljarden aan lastenverlichting, duizenden miljarden aan garanties hebben de staatsschuld tot ongekende hoogte opgestuwd.

Het IMF verwacht voor dit jaar een tekort van 13,7 procent van het bruto binnenlands product en een staatsschuld van 87 procent van het BBP. Volgend jaar loopt de staatsschuld op tot 97,5 procent van het BBP, nog maar een fractie verwijderd van een één-op-één-verhouding.

Dergelijke rap oplopende schulden zijn voor kredietbeoordelaars als Moody’s en Standard & Poor’s over het algemeen reden tot flinke zorgen. Niet voor niets zette S&P’s vorige week de Britse overheid op de zogenoemde ‘negative watch’: een verlaging van triple-A naar double-A ligt daar in de lijn der verwachtingen. Voor de VS kan dat ook gelden, waarschuwde obligatiehandelaar Bill Gross van Pimco.

In de Nixon-jaren blufte de toenmalige minister van Financiën John Connally de destijds hevig fluctuerende dollar nog weg met de woorden: „De dollar is onze munt, maar jullie probleem.” Die toon kan Obama nu niet meer aanslaan. Een verlaging van de kredietbeoordeling van een heel land heeft grote gevolgen. Niet alleen worden staatsobligaties minder waard, geen enkel bedrijf in het betreffende land kan nog een triple-A beoordeling voeren. De waardering van het land is het plafond voor waarderingen voor individuele bedrijven in dat land.

De oplopende staatsschuld in de VS heeft ook grote gevolgen voor de koers van de dollar. Die staat internationaal zwaar onder druk en is met een koers van ruim 1,39 dollar voor een euro op een dieptepunt dit jaar beland. In de financiële pers wordt al badinerend gesproken over de ‘Amerikaanse peso’ als het over de dollar gaat.

Belangrijkste oorzaak voor de koersdaling lijkt het rigoureuze Amerikaanse anti-crisis-programma te zijn. Sinds december 2008 staat in de VS de geldpers namelijk aan en koopt de centrale bank rechtstreeks staatsobligaties op. Deze vorm van kwantitatieve verruiming, zoals dergelijk monetair beleid heet, kent een gigantisch risico: hyperinflatie. Geld in een economie pompen om de gevolgen van een recessie te dempen is een ding, maar het er op het juiste moment weer uithalen als de economie aantrekt, is bijna ondoenlijk.

Als gevolg van de inflatoire dreiging keldert de koers van de dollar ten opzichte van de belangrijkste andere valuta. En daar begint Connally’s adagium wel weer te gelden. Immers, een lagere dollarkoers heeft direct gevolgen voor beleggers in die dollar.

De grootste belegger in Amerikaanse dollars is China. Het land zit op een berg van 2.000 miljard dollar aan buitenlandse deviezen, waarvan 70 procent dollarbeleggingen zijn. China is goed voor een kwart van de Amerikaanse staatsobligaties in buitenlandse handen.

Niet voor niets voert China de laatste tijd de druk op om de dollar minder belangrijk te maken in het internationale financiële verkeer. Aan de vooravond van de G20-top, begin april in Londen, liet de president van de China centrale bank, Zhau Xiaochuan, weten een alternatieve reservevaluta te prefereren boven de dollar.

China is begonnen met een defensief om de eigen economie te beschermen tegen een verder uithollende dollar. De laatste acht maanden, sinds het ineenstorten van hypotheekgiganten Fannie Mae en Freddie Mac, heeft China meer kortlopende staatsobligaties gekocht in plaats van langer kopende obligaties. Daarmee hoopt China zich te beschermen tegen de effecten van de kwantitatieve verruiming, die op termijn onherroepelijk tot forse rentestijgingen zullen leiden om de inflatie weer de kop in te drukken.

Een echte omslag kost meer tijd en brengt risico’s met zich mee. Rigoureus stoppen met het financieren van de oplopende Amerikaanse schulden zou de al bestaande beleggingen in waarde doen kelderen. China’s State Administration of Foreign Exchange (Safe) weet dat als geen ander.

Mede daarom stimuleert China haar eigen bedrijfsleven om de dollars te gebruiken voor buitenlandse overnames in plaats van voor schuldfinanciering. De directe investeringen van de Chinezen in het buitenland verdubbelde in twee jaar tijd tot 52 miljard dollar.

Als die trend doorzet, kan China zich op termijn van de dollar-handboeien ontdoen.

    • Egbert Kalse