Volop speculaties over 'kogel waarmee alles begon'

Zat de Stasi in 1967 achter de moord op een student die protesteerde tegen het bezoek van de sjah? Duitsland debatteert langs de oude ideologische lijnen.

ARCHIV - Ein Archivbild zeigt den Abtransport von Benno Ohnesorg, der am 2. Juni 1967 bei einer Demonstration anlaesslich des Berlin-Besuchs des Persischen Kaiserpaares von einem Polizisten erschossen wurde. Der Westberliner Polizist Karl-Heinz Kurras, der den Studenten Benno Ohnesorg erschossen hat, soll nach Erkenntnissen der Stasi-Akten-Behoerde als IM fuer die Stasi taetig gewesen sein. (AP Photo/file) --- Student Benno Ohnesorg is carried away just after he was killed during a demonstration against the visit of the shah of Persia, June 2, 1967 in Berlin. Ohnesorg was fatally shot during an anti Shah protest in West Berlin, June 2, 1967 by police officer Karl-Heinz Kurras, who is now believed to have been a STASI spy, according to recent media reports. (AP Photo,file) Associated Press

Benno Ohnesorg – met hem is alles begonnen. De destijds 26-jarige student liep op 2 juni 1967 in West-Berlijn mee in een demonstratie tegen het bezoek van de sjah van Perzië. Op de Bismarckstrasse, ter hoogte van de Duitse Opera, escaleerde de betoging. In een zijstraat kwam het tot een gewelddadig treffen met de politie en werd Ohnesorg doodgeschoten door een agent in burger. Dat was Karl-Heinz Kurras.

Kurras, voor wie de geschiedenis van de Bondsrepubliek misschien moet worden herschreven omdat hij spion van de Oost-Duitse geheime dienst was, had jarenlang vanuit zijn woning aan de Weinmeisterhornweg in Spandau uitzicht op de arbeiders- en boerenrepubliek DDR. Hij kon haast zwaaien naar de grenswachten. Zijn straat ligt een paar honderd meter van de voormalige Todesstreifen, het zwaar bewaakte grensgebied waar de dood heerste als je het probeerde te doorkruisen.

Een jaren-60-buurt in het uiterste westen van Berlijn. Journalisten verdringen zich voor het huis van Kurras. Hij doet open om te zeggen dat zijn vrouw rust nodig heeft. Een man met grijs haar en een licht overhemd aan. Hij is 81 jaar en goed ter been. Kurras wekt niet de indruk geïmponeerd te zijn door de opdringerige fotografen en cameramensen. Hij ontwijkt vragen. „Ik heb alles over mijn verleden al eens verteld, maar maakt u gerust een foto van me.”

De volgende dag staat zijn foto in Bild en de Berliner Morgenpost. Bild heeft zijn vrouw geïnterviewd. Die wil kennelijk wel haar boodschap kwijt. „Ja”, zegt ze, „mijn man is fysiek schuldig aan de dood van Benno Ohnesorg”.

De dood van de student vormt een beslissend ogenblik in de geschiedenis van de Bondsrepubliek. Na zijn overlijden worden massale en aanhoudende studentenprotesten gehouden in Frankfurt, West-Berlijn en andere grote steden. Voor de radicaal linkse Andreas Baader en Gudrun Ensslin is het een signaal. Ze richten de terreurorganisatie Rote Armee Fraktion op. De RAF is een anti-imperialistische, communistische beweging die door middel van stadsguerrilla het land tot in de jaren ’90 periodiek teistert met gijzelingen, bomaanslagen en ander geweld.

De omstandigheden van Ohnesorgs dood zijn altijd onduidelijk gebleven. Het staat vast dat Kurras van dichtbij een schot op de weerloze student loste, die boven z’n oor werd getroffen en kort daarna stierf. Voor de rechter zei Kurras dat hij belaagd werd door een „twee jongemannen met messen”. Hij zou uit lijfsbehoud hebben gehandeld en werd later vrijgesproken. Voor de studentenbeweging, talloze geëngageerde West-Duitsers en uiteraard voor de RAF stond vast dat de zaak-Ohnesorg van begin tot eind aan ‘rechtse’ krachten in de Bondsrepubliek moest worden toegeschreven.

Het nieuws dat Kurras lid is geweest van de Oost-Duitse communistische partij, de SED, en bovendien spioneerde voor de geheime dienst van de DDR, de Stasi, is dan ook als een bom ingeslagen. Duitsland is wel iets gewend, wat discussies over zijn verleden betreft. Maar het is alweer een paar jaar geleden dat een historisch feit zoveel heeft losgemaakt. Het dossier-Kurras is in ophef te vergelijken met de onverwachte coming out van schrijver Günter Grass, die drie jaar geleden onthulde dat hij in de oorlog bij de SS diende.

Een complottheorie ligt voor de hand: de Stasi was geïnfiltreerd in de West-Berlijnse politie en gebruikte Kurras om een student te vermoorden, in de hoop op maatschappelijke ontwrichting bij de westelijke klassenvijand. Maar het staat allerminst vast dat Kurras op gezag van de Oost-Duitse geheime dienst handelde. Hijzelf zegt er weinig zinnigs over, en documenten van een eventuele opdracht aan Kurras zijn tot nu toe niet opgedoken.

De destabilisatie was er niet minder om. Historicus Götz Aly, schrijver van het vorig jaar verschenen polemische werk Unser Kampf 1968 meent dat de gewelddadige dood van Ohnesorg „buitengewoon radicaliserend” heeft gewerkt. Tegelijk heeft het volgens hem „iets bevrijdends dat nu alles in een nieuw licht wordt geplaatst”.

Hij en andere Duitse historici vragen zich hardop af of dit deel van de geschiedenis van de Bondsrepubliek moet worden herschreven. In de pers wordt volop gespeculeerd over wat er wel of niet zou zijn gebeurd als destijds bekend was geworden dat Kurras op de loonlijst van de Stasi stond.

Het debat loopt langs dezelfde ideologische lijnen als voorheen. Bild Zeitung, onderdeel van de toen door links verachte ‘Springer-pers’ – genoemd naar de conservatieve uitgever Axel Springer – pakt dezer dagen groot uit met Kurras. De krant kan ouderwets stelling nemen in de geest van Springer zelf. In de berichtgeving klinkt nauwelijks twijfel door. Natuurlijk handelde Kurras in opdracht van de DDR.

De Tageszeitung, een linkse krant die in de hoogtijdagen van de RAF werd opgericht en een ideologische opponent van Bild is, schrijft in een commentaar dat herschrijving van de geschiedenis absolute onzin en historische mystificatie is. „Kurras’ daad is en blijft symbool van tot hysterie opgezweepte haat jegens de studentenbeweging, zoals die bij delen van de West-Berlijnse bevolking en politie gewoon was”.

De onthulling over Kurras komt uit de grootste goudmijn van de Oost-Duitse geschiedenis, de archieven van het ministerie van Staatsveiligheid van de DDR – de Stasi. Twee onderzoekers van dit enorme documentenbestand, Cornelia Jabs en Helmut Müller-Enbergs, stuitten toevallig op het dossier-Kurras. Hun chef, Marianne Birthler, zegt dat het dossier niet eerder is opgevraagd. „Nooit en door niemand. Dat is geen verwijt, maar een constatering”.

Ze heeft snel laten uitzoeken of bij een zaak die op Ohnesorgs dood lijkt – de aanslag in 1968 op studentenleider Rudi Dutschke door de rechtse arbeider Josef Bachmann – wellicht ook de Stasi wordt genoemd. Maar daarvoor bestaan geen aanwijzingen. Volgens Birthler maakt de onthulling over Kurras duidelijk hoe „belangrijk het onderzoek is naar de activiteiten van de Stasi in het westen”. Het feit dat de West-Berlijnse politie door de Stasi was geïnfiltreerd, noemt Birthler „een groot schandaal”.

Duitsland is ook van dit deel van zijn verleden voorlopig niet verlost. Naar aanleiding van de kwestie Kurras eisen steeds meer politici dat de Stasi-archieven snel en grondig worden doorgenomen. Vrijdag staat het in de Bondsdag op de rol. De liberale FDP wil laten achterhalen hoeveel voormalige Stasi-spionnen tewerkgesteld zijn of waren bij ministeries en overheidsdiensten.

En Kurras? Andermaal zijn de schijnwerpers op hem gericht. De pers gunt hem geen rust. Justitie kijkt of de zaak tegen hem moet worden heropend. En het stadsbestuur van Berlijn onderzoekt of strafkortingen op zijn pensioen mogelijk zijn.

    • Joost van der Vaart