Te dik opgelegde excentriciteit

The Brothers Bloom Regie: Rian Johnson. Met: Mark Ruffalo, Adrien Brody. In: 20 bioscopen**

Regisseur Rian Johnson wil in The Brothers Bloom een intelligent spel met de kijker spelen, met personages die beseffen dat ze in een fictieve wereld leven en uit hun ‘verhaal’ willen stappen. Wat natuurlijk niet kan, zo legt hij aan het einde nog even uit: „Een ongeschreven leven bestaat niet, alleen slecht geschreven levens.”

Alles in de film ligt er zo dik boven op als die pontificale conclusie, zodat er geen dubbele bodem voorbij komt die de toeschouwer zou kunnen ontgaan. Mark Ruffalo en Adrien Brody spelen de broers Bloom, die aan de kost komen als oplichters en zo de halve wereld over reizen. Mark Ruffalo is het brein van de duo, Brody wil er eigenlijk liever mee ophouden. Hij is is het zat om in de verhalen van zijn grote broer te figureren („Jij bent zo’n dode Russische romanschrijver, die overal gelaagdheid en verborgen symboliek in stopt.”). Ze besluiten nog één laatste klus te doen, met een miljonairsdochter, die als hobby het verzamelen van hobby’s heeft.

De film wil voortdurend charmeren met zulke dik opgelegde excentriciteit. Johnson heeft duidelijk leentjebuur gespeeld bij Wes Anderson ( The Darjeeling Limited), maar zonder veel raad te weten met diens gevoel voor subtiliteit. Wat The Brothers Bloom de das omdoet, zijn de flauwe grappen, tot boven de koffie openvallende suikerpotten aan toe. Ook een film over onechtheid kan nep zijn.

    • Peter de Bruijn