Ook lokale bestuurders nu doelwit justitie Mexico

In de Mexicaanse deelstaat Michoacán pakte het leger gisteren tien burgemeesters op. Ze zouden bij de lokale maffia op de loonlijst staan.

Opnieuw was Michoacán gisteren de eerste. Eind 2006 was het al de eerste Mexicaanse deelstaat waar het leger werd ingezet tegen de machtige drugskartels. Zesduizend militairen moesten in de thuisstaat van de toen net aangetreden president Felipe Calderón de strijd aanbinden met de drugshandelaren, en het lokale politiekorps zuiveren van corrupte elementen. Een aanpak die Calderón de jaren erna ook in andere deelstaten toepaste.

En gisteren was het Michoacán waar het Mexicaanse leger voor het eerst in actie kwam tegen het gecorrumpeerde lokale openbaar bestuur. In opdracht van het federale openbaar ministerie werden er tien burgemeesters en zeventien hoge ambtenaren en agenten opgepakt. Twee burgemeesters zijn nog voortvluchtig. De arrestanten kwamen uit alle drie de grote partijen in Mexico, ook uit Calderóns eigen rechtse PAN.

De actie was gericht tegen bestuurders die zouden samenspannen met de machtigste criminele organisatie in de staat, La Familia Michoacana. Deze maffiaclub werd begin deze eeuw opgericht door katholieke vaders die zich zorgen maakten over de toenemende populariteit van de drug hielo onder hun kinderen. De verkopers van deze goedkope variant van metamfetamine schoten ze dood – met een beroep op de ‘goddelijke gerechtigheid’.

De afgelopen jaren ontwikkelde de Familia zich tot een criminele bende, die uiteindelijk ook in de door de oprichters verfoeide drugs ging handelen. In de staat wordt van oudsher veel marihuana geteeld. Ook kunnen via Lázaro Cárdenas en andere havensteden gemakkelijk Zuid-Amerikaanse cocaïne en Aziatische heroïne aan land worden gebracht. Om van deze lucratieve handel mee te kunnen profiteren, verwierf de bende de controle over productiegebieden en smokkelroutes voor drugs.

Met haar ‘goddelijke gerechtigheid’ kreeg de Familia grote delen van de staat onder controle. In de steden begonnen de bendeleden de lokale middenstand af te persen, op het platteland de boeren. Wie weigert ‘beschermingsgeld’ af te dragen, ontvangt dreigementen. Winkels of een restaurant zouden wel eens in brand kunnen vliegen, het slachtoffer of zijn familieleden zouden wel eens ontvoerd kunnen worden – of erger.

Om deze psychologische terreur kracht bij te zetten, schuwt de Familia weinig middelen. In 2006 haalde ze het wereldnieuws door vijf afgehakte hoofden over een discovloer in de stad Uruapan naar binnen te rollen. „De Familia doodt niet voor geld, geen vrouwen en onschuldigen. Alleen zij die moeten sterven. Dat iedereen het weet: dit is goddelijk recht”, meldde een begeleidend briefje.

De bende is inmiddels ook actief in omringende deelstaten en onderhoudt banden met kartels in andere delen van het land. Thuisbasis blijft echter Michoacán, waar ze patrouilleert in eigen terreinwagens, in uniformen met haar eigen initialen erop.

In september citeerde de landelijke krant El Universal uit een dossier van het federale openbaar ministerie waaruit bleek dat de Familia in 77 gemeenten van de 133 gemeenten in de deelstaat aanwezig is. In twaalf gemeenten zou de Familie zelfs de ‘absolute controle’ hebben, waaronder in de hoofdstad Morelia (640.000 inwoners) en vier andere grotere steden, waar het meest valt af te persen. Op twee na, arresteerden de federale opsporingsautoriteiten gisteren alleen maar burgemeesters van kleine gemeenten op het platteland. Sommige corrupte bestuurders blijven voorlopig blijkbaar ongrijpbaar, dan wel onaantastbaar.

Eerdere reportage uit Morelia via: nrc.nl/buitenland