'Nieuwe locatie NHM is minder duur'

Rosan Hollak

„De opdracht van de minister geeft ons de vrijheid om binnen de grenzen van Arnhem naar de mooiste plek voor het museum te zoeken. Zo staat het ook in de statuten.”

Dit zei Erik Schilp, directeur van het Nationaal Historisch Museum (NHM), vandaag in de Tweede Kamer over de keuze om het museum te bouwen op de nieuwe locatie in Arnhem bij de John Frostbrug. „De locatie is goedkoper, conceptueel beter en het museum zal er sneller tot stand komen”, zei Schilp in reactie op vragen van Kamerleden. De Kamer had een rondetafelgesprek georganiseerd, als voorbereiding op het debat met de minister, volgende maand.

Volgens Schilp bleek bij zijn aantreden eind vorig jaar dat er bij de stuurgroep (de latere Raad van Toezicht) van het NHM twijfel was over de locatie van het toekomstige museum naast het Openluchtmuseum. „Uit een rapport bleek dat er 30 miljoen zou moeten worden uitgegeven aan een parkeergarage, geld dat nu kan worden besteed aan het museum.”

Schilp zette dat af tegen de 15 miljoen die het gebouw op de nieuwe locatie aan de John Frostbrug kost. „Daar is genoeg plek om te parkeren.”

Architect Francine Houben, die samen met Jan Vaessen het eerste plan voor het NHM naast het Openluchtmuseum heeft opgesteld, vertelde dat deze raming niet deugt. „Geen enkele parkeergarage in Nederland kost 30 miljoen. Sterker nog, voor 15 miljoen bouw je er twee.”

Wel benadrukte Schilp dat hij en mededirecteur Valantijn Byvanck de 4,5 kilometer afstand die nu tussen het Openluchtmuseum en het toekomstige NHM ligt niet zien als een belemmering voor samenwerking. „We kunnen nadenken over een gezamenlijke publieksbenadering of samen tentoonstellingen organiseren.”

Nout Wellink, voorzitter van de Raad van Toezicht van het Openluchtmuseum, stelde dat de keuze voor de nieuwe locatie buiten de bedoeling van de minister treedt en dat de besluitvorming „ongekend onzorgvuldig” is geweest. „Er is niet met ons gesproken en pas na overleg kun je vaststellen of er door samenwerking kosten te besparen zouden zijn geweest.”

Byvanck gaf gedurende het gesprek vooral uitleg over de inhoudelijke opbouw van het museum. Kamerleden vreesden dat de chronologie in het toekomstige museum uit het oog wordt verloren, nu de canon niet meer als leidraad wordt genomen. Bijvanck benadrukte dat deze vrees ongegrond is. „Dit museum gaat zéér over de chronologie”, zegt hij. „Waar je ook staat in het museum, je zal altijd weten waar je in de tijd staat.”

    • Rosan Hollak