Misdaad bestrijden met Marokko

Nederland en Marokko willen een rechtshulpverdrag sluiten om de samenwerking op het gebied van het bestrijden van ernstige misdaden te verbeteren. Dat heeft minister van Justitie Hirsch Ballin (CDA) gisteravond gezegd tijdens zijn werkbezoek aan Marokko.

De hechtere samenwerking op strafrechtelijk gebied komt na een aanzienlijke toename van het aantal gevallen van zware criminaliteit vanuit Nederland naar Marokko.

Het afgelopen jaar werden door beide landen 45 dossiers geopend van ‘ernstige gevallen van criminaliteit’ in de vorm drugshandel, het witwassen van drugsgelden, ontvoering en moord en doodslag. Volgens Hirsch Ballin ging het in 70 procent van de zaken om verzoeken tot rechtsbijstand bij het opsporen van criminele gelden die naar Marokko zouden zijn gesluisd.

„Over de huidige contacten hebben we geen klachten”, aldus Hirsch Ballin, „maar we willen de samenwerking verstevigen.’’ Bekeken zal worden onder welke voorwaarden Nederland en Marokko het rechtshulpverdrag kunnen sluiten, zodat over en weer verhoren en uitleveringen plaats kunnen vinden. Daarbij hanteert Nederland het principe dat bij uitlevering de doodstraf niet mag worden toegepast. Deze bestaat nog wel in Marokko, maar wordt al jarenlang niet meer uitgevoerd.

Bij de nauwere politionele samenwerking hoort ook het uitwisselen van informatie op het gebied van radicalisering en het voorkomen van terreur voor zover deze onder verantwoordelijkheid van Justitie valt. Volgens Hirsch Ballin is het diplomatieke conflict over het verstrekken van informatie door een voormalige Rotterdamse politiebeambte van Marokkaanse herkomst aan Marokko inmiddels van de baan. „Dat incident is niet meer omstreden”, aldus de minister. „Als gegevens worden doorgegeven, dan moet dat gebeuren door de bevoegde autoriteiten en niet door iemand als vrijwilliger.” Tegen de betrokken ex-agent is inmiddels strafrechtelijke vervolging ingesteld op verdenking van schending van de geheimhoudingsplicht.