'Kunstschouw moet zich verdedigen'

De Amsterdamse cultuur- wethouder Gehrels wil ‘kunstschouwen’ instellen. Zij moeten de verdeling van de kunstsubsidies in een publiek debat verdedigen.

Amsterdamse wethouder kunst en cultuur van de PvdA Carolien Gehrels tijdens een debat over kunst en cultuur in de Rode Hoed. FOTO: BRAM BUDEL Bram Budel

Wil Carolien Gehrels (PvdA) af van de Amsterdamse Kunstraad? Vorig jaar negeerde ze een deel van de adviezen die deze raad had uitgebracht over het verdelen van de kunstsubsidies. De gemeenteraad draaide dit later weer terug. Pas vlak voor de jaarwisseling wisten de instellingen waar ze aan toe waren.

Nu opent Gehrels de discussie over de advisering. Haar voorstel is om ‘kunstschouwen’ aan te stellen, die hun keuzes in het openbaar verdedigen. Het college van Burgemeester en Wethouders stemde daar gisteren mee in.

Verder moeten instellingen van ‘wereldniveau’, zoals grote musea en orkesten, op een andere manier worden beoordeeld dan kleine instellingen. Het hele subsidieproces zou ook een half jaar vervroegd moeten worden. Het plan wordt volgende maand ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.

De kunstsubsidies worden al twintig jaar op dezelfde manier verdeeld. Waarom wilt u dat veranderen?

„Wat ik hoop te bereiken, is dat we meer een debat op hoofdlijnen gaan voeren, in plaats van een discussie over enkele instellingen. We hebben 85 miljoen euro te verdelen, maar de discussie gaat over wie 50.000 euro meer of minder krijgt. Bij de kunstinstellingen is ook behoefte aan personen die hun keuzes in het openbaar verdedigen. De kunstschouwen moeten die rol gaan vervullen.”

Vervangen de kunstschouwen de Kunstraad?

„Nee, zeker niet. De Kunstraad heeft een veel bredere rol dan alleen adviseren over de subsidies.”

De Kunstraad zegt dat de bestuurlijke criteria die u vorig jaar had vastgesteld, zoals ‘wereldklasse’ en ‘prachtstad’, geen houvast boden.

„Daar ben ik het niet mee eens, onze ambities waren helder genoeg. Maar de Kunstraad vond de beoordeling op kwaliteit belangrijker dan de ambities van de politiek.”

U wilt onderscheid maken tussen instellingen van wereldniveau, waarmee een langjarige subsidierelatie bestaat en kleinere instellingen die vier jaar subsidie krijgen. Hoe? En waarom?

„We doen nu alsof een instelling als het Stedelijk Museum elke vier jaar zijn hele subsidie kan verliezen. Dat is natuurlijk onzin, Amsterdam kan niet zonder zo’n museum. Ik wil beoordelen of zo’n museum zich kan meten met internationale concurrenten. Die benchmarking gaan we uitvoeren met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Voor kleinere aanvragers kan een andere, lichtere procedure gelden.”

    • Claudia Kammer