'Investeer in mensen die hun werk verliezen'

Na deze crisis zullen economie en samenleving er fundamenteel anders uit gaan zien, zegt scheidend WRR-directeur Anton Hemerijck. De politiek zou daarvoor een strategie moeten ontwikkelen.

Anton Hemerijck, politiek econoom, is verbaasd. „Ik mis een strategie voor na de crisis. De brandweer rukt terecht uit. Maar er moet meer gebeuren dan de brand blussen”, zegt de directeur van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

„De wereld verandert”, stelt Hemerijck. De tijd van voor de crisis komt niet meer terug. Daarvan is hij overtuigd. „Het neoliberalisme heeft veel goeds gebracht. De staat maakt minder schulden. De overheidsfinanciën zijn soberder. We hebben een dynamische en activerende verzorgingsstaat gekregen.” Maar we beleven nu een crisis die waarschijnlijk dieper is dan die van de jaren tachtig, zegt de regeringsadviseur, en die karakteristieken heeft van de hevige crisis in de jaren dertig.

„Ik verbaas me erover dat niemand in Den Haag zegt: de wereld wordt niet meer zoals die was en daar moeten we een antwoord op vinden.” Nog even is Hemerijck directeur van de WRR. In september zoekt hij de wereld van de wetenschap weer op, aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hemerijck deed als hoogleraar in Rotterdam en Leiden veel onderzoek naar de verzorgingsstaten in Europa en naar de aanpak van werkloosheid in vorige crises.

„Als we één ding hebben geleerd van de jaren dertig, is dat de politiek een strategie moet hebben voor na de crisis. Het goede nieuws is dat de staat terug is. De overheid in de hele westerse wereld is heel actief in het redden van financiële instellingen. Maar durven we ook echt in mensen te investeren? In werknemers, in kinderopvang, in onderwijs? De agenda van de toekomst is een sociale investeringsstrategie.”

Zijn de investeringen die minister Donner nu doet, zoals verplichte scholing tijdens deeltijd-WW, niet genoeg?

„Die aanpak is goed, maar het is slechts een onderdeel. Waar ik moeite mee heb, is dat de regering en de sociale partners de oplossingen voor het bestrijden van de crisis zoeken in herstel van de oude situatie. Inclusief de taboes over langer doorwerken en de aftrek van hypotheekrente.

„Het probleem van langer doorwerken is bij de Sociaal-Economische Raad geparkeerd, maar dit is een tijd waarin de overheid juist voorop moet lopen. Ze hoeft niet te wachten op het middenveld om afspraken te maken.”

Waarin verschilt deze crisis met de laatste grote crisis van de jaren tachtig?

„In de jaren tachtig kwam het staartje van de babyboomgeneratie de arbeidsmarkt op. Daar was gewoon geen werk voor en dus schoot de werkloosheid omhoog. We hebben nu te maken met een belangrijke verzachtende omstandigheid: de vergrijzing. Desondanks gaat de komende maanden de werkloosheid veel sneller oplopen dan we gewend zijn. Dat komt doordat onze industrie de afgelopen jaren fundamenteel anders is georganiseerd: bedrijven houden weinig voorraden aan. Als er dan geen nieuwe orders komen, is er snel geen werk meer. De teller staat nu op 360.000 ofwel 4,6 procent van de beroepsbevolking. Dit zal vrij dramatisch stijgen, maar de omvang van de werkloosheid zal niet de proporties aannemen van de jaren tachtig.

„In bepaalde sectoren is nog steeds vraag naar arbeid. Er is bovendien veel meer dynamiek op de arbeidsmarkt en de huidige beroepsbevolking is veel hoger opgeleid. Mensen zijn daardoor elders inzetbaar. Die kunnen straks van de industrie naar de zorg. We moeten er dan wel voor zorgen dat de mensen die nu werkloos raken niet verloren gaan in het geweld van deze crisis.”

Doelt u op de groep jongeren die na de zomer de arbeidsmarkt opkomt?

„Precies. Daar moet iets voor gedaan worden. We weten uit onderzoek dat mensen die langer dan een jaar langs de kant staan ongelofelijk veel van hun kennis verliezen. Hun scholingsgraad erodeert. In jaren tachtig dachten we: er is een conjuncturele dip en mensen staan tijdelijk aan de kant. Als de economie weer aantrekt, stromen ze weer in. Maar dat bleek een misvatting: als mensen langere tijd werkloos zijn, zijn ze lost forever. Dat moeten we nu voorkomen door te investeren in mensen als ze hun baan kwijt raken. Er is veel geïnvesteerd om banken overeind te houden. Nu zijn investeringen in ons sociale kapitaal nodig.”

Moet Donner op de arbeidsmarkt hetzelfde doen als minister Bos bij de banken deed?

„Ja. Overheden in de westerse wereld zijn hyperactief in het redden van financiële instellingen. Begrijp me goed: het redden van banken moet. Maar het investeren in de toekomstige belastingbetaler is zeker zo belangrijk. Dat moet je niet van de markt laten afhangen. De overheid moet zelf een strategie ontwikkelen.”

Hoe moet die strategie er uitzien?

„Alleen al de vergrijzing vereist dat meer mensen productief worden. Het slechtste dat je kunt doen is het arbeidsaanbod beperken zoals PvdA-fractieleider Mariëtte Hamer afgelopen weekeind met de verplichte vierdaagse werkweek voorstelde. De verleiding is heel groot om nu met maatregelen te komen waarmee op korte termijn minder mensen werkloos worden. Maar dat werkt niet op de lange termijn.

„Kijk naar Zweden in de jaren tachtig. De Zweden hebben de crisis destijds juist gebruikt om te stimuleren dat vrouwen meer gingen werken in plaats van minder. Er kwam goede kinderopvang en goede scholing, waardoor de productiviteit, de groeicijfers en de participatiecijfers een stuk beter werden. In heel Europa willen vrouwen het liefst twee kinderen, maar in de praktijk krijgen ze die niet omdat het niet valt te combineren met werk. Dat is een sociaal probleem.

„Als we onze verzorgingsstaat in stand willen houden, moet de productiviteit omhoog. Dat betekent dat zoveel mogelijk mensen aan het arbeidsproces moeten deelnemen. Zij zijn de belastingbetalers die het systeem opbrengen. Langer werken is onontkoombaar. De vergrijzingsschok heeft op de langere termijn een grotere impact dan de recessie waar we nu voor staan.”

Wat zou u doen als u Donner was?

„Ten eerste zou ik nauwgezet de vinger aan de pols houden. Reageren op wat er gebeurt. Niet nu al ruziemaken over hoe er na 2011 moet worden bezuinigd, maar beleid ontwikkelen voor na de crisis.

„We moeten proberen om tot een ruil te komen: investeren in mensen van wie je weet dat je ze straks met het oog op de vergrijzing nodig hebt in ruil voor langer doorwerken. We worden allemaal ouder, gezonder, beter opgeleid. Laten we dan ook langer doorwerken. En veel werk is plezieriger geworden. Flexibele pensionering en prikkels om uittreden uit te stellen, zouden een enorme ontlasting betekenen van de pensioendruk.”

Het kabinet heeft zich in principe uitgesproken voor het optrekken van de AOW-leeftijd tot 67 jaar, maar de bonden voelen er niet voor.

„We gaan hoe dan ook toe naar een situatie waarin bijna 80 procent van de beroepsbevolking werkt. Ik zou zeggen: dit is een enorme kans voor de vakbond om het ingesleten traditionalisme te verlaten en een fundamentele discussie te voeren over de toekomstige arbeidsmarkt. Doen ze dat niet, dan kunnen ze in een situatie terecht komen als de Engelse vakbeweging, die lang vasthield aan oude patronen en helemaal is weggespeeld.”

De FNV zegt: laten we eerst het aantal werkenden tussen 55 en 65 jaar, nu nog slechts 50 procent, opvoeren.

„Natuurlijk is dat belangrijk. Maar daarmee raken we een zeer fundamentele discussie. We hebben in onze welvaartsstaten een opbouw van de lonen naar senioriteit, dat geldt ook voor Duitsland. Aan het begin van je carrière krijg je niet veel en ben je hoog productief. Terwijl iemand van boven de 50 vaak minder productief is, maar veel meer salaris ontvangt. Dus als je zegt: laten we meer 50-plussers aan de slag houden, dan betekent dit dat er ook iets aan de loonstructuur moet gebeuren.”

Moet de overheid ook hierbij meer voorop lopen?

„Zeker, en liefst in samenspraak met andere partijen. We hebben een overlegmodel opgebouwd na de Tweede Wereldoorlog waarin arbeid sterk was geïncorporeerd. In de jaren tachtig heeft ‘het kapitaal’ fors terrein gewonnen. Het neoliberalisme heeft goede zaken gebracht zoals versobering van de overheidsfinanciën, verlaging van de schulden, een dynamische arbeidsmarkt. Maar we hebben gezien dat als je kapitaal niet reguleert, het leidt tot een geprivatiseerde vorm van Keynesianisme. Kwetsbare groepen in Amerika hebben zich met hypotheken en credit cards in de schulden gestoken, om de winsten van Wall Streetbankiers te spekken. Nu moet de overheid garant staan voor de schulden en gaat de financiële sector vrijuit.

„Arbeid zal opnieuw een belangrijk rol gaan spelen, maar anders dan vroeger. De vakbeweging moet zich realiseren dat ‘die tijd niet meer terugkomt’, zoals voormalig PvdA-leider Joop den Uyl bij de eerste oliecrisis in de jaren zeventig constateerde. Daarvoor kwam iets beters in de plaats: de dynamische en activerende verzorgingsstaat. Nu met de kredietcrisis een eind is gekomen aan het neoliberalisme, is het tijd voor een periode van eerlijke en duurzame globalisering. Daarbij moeten sociale investeringen ook worden gepleegd om mondiale voedsel-, klimaat- en energieproblemen op te lossen”.

    • Patricia Veldhuis
    • Michèle de Waard